De terugkeer van de wasserette

Nederlanders zijn zuinige doe-het-zelvers, ook als het om de was gaat. Toch ziet Tijs van den Boomen een groeiend aantal wasserettes: zowel onbemand, als volledige service biedend. Verandert ons wasgedrag?

Een filmgenieke plek is het zeker, de wasserette. Men neme een pijpenla in een volksbuurt, beige tegels op de vloer, een rij wasmachines aan de ene kant, een rij plastic stoelen aan de andere kant. In de Randstad zijn genoeg locaties te vinden waar nog de sfeer van de jaren zeventig hangt, de tijd dat de wasserettes hun hoogtijdagen beleefden. En dan het scenario: vreemdeling maakt zijn entree met een koffer vuile was, taxerend wordt hij opgenomen door de vaste klanten die wachten voor hun draaiende machines, de verwikkelingen kunnen beginnen. Helaas is deze scène ongeloofwaardig geworden: wasserettes zijn tegenwoordig meestal zo goed als leeg.

Het zelfbedieningsprincipe is de afgelopen decennia vrijwel overal verwaterd, feitelijk zijn de meeste wasserettes kleine wasserijen geworden. Het begon ermee dat de eigenaar, die toch in de buurt was om de boel in de gaten te houden, tegen extra betaling de was voor zijn klanten in de machine stopte, droogde en opvouwde. Een volgende stap was dat hij ook klussen begon aan te nemen: de tafellakens van het restaurant om de hoek, de handdoeken van de naburige kapsalon. De klant hoefde niet meer te wachten en de wasserette kon zijn bezettingsgraad verhogen. Veel wasserettes vinden het tegenwoordig zelfs lastig als mensen nog zelf de was willen doen. ,,Alles moet in de molen mee'', zegt Irene Karreman uit Nijmegen, ,,ik heb nog twee oude klanten die er op staan om het zelf in de machine te doen. ,,Niemand hoeft aan mijn vieze was te komen, zeggen ze.''

Wasserettes moesten wel voor bedrijven gaan wassen omdat de particuliere markt in de jaren tachtig en negentig langzaam afkalfde. De welvaart steeg en wasmachines werden goedkoper. Steeds meer mensen kochten een eigen wasmachine, Nederlanders houden tenslotte van doe-het-zelven. Inmiddels is de neergang van de branche tot staan gekomen: het aantal wasserettes is gestabiliseerd op 250 tot 400, afhankelijk van de definitie die je hanteert. Ruim een kwart hiervan zit in Amsterdam, de stad met de kleinste woningen en de hoogste verhuisgraad.

`Bezit is uit, vruchtgebruik is in', luidt het adagium van de moderne economie. Waarom een eigen wasmachine kopen als je de service ook op een andere manier kunt regelen? En dus worden er driftige pogingen ondernomen de wasserette aan te passen aan de 21ste eeuw en zo een nieuwe bloeiperiode in te luiden. Want op papier ligt er een grote markt open: België telt bijvoorbeeld viermaal zo veel wasserettes als Nederland.

PROEFWASSERETTE

Een van de vernieuwingen is de onbemande zaak, eigenlijk een terugkeer naar het oorspronkelijke idee van een wasserette, `een muntwasserij waar men tegen betaling zijn was kan doen'. In Rotterdam Crooswijk zit sinds een jaar Het Waspunt, een demonstratiezaak van een particulier ondernemer in samenwerkig met Electrolux. Zeven dagen per week opent de computer 's morgens om acht uur de voordeur en sluit die 's avonds om acht uur weer, een camera houdt de boel in de gaten. Pictogrammen leggen uit hoe je de machines moet bedienen: in deze veelkleurige buurt zou een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing op te veel onbegrip stuiten. De tegels zijn lichtgrijs, de vouwtafel is van roestvrij staal en de prijzen liggen met 4,5 euro voor 6,5 kilo was net onder de gangbare tarieven in de branche. Naast de traditionele studenten vormen gescheiden mannen een belangrijke doelgroep, maar ook vakantiegangers die met bergen was zijn thuisgekomen, mensen met een kapotte wasmachine en Surinamers, die veel meer wassen dan Nederlanders.

René van der Linden, manager wasserijsystemen van marktleider Electrolux, ziet in de grote steden groeimogelijkheden voor `rock bottom'-wasserettes als Het Waspunt. Daarnaast voorziet hij de opkomst van `drop off'-wasserettes: de klant levert al zijn vuile was af, de wasserette bepaalt wat chemisch moeten worden gereinigd en wat gewassen en gestreken wordt. Naar keuze kan zo'n bedrijf worden uitgebreid met kledingreparatie en de verkoop van tweedehands kleren.

Zo'n fullservice-bedrijf lijkt een logische stap: er is een welgestelde bevolkingslaag die voor convenience wil betalen: tweeverdieners, expats, yuppen. Toch komen deze zaken nog steeds niet echt van de grond. Directeur Jan Paans van Miele Professioneel, de belangrijkste concurrent van Electrolux: ,,Je was thuis in de machine stoppen is niet veel werk, de deur uitgaan wel. Dat gesleep met was blijft een knelpunt.'' Bovendien ziet Paans zo'n drop-off zaak eerder ontstaan in het verlengde van de stomerij dan als uitbreiding van de wasserette. Steeds meer stomerijen hebben de afgelopen jaren al een wasmachine in huis gehaald om dekens en andere grote stukken te kunnen wassen.

ONDERBROEKEN

Henk Nan heeft zowel een stomerij als een wasserette aan de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam-Zuid. Klanten die om fullservice vragen heeft hij genoeg, maar hij springt er niet in: ,,Ik kan geen goed personeel vinden. Het is niet het fijnste werk om in andermans onderbroeken te wroeten, dus dan zit je om de haverklap met verloop.'' Nans wasserette bestaat al dertig jaar, maar hij denkt er hard over om die af te stoten en alleen de stomerij te houden.

Jacques Sassen uit Haarlem, net als Nan in het bezit van een stomerij plus wasserette, ziet de gemaksmarkt ook, maar hij vindt het riskant. ,,Bij zelfbediening nemen mensen zelf de beslissing wat ze hoe heet wassen en in combinatie met wat. Maar als ik het verkeerd doe, of als ik iets kwijtraak, ben ik aansprakelijk. En daarvoor zijn de marges in deze branche te klein.'' En dus beperkt hij zijn service tot de stomerij en tot het wassen en strijken van overhemden. Sinds kort heeft zijn zaak een automatisch afgiftesysteem zodat klanten spullen met een pasje buiten winkeltijden kunnen inleveren en ophalen.

Alle hoopvolle prognoses ten spijt blijken Nederlanders nauwelijks bereid om echt te betalen voor het uitbesteden van hun was. Volgens een onderzoek van de Consumentenbond uit 2001 kost thuiswassen bijna twintig eurocent per kilo. In een wasserette ben je zeventig eurocent tot een euro kwijt, als je het tenminste zelf doet. Wanneer je het laat doen moet je anderhalf tot twee euro neertellen. Jammer voor de Nederlandse scenario-schrijvers, maar voor een Nederlands equivalent van de film My beautiful laundrette zijn we toch echt te zuinig.

    • Tijs van den Boomen