DE ROTTERDAMSE GRACHTENGORDEL

Hoe komt het toch dat Pim Fortuyn het zo goed gedaan heeft in Rotterdam? Zijn partij Leefbaar Rotterdam haalde vorig jaar 17 van de 45 gemeenteraadszetels. Bij de landelijke verkiezingen stemde bijna 30 procent van de Rotterdammers op de LPF. Wat is er met die stad aan de hand?

Een rondgang langs de kleine elite, die woont in wat je de 'Rotterdamse grachtengordel' kunt noemen. Ze maken zich zorgen over de verloedering van hun geliefde stad.

In Café Willens en Wetens aan de Nieuwe Binnenweg is een verjaarspartijtje aan de gang. De cliëntèle bestaat uit volkse blanke Rotterdammers van verschillende leeftijd, nette Feyenoord-aanhang. De jarige is een jong meisje, halverwege de twintig. De surprise act, een trafo van eind vijftig op klompen, gehuld in een roze tutu, steekt met veel misbaar de Nieuwe Binnenweg over. Ze heeft een enorme gestolde gele dot bouwschuim op haar hoofd waarin kerstlampjes zijn gestoken, die binnen aangaan. Met een orkestband zingt ze Duitse liedjes uit de jaren '30.

Vier Hindoestaanse mannen komen binnen. Ze geven geen krimp bij het zien van de feeëriek verlichte purschuimkop, en bestellen gewoon een biertje. De Hindoestanen komen uit Rotterdam, maar wonen nu in Brabant. Ze missen de stad en gaan er af en toe nog stappen. Dit was vroeger hun stamkroeg. 'Rotterdam is onze stad, man! Wij blijven Rotterdammers!'

Ik loop met de Peruaanse Maggy Oliva een groot deel van de tenten op de Nieuwe Binnenweg af. Ze woont zelf in Spijkenisse, Spike City zoals het hier heet, en wil me graag laten zien 'hoe leuk Rotterdam is'. Maggy houdt op straat haar gsm in de hand paraat om snel het alarmnummer te kunnen bellen. 'Dat doen alle vrouwen hier', zegt ze, 'Dit is het Wilde Westen!'

'Ik neem geen Bin Ladens meer mee', zegt de chauffeur van mijn taxi die zich door de Rotterdamse middagspits manoeuvreert. We rijden over de Claes de Vrieselaan richting Maas. De chauffeur is een blanke Rotterdammer van eind vijftig en woont al heel zijn leven in Delfshaven. Bin Ladens? Ik denk aan bebaarde tulbanden met een ongezonde belangstelling voor wolkenkrabbers. 'Marokkanen, Turken, Surinamers, An- tillianen en Kaapverdianen', somt hij op. Hij heeft geen zin meer in 'die shit', rijdt ook alleen nog maar overdag.

's Avonds is gewoon te gevaarlijk. Hij loopt in één keer leeg, als een zak erwten. Hij herkent zijn buurt niet meer. Te veel Bin Ladens, onveilig, smerig en lawaaierig. Hij wil er weg, maar heeft het geld niet. Maar dan grijnslacht de Rotterdammer: 'Toch hou ik van deze kutstad.'

Uit het tweejaarlijkse onderzoek 'Rotterdammers over hun stad' blijkt dat een groot deel van de Rotterdammers chronisch ontevreden is over de stad. Driekwart van de bewoners voelt zich vooral onveilig, de helft voelt zich niet thuis in zijn eigen wijk. Het taaie ongerief komt ook door de junks, de zwervers en het vuil. Maar desondanks voelt negen op de tien Rotterdammers zich gelukkig.

Rotterdammers kankeren met reden. Volgens de Misdaadmeter van het Algemeen Dagblad is Rotterdam de 'onveiligste stad' van Nederland. En daar komt bij dat de Rotterdamse politie ook nog eens buitengewoon weinig geweldsmisdrijven oplost. Volgens het cbs staat het korps met 20 procent opgehelderde misdrijven op de laagste plaats. Amsterdam, toch ook geen dorpsidylle, scoort 42 procent. 'De dagelijkse shit die de bewoners meemaken, is jarenlang gebagatelliseerd. De politici zien dat niet', zeggen de Rotterdammers die ik spreek. Ze hebben totaal geen vertrouwen in de politie. Begin vorig jaar kwam de woede en frustratie naar buiten. Ruim 30 procent van de Rotterdammers, waaronder veel allochtonen, stemde op Pim Fortuyn en Leefbaar Rotterdam.

