Elke dag wordt in stilte opnieuw geschapen

Een verre en eenzame uithoek, op een bijna beangstigende wijze schitterend vanwege de leegte, de stilte. Naar Alaska gaan is niet zomaar een reis, het is een expeditie.

Hier, bijna op de Noordpool van de wereld, heerst een onwaarschijnlijke stilte. Dit is de zuidoosthoek van Alaska op 160 graden westerlengte en 60 graden noorderbreedte. Nog een paar graden westwaarts en ik ben in Siberië. Dan ben ik halverwege de reis rond de wereld. Amerika en Rusland raken elkaar bijna tussen Wales (USA) en Uelen (USSR). De Beringstraat ligt er. In de tijd van de diepste winter strekt zich een ijsvlakte uit tussen beide wereldmogendheden. Een eilandengroep met de naam Big Diomede Island en natuurlijk ook de Little Diomede Island ligt juist op de scheidingslijn tussen west en oost.

Vanochtend, een uur na mijn aankomst, is de laatste trein van die week uit Anchorage naar het noordelijke Fairbanks vertrokken. Anchorage is de stad met de internationale luchthaven. De enige mogelijkheid om het ongerepte, woeste binnenland in te gaan is met de bus. Alaska wil eigenlijk een zomerse bestemming zijn. Tussen mei en september lokt het land iedereen die de lichtende zomernachten wil beleven met de aurora borealis, die zwierende, uit de hemel neerstromende voiles van purper, turkoois, violet en goud. Dan kan er om drie uur 's nachts een partij getennist worden en ontegenzeggelijk nog veel meer fraais en bijzonders.

Nu is het november. In het oude goudzoekershotel uit 1916, The Van Gilder aan de rand van het gehucht Seward, ben ik de enige gast. De lobby is afgesloten met een zwartgeverfd ijzeren hek. Ooit hing de kop van een eland tegen de muur, laten oude foto's in de gang zien. In diezelfde reeks staan zwartgerokte vrouwen en sterke, optimistische mannen geportretteerd. Eens was Alaska het paradijs van geluksjagers. Het onmetelijke, lege land bood eerst de kostbare vacht (fur) van pelsdieren, daarna goud en zalm, vervolgens olie en nu wordt het land bezocht vanwege de wildernis. Ik kijk naar de mannen van nu. Hebben ze nog steeds koortsachtige gold dust in hun ogen? Zo te zien niet. Ze dragen allemaal dezelfde spijkerbroeken, geruite overhemden en robuuste jacks, een pet op het hoofd, veelal lang haar en een baard.

Om de wildernis, the wild white north, is Alaska befaamd en trekt het aan degeen met een avontuurlijk hart. Deze 49ste staat van Amerika logenstraft alles wat wordt beweerd over de wereld als global village. Alaska is een verre en eenzame uithoek, op een bijna beangstigende wijze schitterend vanwege de leegte, de stilte. Het is een verlatenheid die fascineert. Naar Alaska gaan is niet zomaar een reis, het is een expeditie. Dit land, de icebox van Amerika of ook the dark frozen mystery, heeft faam verworven als de last frontier. Mensen reizen naar Alaska om vanuit felgekleurde sportvliegtuigjes de gletsjers te bewonderen, ze maken in het arctische deel tochten met sledehonden of leveren zich uit aan stoere overlevingsrituelen. Toch hebben de Alaskanen moeite met dit stigma van het land als ruigte voor jonge rijke toeristen, zoals blijkt uit de gesprekken in de bus, in een bar die The Yukon heet of Tommy's of tijdens een lange lift die ik krijg. De bevolking van Seward is gelukkig in haar kleine gemeenschap waarvan ze, de Amerikaanse droom indachtig, een aangename, veilige plaats om te wonen willen maken. In dit opzicht klopt het beeld van de laatste grens wel degelijk. Het steeds verder westwaarts willen is de Amerikaanse ziel ingegoten. Na de kust van Californië of de staat Washington kun je niet verder. Tenzij naar Alaska.

