Democraten gaan Bush te lijf, en elkaar

De uitdagers van president Bush melden zich. De tijd voor oppositie breekt aan.

Met de komst van Dick Gephardt en John Edwards begint het dringen te worden in de kleedkamer van Democratische kandidaten voor het presidentschap. George Bush reageert ontspannen, maar de tijd van echte oppositie is aangebroken.

De Republikeinse president is sinds de aanslagen van 11 september 2001 nauwelijks een ontspannen dag in het Witte Huis gegund. Maar de door hem uitgeroepen Oorlog tegen het Terrorisme en de confrontatie met Irak hebben hem ook serieuze kritiek bespaard.

Die vrije doortocht is Bush niet langer gegarandeerd nu steeds meer Democraten een plaats onder de camera's bevechten. De mannen die nu zijn aangetreden met de ambitie het in november 2004 op te nemen tegen Bush, op dit moment de logische kandidaat van de Republikeinen, zullen elkaar bestrijden, maar zich vooral profileren ten opzichte van de president.

John Edwards, de nieuwste en jongste Democraat in de kleedkamer, heeft zich de afgelopen maanden zorgvuldig gepositioneerd om die dubbele aanval te kunnen inzetten. Hij steunde de president inzake Irak. Tegelijk hield hij afstand van Bush' plan tot belastingverlaging, waar vooral de hoogste inkomens van profiteren. Dat soort meer progressieve standpunten komt Edwards nu van pas. Hij presenteerde zich als de kandidaat van de `gewone Amerikaan', geen `insider voor de insiders', zoals hij de president typeerde.

Het wordt een klus dit tot een outsiders-imago uit te bouwen. Edwards, wiens ouders textielarbeider en postbode waren, vergaarde naar verluidt 14 miljoen dollar in zijn twintigjarige praktijk als schadevergoedinsadvocaat in North Carolina. Hij kwam op voor mensen die weinig hadden en waren benadeeld door grote verzekeraars, zegt hij in zijn (voor Democratische kandidaten gunstige) zuidelijke accent.

Tegenover de jongensachtige Edwards, de zuidelijke Kennedy, staan meer ervaren Democratische kandidaten. Alleen Howard Dean, gouverneur van de noordelijke en progressieve staat Vermont, is landelijk onbekend. De andere liefhebbers hebben hun sporen verdiend, in het Congres, en Joe Lieberman (senator voor Connecticut) ook als `running mate' van presidentskandidaat Al Gore in 2000.

Dick Gephardt (61) was dertien jaar leider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden, waar hij er niet in slaagde de meerderheid te heroveren die in '94 verloren ging toen de Republikeinen grote winst boekten onder Newt Gingrich. Gephardt wordt gezien als ervaren en serieus. Ook hij heeft, net als Lieberman en Edwards, de president gesteund in zaken van nationale veiligheid. Maar, anders dan Edwards, kent Amerika hem al zo lang. Hij was al in de race in 1988.

Wat dat betreft is John Kerry (59) een nieuwer gezicht. Hij is weliswaar senator voor Massachusetts sinds 1985, maar hij heeft zich niet eerder in de buurt van het presidentiële podium gewaagd. Hij staat kritischer tegenover het Irak-beleid en heeft het meeste recht van spreken als het gaat over oorlog. Als Vietnam-veteraan geniet Kerry geniet, net als senator John McCain in 2000 bij de Republikeinen, een soort nationaal gezag in zaken van buitenlands beleid. Kerry heeft ook handicaps: hij is getrouwd met ketchup-miljoenen uit de Heinz-familie (geen `regular guy') en hij is afkomstig uit het vooruitstrevende Noord-Oosten, waar geen Democraat het tot het Witte Huis heeft geschopt sinds John F. Kennedy in 1960.

Binnenkort meldt zich naar verwachting ook nog Tom Daschle, de leider van de Democraten in de Senaat. Het wordt druk en spannend. Tenzij De Oorlog ieder serieus debat opnieuw voorkomt.