De demografische kenmerken van Rotterdam zijn bijzonder. De stad heeft een 'krankzinnige' bevolkingssamenstelling, zegt voormalig Journaal-hoofdredacteur Nico Haasbroek. In de jaren '70 en '80 trok de blanke middenklasse massaal naar randgemeenten als Ommoord, Alexanderpolder en Capelle a/d IJssel, 46 procent van de bevolking is allochtoon, in de binnenstad is dat zelfs 52 procent. In de stad wonen relatief veel oudere mensen. Van de Rotterdammers is 35 procent aangewezen op een uitkering (inclusief de wao). Twee op de vijf bewoners heeft niet meer dan lagere school of lbo. Nico Haasbroek: 'Mensen met hersens, de academici, het kader, zijn in de minderheid hier. Die wonen - ik overdrijf het allemaal een beetje - bovendien niet in Rotterdam, maar vooral in Kralingen en Hilligersberg.'

Niet alle 'mensen met hersens' trokken weg uit de stad. Neem Haasbroek zelf, al heeft hij 'alleen Mulo-A met minderwaardigheidscomplex'. Hij woont op de Mathenesserlaan in het 'wilde westen' en vindt Rotterdam 'behoorlijk problematisch'. 'Maar wij hebben er bewust voor gekozen om in een gemengde buurt te wonen: arm, rijk, slim, dom, dik, dun, blank en zwart. Dat is wat wij Fellini noemen. Ik vind dat leuk.'

Het gaat in dit verhaal om de mensen die blijven, ondanks het taaie ongerief, de mensen die sjeu aan de stad geven. Je zou ze met enige fantasie de Rotterdamse grachtengordel kunnen noemen. Maar ze zijn aardser, minder wereldvreemd en arrogant dan hun tegenhangers uit die 'kabouterslaapstad Amsterdam'. Ze doen veel dingen samen, een feestje is snel gebouwd.

'Je komt hier snel met elkaar in contact. Dat is de charme', zegt Ted Langenbach, organisator van grote dance-feesten in de club Now & Wow. 'In de Albert Heijn op de Binnenweg kom je binnen tien minuten Marcel Möring, Nico Haasbroek, Jules Deelder en Loes Luca tegen. Het is hier heel down to earth. En er is veel positieve energie. Als je ondernemend bent, kun je snel dingen voor elkaar bakken.'

Ze houden van Rotterdam, willen er eigenlijk geen kwaad woord over horen, maar zitten dicht bij het vuur en sluiten hun ogen niet voor de problemen. 'De grote clashes beginnen in Rotterdam', constateert mode-ontwerpster Marlies Dekkers. 'Daarom had Pim Fortuyn zijn eerste successen in deze stad. Hier is de beerput opengegaan. Daardoor snappen Rotterdammers wat er aan de hand is.'

Zeventien matrozen

'Rotterdam is altijd een hele goeie stad voor slecht nieuws geweest', zegt Wilfried de Jong. 'Het is een rauwe, rare stad waar dingen snel naar de oppervlakte komen.' De Jong (44) vormde twaalf jaar lang een theaterduo met Martin van Waardenberg en is programmamaker voor Radio Rijnmond en de vpro. We praten op het terras van Café Rotterdam op de Kop van Zuid, in de oksel van de Maas en de Erasmusbrug. Het is zondagmiddag twaalf uur, eind september en prachtig nazomerweer. 'Slecht nieuws is natuurlijk ook vele malen interessanter dan het feit dat we hier op een fantastisch terras zitten met een waanzinnig mooie brug voor onze neus.'

Wilfried, een geboren en getogen Rotterdammer, woont zelf ook op de Kop van Zuid. Hij heeft een mooi huis, genoeg geld, voelt zich niet onveilig en is gelukkig. 'Maar als ik in de Millinxbuurt zou wonen, zou ik er waarschijnlijk anders over denken.'

Dat Rotterdamse onbehagen heeft ook met de grote stad in het algemeen te maken, denkt hij. 'Als ik hier 's morgens de Erasmusbrug overga, sta ik soms zo lang in de file, dat ik denk: godverdomme, in een dorp had ik al lang lazarus kunnen wezen. Wat een kutstad!'