Seward ligt aan de Resurrection Bay, die onderdeel is van de Golf van Alaska. De plaats wordt omringd door witbesneeuwde bergen, waarvan Mount Alice de hoogste is. 's Morgens vroeg vangen de toppen het eerste zonlicht. Het water van de baai is spiegelglad en stil, zodat de weerkaatsing van de bergketens volmaakt is. Dat zou ik op tal van andere plekken in Alaska ook tegenkomen: die roerloze, reusachtig uitgestrekte meren. Met de boot View Finder maak ik een tocht over de baai. Stuurman Tom is het toonbeeld van kapitein Haak. Op visvangst in de barre Beringzee is hij beide handen verloren, zodat hij het stuurwiel met twee haken bedient. Hij is verslaafd aan de natuur rondom hem. Op elke tocht die hij maakt telt hij de zeeleeuwen die in verspreide kolonies op de rotskust leven. Gisteren telde hij 104 exemplaren, vandaag 120. Hoe hij dat vanuit zijn stuurhut zo snel waarneemt, is mij een raadsel. De mannetjesleeuwen met hoog opgezette kraag en indrukwekkende borst beginnen heftig te loeien als de boot naderbij komt. Jonge zeeleeuwen kruipen bij hun moeder weg. Soms zijn die moeders hardhandig, dan duwen ze het kind met enige dwang het water in. Zelfstandig moeten die worden, gehard in het zeeleeuwenleven. Verderop ontwaart Iron Tom, zoals zijn bijnaam luidt, een drijvend voorwerp. Het is een zeeotter die op zijn rug ligt te slapen. Van het geronk van de motor schrikt hij wakker en hij kijkt ons wazig aan, alsof hij nog in dromen is. Opeens wijst Tom op een lichte woeling verderop in het water. Ik kijk met zijn arm mee, maar te ver. Aan de horizon ontdek ik de hoge golven van de Grote Oceaan, de Pacific, die in zilverwitte branding tegen de kust slaan. ,,Dichterbij'', zegt Tom. Walvissen, de bultruggen. Vlak onder het wateroppervlak verschijnen donkere vormen, net half verzonken scheepsrompen, prachtig van stroomlijn en gestaalde spierkracht. De ruggen komen beurtelings boven water, een fontijn van water gaat de hoogte in, dan verschijnt de staart op klassieke wijze. De vissen duiken diep weg. Hoog boven ons cirkelt een stel bald headed eagles, het symbool voor de Amerikaanse posterijen en meer: het is de staatsvogel bij uitstek met zijn witte kop, witte staart en zwarte vleugels. De gele snavel gloeit op in de zon, de helgele ogen branden.

Alaska is voor het grootste deel bedekt met naaldbossen, het gebied bij uitstek voor de zwarte en bruine beer. In de kaartenwinkels zijn ansichten te koop met lieve, jonge beren erop. Om iets van de wildernis te proeven doorkruis ik het natuurgebied van de Kenai Mountains, waarvan de majestueuze Exit Glacier onderdeel uitmaakt. Op verschillende plaatsen staan waarschuwingsborden voor beren. De wandelaar wordt aangeraden liedjes te zingen of anderszins lawaai te maken om bij verrassing niet het spoor van een beer te kruisen. Ik zing voor me uit Strawberryfields forever en So long, Marianne, maar betrap mezelf erop dat ik angst begin te voelen. Ik heb de gedragsregels goed gelezen. Als een beer aanstalten maakt je aan te vallen, ren niet weg, want je rug is zijn doelwit. Ga als dood op de grond liggen, handen onder je hoofd als een weerloze prooi. Zet de beer de aanval door, vecht dan agressively back. Afvalemmers van plaatstaal, geplaatst bij picknickbanken, vertonen krassen van machtige klauwen. Ik kan de zinswending fight agressively back maar niet uit mijn gedachten bannen en mezelf als schijndood op de grond zien liggen gaat mijn verbeeldingskracht te boven. Hoe verder ik in het naaldwoud verzeild raak, des te verstikkender wordt de angst. In Europa ben ik een geoefend trekker door het natuurland, maar dit is Alaska. Waarschijnlijk is mijn menselijke aanwezigheid de enige in een omtrek van tientallen kilometers. Ik besluit nog harder te zingen. Later, terug in Amsterdam, krijg ik keer op keer de vraag gesteld of ik beren heb gezien. ,,Nee, gelukkig niet.'' Dat `gelukkig' roept raadsels op. Vriendelijke beren die honing uit een pot snoepen horen immers bij een tocht door dit continent.

