Een redelijk offer voor God en Beschaving

Stokbrood, camembert en een goed glas rode wijn. Een zoektocht naar een Frans dorp in India waar deze geneugten nog te vinden zouden zijn.

Je zou verliefd kunnen worden op de naam: Pondicherry. Zouden de Fransen die dit plaatsje aan de oostkust van India in de 18de eeuw veroverden het zo hebben bedoeld? Dat er een beeldschone Pondi zou zijn geweest en de naam dus Pondi-chéri werd?

Het zal wel niet. Geschiedenis is zelden romantisch. Zelfs toen, lang voor de Fransen, de Romeinen handel dreven met Pondicherry werden Indiase zijde en olifanten ingeladen en allerhande Romeinse prullaria achtergelaten, die nu niet eens in musea zijn te bezichtigen.

Maar de Fransen zijn altijd serieuze kolonisators geweest zo anders dan de Portugezen die Goa alleen wilden kerstenen, en de Britten die de rest van India als cadeau aan hun koningin wilden schenken. De Fransen waren niet alleen uit op financieel gewin, maar ook op iets grootsers, wat ze zo mooi mission civilisatrice noemden. En civilisatie is wat mij betreft: stokbrood, camembert en een goed glas wijn.

Nederlanders hebben het gemakkelijk, ze kunnen er gewoon voor naar de winkel op de hoek, maar in India spelen de afstanden ons parten. Eerst een vliegticket boeken van Delhi naar Chennai (het vroegere Madras), dan uren wachten op de luchthaven en ten slotte de mededeling van de piloot dat er wat vertraging is vanwege een klein technisch mankement. En geloof me, in India bestaat niet zo iets als een klein mankement. Maar crashen vanwege een stuk brood en wat wijn is volgens mij een redelijk offer voor God en Beschaving.

In Chennai de bus nemen voor een rit van drie uur naar het zuiden. India is welbeschouwd een langgerekte markt, hier en daar onderbroken door rijstvelden. En als er geen rijstvelden meer zijn, ben je in een stad. Een smerige straat met papier en plasticzakken en roestige afdakjes aan weerszijden waar spullen worden verkocht die niemand kennelijk wil kopen en een in onderborstrok gehulde slapende eigenaar die zijn enige klant voor de dag afwacht. Dit was dus Pondicherry.

Wat is hier Frans aan, vroeg ik aan de chauffeur. Hij had als zo veel chauffeurs de welgemanierdheid om geen antwoord te geven op overbodige vragen. Toen zei een medepassagier met een mediterraan uiterlijk dat we nu nog in het `zwarte deel' van de stad waren. Het `witte deel' lag aan de andere kant van het kanaal. Ach zo, de Fransen kenden ook hun apartheid, maar je moet er niet te veel ophef over maken. Zet me af in het witte deel.

Daar stapte mijn mediterraan ook uit en inderdaad, hier begon wat iets had van de Franse republiek. De architectuur, rechte stoepen, schone straten, een groot bloempark en daar omheen de replica's van Franse paleizen.

Straks, nog heel even, zou ik midden in India stokbrood eten en rode wijn drinken. Volgens het boekje dat ik in de bus had doorgebladerd was de wijn in Pondicherry zelfs belastingvrij. Belastingvrij! In Delhi kun je in hotels ook wel wijn krijgen, uit flessen waar de etiketten van zijn afgeweekt, tegen 12 euro; per glas wel te verstaan, vanwege de belasting van 120 procent.

Maar er was iets geks met de `Franse enclave', zoals ze het hier noemen. Er waren geen mensen op straat. Geen accordeonmuziek. Geen jeu de boules spelende mannen met geruite petten. En het hotel waar ik achter mijn mediterraan aanliep had een levensgevaarlijk bord op de voordeur: roken en alcohol streng verboden.

Ik vroeg bij de balie of ze dan tenminste stokbrood hadden. De man met een uiterlijk alsof hij uit een zeventiende-eeuws schilderij was gestapt zei slechts: meneer, dit is geen hotel, dit is een `Ashram'. Een Ashram is een plek waar mensen zoeken naar hun spiritualiteit. Ik zocht ook naar spiritualiteit, maar niet zoals hij dat bedoelde.

Was er een ander hotel in de Franse wijk? Langs de prachtige boulevard, dat schitterende brede strand langs de Bengaalse zee? De zeventiende-eeuwse man schonk geen aandacht aan me terwijl de mediterraan dankbaar met gevouwen handen zijn sleutel in ontvangst nam.

In mijn boek stond dat er een uitstekend Frans restaurant was in Pondicherry, Rendez-vous geheten, en na zes uur reizen verdient een mens wat hem toekomt. En ja, ze hadden stokbrood, camambert, goede wijn en zelfs kreeft. Het was vier uur in de middag en de kok, een ontwikkelde man van de koksschool van Chennai, hielp mij uit alle dromen. In ruil vertelde ik hem niet dat de kreeft nergens naar smaakte. Maar, zei de kok op fluistertoon: de Fransen hebben Pondicherry nooit verlaten. Ze gaven het land terug aan India, vijftig jaar geleden, maar kochten zowat alle gebouwen die de moeite waard waren op.

Ooit begon een zekere meneer Aurobindo in Pondicherry een yoga-sekte, en na zijn dood in 1950 de dag waarop hij zijn lichaam verliet, zeggen ze hier – nam zijn Franse lieveling de boel over. Zij heette Mira Alfassa en ze bouwde Franse monumenten om tot Ashrams en yoga-scholen en ze liet zelfs een bouwsel opzetten dat doet denken aan het ruimteschip van ET in de film van Spielberg, waar elke dag duizenden mensen een bezoek aan brengen, om een glimp op te vangen van de `integrale yoga', de enige ware weg naar de wereldvrede. De Tweede Wereldoorlog moest trouwens nog beginnen toen Aurobindo zijn sekte stichtte.

Dat immense symbool van de integrale yoga moest ik zien, al werd alles geïntegreerd, behalve beleefdheid. Als tijdens het Vichy-regime werden we gesommeerd in lange rijen te staan, zo lang dat sommigen grapten over `Auro-Disney'. Maar ook popcorn was niet geïntegreerd, laat staan cola, in een brandende hitte van 34 graden. Maar het aanraken van een foto van de overleden Aurobindo scheen veel menselijke behoeften te bevredigen.

Halverwege de rij bereikte mijn sprirituele ambitie een kritieke grens en vroeg ik aan mijn chauffeur of hij wist waar ik uit mijn dal van spiritualiteit weer kon opklimmen naar mijn ordinaire aardsheid. De man die bitter weinig Engels sprak begreep precies wat ik bedoelde. Hij reed me naar wat ik een oase moet noemen, zo'n 8 kilometer buiten Pondicherry, waar ik mijn ware pondicherry vond. Het deed denken aan een hotel, `Ashok' geheten, met een directeur die alle aurobindo-mislukkelingen opving. Er was een terras, zoals in Parijs, een uitzicht, zoals aan de Riviera, een palmentuin zoals in de tropen en een menukaart met camembert en stokbrood en wijn. Per fles, belastingvrij.

De werkelijkheid is niet wat het is. En Pondicherry is niet waar het is.