'In Rotterdam moet je de leuke plekken ook echt weten. Soms zie je nog wel eens zeventien van die matrozen met witte petten door de stad lopen. Ze willen de bloemetjes buiten zetten. Je gaat er bijna een zeemanslied van fluiten. Maar die matrozen zoeken zich een ongeluk. Waar moeten ze heen? Er is hier heel veel niemandsland, stukken niksigheid. Maar ik hou zelf wel van dat onaffe.'

Rotterdam is ook de stad waar 750.000 mensen op het tropisch carnaval afkomen en de stad die uitloopt als de gracieuze pyloon van de Erasmusbrug wordt binnengevaren. 'Rotterdammers kunnen heel erg ontroerd raken door staal, die staan daar met een dikke strot naar te kijken. Een buitenstaander begrijpt dat niet. Het is een heerlijke stad, waar je goed kunt uitgaan en eten. Er hangt een fantastische opgewonden sfeer, waarin je kunt gedijen. Ik sta voor het stoplicht en dan komt er zo'n wagen naast me staan met van die subwoofers. Doeff! Doeff!, waardoor de achterbank bijna op de beat naar buiten wordt gedrukt. Maar ik kan ook naar het Gergijev Festival of naar een volstrekt onbegrijpelijke voorstelling in de Schouwburg van één of andere weggelopen Oost-Duitser. Dat is het verhaal: Het is heel erg klote en heel erg leuk. Ik wil absoluut oud worden in deze stad.'

Swingende straatvegers

Recep Aluc (40) gaat ook nooit meer weg. Recep is eigenaar van restaurant Zenne op de Willemskade, tegenover de Kop van Zuid. We zitten voor zijn restaurant. Voortdurend wordt hij gegroet door passanten. We kijken uit op de Erasmusbrug, Hotel New York en Las Palmas en zien de watertaxi's als horzels over het water schieten. Een wagentje van de reiniging stopt voor ons. Vier vuilnismannen, vier nationaliteiten, allemaal zwart. Uit de luidsprekers golft keiharde Hindoestaanse muziek, swingend vegen ze de straat. 'Dat is toch prachtig man!'

In de zomer drijft Aluc zijn restaurant in een witte tent, dertig meter verder aan de rivier. Op die plek begon hij Zenne vijf jaar geleden, met vijfhonderd gulden. De Turk uit Istanboel houdt hartstochtelijk van de 'Maasporus', die de herinnering aan de Bosporus levend houdt en zijn heimwee verzacht.

Recep kwam op zijn zestiende naar Rotterdam, waar zijn vader toen al jaren werkte als slijper bij de werf Wilton-Feijenoord. 'In Rotterdam werkte papa. Daar kwamen de cadeautjes vandaan. Rotterdam was voor mij Sinterklaas.'

Hij ging bij de Hema werken als afwasser en werd kok. Hij leerde stamppotten maken, oliebollen, kroketten en worst. Na tien jaar was hij de consulent van 26 chef-koks van Hema-filialen door het hele land. Hij werd geslaagd horeca-ondernemer, spreekt uitstekend Neder- lands, is voor de tweede keer met een Nederlandse vrouw getrouwd en heeft een heel gemengde vriendenkring. Maar hij vindt zichzelf niet uitzonderlijk. 'Ik ken veel Turken zoals ik, heel veel. Maar we zijn onzichtbaar. Er is iets veranderd. Nu pas komt de nrc naar me toe, vroeger was dat het stadsblad, snap je?'

'Denken doe je eerst in beelden, en daarna pas met woorden', zegt hij. Hoe verbeeldt een ingeburgerde Turk zijn Oranjegevoel? Door een speelsigheid: een vlag met de Turkse sikkel en ster op een oranje in plaats van een rode achtergrond. Die vlag hees hij in Zenne tijdens het Wereldkampioenschap, toen het Turkse elftal tegen Duitsland moest spelen. Hij bleef er de hele zomer hangen, en maakte bij Nederlanders en Turken veel positieve reacties los. Hij ontving ook dreigbrieven en boze telefoontjes van jonge Turken, hoe hij het in zijn harses haalde om de Turkse vlag te bezoedelen. 'Kun je ook in het Nederlands schelden?', zei Aluc dan. 'Ze begrepen de vraag niet eens. Als jij je eigen land niet los kunt laten en je wilt geen Nederlands leren, dan moet je opdonderen. Zo denk ik erover. Mijn personeel moet van mij ook Nederlands leren en dan bedoel ik geen Tarzan-taal. Dat is de normaalste zaak van de wereld.'