Alaska is het laatste gebied dat de Amerikanen en Europeanen in kaart brachten. Een van de fascinerendste ondernemingen uit de geschiedenis is de zoektocht naar de ijsvrije, noordoostelijke doorvaart om via die route de fabuleuze schatten aan goud en zijde van China te vinden. De Britse schrijver Jonathan Raban schreef met zijn prachtige reisboek A Passage to Juneau (Een zeereis naar Alaska, 1999) een hommage aan de zeevaarders van de achttiende en negentiende eeuw. Met een zeilboot voer Raban de Puget Sound bij Seattle af en verder noordwaarts. Net als in een ander meesterlijk reisboek, Travels in Alaska (1914) van de ontdekker en natuurwetenschapper John Muir, is dit Alaska een gebied van mist, regen, drijvende stukken ijs, eenzame eilanden en een wirwar van waterwegen die doodlopen in het ijs. Raban bewijst dat de kapiteins in deze wereld hun oriëntatie ontleenden aan de klank van echo's; kwam een geluid hard terug dan bestond de kust uit een steile rotswand, kwam dat gedempt terug dan bevond het schip zich temidden van bossen. Zo konden ze ook afstanden schatten.

Muir geeft een indrukwekkend beeld van de eerste bewoners van Alaska, de inuiten en indianen. Het land inspireert hem tot religieuze gevoelens. Temidden van de grootsheid van bergen, gletsjers en bossen heeft Muir het gevoel alsof de aarde elke dag opnieuw wordt gecreëerd. Van hem is een van de meest sprekende passages over Alaska: ,,En hier ervaart men dat de wereld, hoewel die al geschapen is, opnieuw wordt geschapen; dat het hier de ochtend van de schepping is; dat de bergen reeds lang geleden bedacht zijn en nu opnieuw worden geboren, sporen getrokken voor toekomstige rivieren.''

Ik kan zo dicht bij de Exit Glacier komen dat ik de hoge, glinsterende sculpturen aan kan raken. Gletsjers absorberen elke kleur, behalve blauw en daarom ogen ze stralend blauw. De outwash van de gletsjer, daar waar het smeltwater wegvloeit, bestaat uit zwarte kiezelstenen, de morene. Als een gletsjer over het land gaat, is alle vruchtbaarheid daaruit verdwenen. Het is alsof er een brand heeft gewoed, daarom ziet de morene er gitzwart uit. De bloem die daar als eerste kan bloeien, is de fireweed, zo genoemd omdat deze op verkoolde bodem wortel kan schieten. De Exit Glacier ontleent zijn naam aan de vroegste kolonisten die op de kust van Seward voet aan land zetten en dachten dat zij via deze langzaam bewegende ijsstroom de bergketens konden doorsteken naar het onmetelijke land erachter.

In Seward ligt het begin van de oudste trail van Alaska, de Iditarod Trail. Hondensleeën trokken van hieruit naar het uiterste westen, naar Nome op de Seward Peninsula. De tocht is meer dan duizend mijl lang. Nome gold in de tijd van de goudzoekers als het paradijselijke oord van voorspoed. Nome, daar wilden de mensen uit Alaska hun eigen Parijs bouwen met stijlvolle etablissementen, chique winkels en zelfs operahuizen en theaters. Ook Seward, honderd jaar geleden gesticht, heeft zijn eigen schouwburg, het Liberty Theater. Deze is echter voor de winter gesloten. Terwijl ik voor de gesloten deur sta, moet ik denken aan wat Muir over Alaska schrijft. Voor hem is dit land als een schouwburg met dramatische wisselingen van seizoenen. Met bergketens die als de mooiste decorstukken, soms verborgen achter gordijnen van sneeuw, nevel of regen, overal rondom oprijzen.