Duitsland moet laten zien dat het spitsroeden kan lopen

Duitsland vijlt de scherpe kantjes van zijn onverbiddellijke `neen' tegen een oorlog in Irak.

Het is een fijne speling van het lot. In de komende weken wordt (mede) in de VN-Veiligheidsraad beslist over de toekomst van Saddam Hussein. Aan tafel, sinds 1 januari, Duitsland: verklaard tegenstander van een militaire expeditie tegen Bagdad. Sterker nog, als de V-raad zich buigt over de definitieve resultaten van de wapeninspecties onder leiding van Hans Blix wordt Duitsland waarschijnlijk net voorzitter.

Duitsland krijgt met de tijdelijke zetel weliswaar geen beslissende stem in het door de vijf permanente leden gedomineerde orgaan, maar de Duitse VN-ambassadeur en zijn opdrachtgevers in Berlijn komen wel in het volle licht van de schijnwerpers te staan. Duitsland, dat al jaren de ambitie wordt toegedicht om permanent lid van de V-raad te worden, moet laten zien of het spitsroeden kan lopen.

Naarmate een aanval op Irak dichterbij komt wordt het voor de roodgroene regering van bondskanselier Schröder steeds moeizamer om buiten het conflict te blijven en tegelijk recht te doen aan de vriendschap met de VS. De spagaat waarin Schröder het land met zijn resolute `neen' heeft gebracht begint langzaam pijn te doen.

Door in een vroeg stadium (begin augustus) en luidruchtig (,,wij zijn niet tot avonturen bereid'') een aanval op Bagdad af te keuren won Schröder de al bijna verloren gewaande Bondsdagverkiezingen. Duitsland zou zelfs afzijdig blijven, verklaarde hij, als de VN een mandaat voor een aanval op Irak zouden verschaffen. Sindsdien proberen Schröder en zijn minister voor Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, trouw te blijven aan de verkiezingsbelofte en tegelijk de band met de VS zoveel mogelijk te herstellen.

Eendrachtig heeft het duo daarom in de afgelopen maanden de scherpe kantjes van het Duitse 'neen' afgevijld, zonder het principiële standpunt over boord te zetten. In de zomer heette het nog `Duitsland neemt niet deel', nu heet het `Duitsland neemt niet actief deel' aan een oorlog. Deze week maakte minister Fischer in Der Spiegel duidelijk dat Duitsland op zijn minst de optie open houdt om in de Veiligheidsraad in te stemmen met een oorlog die het eigenlijk afkeurt. En de Duitse VN-ambassadeur, Gunter Pleuger, heeft er al op gewezen dat het mogelijk is om in te stemmen met een internationale troepenmacht, zonder er zelf aan deel te nemen. Schröder heeft zijn `Nein' ingeruild tegen een `Jein', schreef boulevardkrant Bild daarom alvast.

De toegezegde militaire assistentie bevindt zich inmiddels op een vergelijkbaar niveau als ten tijde van de eerste Golfoorlog, toen Duitsland eveneens afzijdig bleef. De regering-Kohl oordeelde toen nog dat de grondwet de inzet van troepen in het buitenland verbood, maar deelde wel mee in de kosten van de geallieerde operatie.

Geld is niet beloofd, maar ook deze keer hebben de Amerikanen toestemming om luchtruim, havens en grondgebied te benutten zodat de cruciale bases in Duitsland in een oorlog operationeel kunnen worden. Ongeveer 2000 Duitse militairen zullen helpen met de beveiliging van Amerikaanse kazernes. Israël krijgt bovendien Duitse Patriot-raketten om zich tegen Irakese aanvallen te beschermen en Duitsland heeft geen bezwaar tegen de inzet van Awacs-vliegtuigen – vliegende commandocentrales – die onder de NAVO ressorteren en voor de helft met Duitse soldaten zijn bemand en opereren vanaf Duits grondgebied. Duitse soldaten kunnen zo een belangrijke bijdrage leveren, zonder een stap in Irak te zetten.

Onduidelijkheid is er nog over de toekomst van Duitse marine-eenheden en speciale pantservoertuigen voor de opsporing van ABC-wapens die al in de regio gestationeerd zijn. Hun mandaat is beperkt tot activiteiten in het kader van de oorlog tegen het terrorisme. En een aanval op Irak valt volgens Schröder en Fischer juist niet onder de strijd tegen Bin Laden c.s.

Timing en toonzetting van Schröders `neen' tegen een oorlog deze zomer waren evident geïnspireerd door electoraal winstbejag. Dat neemt niet weg dat het standpunt ook met argumenten werd geschraagd. Oorlog tegen Irak brengt de alliantie tegen het terrorisme in gevaar, niemand weet hoe het met Irak verder moet na de val van de dictator, een nieuwe brandhaard in het Midden-Oosten is onverantwoord gezien de spanningen die het Palestijns-Israëlische conflict al veroorzaakt. Pacifisten in beide regeringspartijen verwijzen steeds naar die argumenten en hameren erop dat Duitsland bij zijn standpunt moet blijven. ,,Je kunt niet voor een oorlog stemmen waar je tegen bent'', zei Hans-Christian Ströbele van de Groenen.

Of het daadwerkelijk tot een nieuwe stemming in de V-raad zal komen is niet duidelijk. Tot voor kort meende Duitsland, evenals Frankrijk, dat resolutie 1441 uit november een aanval op Irak niet kon legitimeren. Inmiddels denkt Fischer daar in elk geval anders over.

    • Michel Kerres