Aluc schreef een boek over de historie van Schiedam, waar hij woonde. De uitgave financierde hij zelf. Elke pasgeboren Turkse baby in Schiedam kreeg het cadeau. Want ook migranten moeten de geschiedenis kennen, vindt hij.

Spergebied

'Illegale Bulgaren die op een designbankje van Philip Starck zitten te wachten tot ze geronseld worden. Dát is Rotterdam', zegt Gina Kranendonk. 'We zijn in Rotterdam heel veel met vorm bezig, niet met inhoud.' Ook Kranendonk (41) heeft gespleten gevoelens over de stad. Ze woont in een mooi huis op de Claes de Vrieselaan, maar dat ligt wel midden in het 'spergebied' zoals ze het noemt. In dit zogeheten veiligheidsrisicogebied in de wijken Middelland en het Nieuwe Westen, liggen ook de Mathenesserlaan, Heemraadssingel, Nieuwe Binnenweg, Rochussenstraat, en 's-Gravendijkwal. In deze zone mocht in de herfst op gezette tijden 's avonds 'preventief gefouilleerd' worden. Dan is een indrukwekkende politiemacht op zoek naar wapens, drugs en criminelen.

In een jaar tijd werden hier 67 wapenincidenten, 147 straatroven en 263 andere geweldsdelicten geregistreerd. Een dag voor ons gesprek was er een 'afrekening' op het Weena, waarbij een dode viel. De avond erop moet de fouilleeractie worden afgebroken, vanwege een gijzeling bij coffeeshop Miami in de Passerelstraat achter de Heemraadssingel, waarop een vuurgevecht met de politie volgt. In de Saftlevenstraat, vlakbij de Mathenesserlaan, werd de avond daarna een 43-jarige Rotterdammer neergeschoten. En twee dagen later, op zaterdagnacht, worden drie portiers van discotheek Vibes op de Westersingel neergestoken door vermoedelijk illegale Afghanen.

Kranendonk is moeder, fotografe en filmmaakster. Ze is gefascineerd door botanische tuinen en maakt een film over boompioenen in China. Achter haar huis heeft ze een botanische lusthof van dertig meter diep. Dit is haar hortus conclusus, haar schuilplaats. 'Ik speel hier landgoedje. Dat is voor mij de deal, de uitruil. Hierachter kan ik de bonte specht beloeren, aan de voorkant is het spergebied en rijden de me-wagens.'

Als Kranendonk een goeie dag heeft, speelt ze toerist in eigen stad. Op zaterdag gaat ze naar de markt op de Blaak en heeft ze binnen een uur de hele wereld in haar tas zitten. Ze wordt vrolijk van de oude Surinamers die met hun kooitjes met zangvogeltjes op de West Kruiskade staan. Ze laaft haar geest in Boijmans van Beuningen, het Architectuurinstituut, boekhandel Donner. Als haar auto weer gejat is of er is ingebroken, dan heeft ze een slechte dag. Dan ziet ze de niet aflatende onbeschoftheid, de junks, het gehossel en gezeik. Dan wordt ze doodmoe van al die kerels 'die met hun grote dikke lul' met tachtig kilometer per uur door haar straat scheuren. Dan beseft ze weer dat haar twee 'heerlijke binken' van drie en zes niet eens op straat kunnen spelen, omdat er gewoon te veel gekken rond lopen, van het ene shotje naar het andere.

'Iedereen aan de grote straten woont hier geweldig, als je die zijstraatjes ingaat is het een puinhoop. Het is hier Zuid-Afrika. Zwart en blank zijn gescheiden. Al onze kinderen - ik hoor het mezelf zeggen - zitten allemaal op dezelfde Montessori-school aan de Essenburgsingel. Dat is het creatieve schooltje, de blanke vesting van de culturele middenklasse.' Haar prachtige tuin grenst aan een 'flatgebouw met allochtonen'. 'Vooral in de zomer is het hier een kakofonie. Dan ga ik naar mijn zomerhuisje. Dat doen de meeste mensen hier. Ze gaan naar de volkstuinen. Dat zijn de blanke enclaves.'

Drugsgeld

Kranendonk heeft ook goede contacten met buitenlandse buren, maar bij sommige allochtonen ziet ze een onoverbrugbare afstand. 'Als ik naar de speeltuin ga, dan zie ik die moslimvrouwen zitten. Je kunt er niet mee praten. Ik til hun kinderen op als ze vallen, omgekeerd doen zij dat nooit. Of ze het niet durven of dat het ze worst zal wezen, ik weet het niet. Nooit geven ze een aai over de bol van mijn kinderen, nog nooit hebben ze spontaan iets liefs gezegd over mijn binken. Dat is weird.'

Ze ergert zich ook aan de onbeschoftheid van veel allochtone jongens. 'Met die meiden zie ik het wel goed komen, maar die Marokkaanse jongens zijn losers. Ze rijden wel heel hard rond op hun scooters, maar ze staan stil.'

Het grootste probleem zijn de verslaafden in de buurt. 'Het is vooral ook het gedoe er omheen. De ruzies op straat, het gezeik in auto's voor je deur, de auto's en fietsen die aan de lopende band gejat worden. Dat hele gehazzle. We zijn het helemaal zat. Nergens in Nederland rijden er zoveel dure Mercedessen en bmw's rond als op de Middellandstraat en de West Kruiskade, hier om de hoek. Dat is allemaal drugsgeld en het ontwricht die stad. Ik zie het aan die Marokkaanse jongetjes die hier de nrc rondbrengen. Het zijn echt lieve bezorgertjes. Ze beginnen goed. Dan gaat het op gegeven moment mis en worden ze geronseld als drugskoerier.'

'Iedereen die hier de vijftig nadert, gaat weg. Elke vijf jaar is er een wisseling van de wacht. De dertigers nemen het weer over. Die hebben er helemaal zin in. Jonge stellen die hun hele pand laten verbouwen door illegale Polen. Maar over tien jaar is hun auto drie keer gestolen, zijn ze acht keer beroofd en moe van het oprapen van de stront. Dan gaan zij ook weer weg. En dan is dit nog een gemengd buurtje. Het is hier nog lang niet zo erg als in Spangen.'

Zo'n jonge nieuwkomer is Ruby van der Munckhof (29). Ze is architecte en woont sinds 1997 in de Joost van Geelstraat, een zijstraatje vlakbij Kranendonk. 'Bij mij in de buurt gaat het heel goed', vertelt Van der Munckhof. 'Met mijn Hindoestaanse buurman heb ik een goede relatie. Ik was totaal verbaasd - dat klinkt verschrikkelijk als ik het zeg - toen ik hem zijn voordeur zag schilderen. Hoe kwam dat? Hij had gezien dat zijn Hollandse buren hun huis hadden opgeknapt. Het gaat ontzettend traag, maar er gebeurt wel wat.'

Links-liberaal

Ook Marlies Dekkers (36) ziet de trek vanuit de zijstraten naar de Mathenesserlaan en de Heemraadssingel, dan naar Kralingen en tenslotte echt naar suburbia. Marlies is mode-ontwerpster, zakenvrouw en moeder van een dochtertje. Ze ontwerpt lingerie waar ze wereldwijd succes mee heeft. Ze komt uit het Brabantse Oosterhout. Haar bedrijf zit op de Mathenesserlaan, zelf woont ze in zo'n zijstraat, de Hooidrift in het Nieuwe Westen. 'De Mathenesserlaan, dat is de blanke Rotterdamse grachtengordel. Maar de zijstraatjes zijn voor 98 procent buitenlands. En de multiculturele samenleving werkt niet. Als mijn dochtertje op straat speelt, is zij het enige blanke kindje. De straat is van de gekleurde kinderen en de blanken brengen hun kinderen naar de privé-tuinen. Alleen de echte diehards blijven hier nog wonen.'

Dekkers kwam twaalf jaar geleden naar Rotterdam. Als links-liberaal worstelde ze met de multiculturele dilemma's. Ze zag de problemen, maar durfde niets te zeggen. Je was al snel een racist. Drie jaar was ze er verschrikkelijk depressief van. Ze liep als een bange muis door de stad, haar ogen op de straat gericht. 'Iedereen was allochtoon, allemaal eng. In die fractie van een seconde dat je iemand aankijkt, ben je op zoek naar verbondenheid. Maar ik snapte niet wat ik in die ogen moest lezen, behalve dan dat ik een prooi was. Daar werd ik niet gelukkig van. Maar ik moest er doorheen, anders moest ik weg. Nu kan ik het onderscheid maken, kan ik de lichaamstaal lezen en kijk ik iedereen gewoon aan.'

Het ligt allemaal heel ingewikkeld, constateert Dekkers. De Nederlanders zijn door de opkomst van het individualisme ook veranderd. Daar is iets verloren gegaan. Ze veegt haar eigen stoep niet, is na jaren nog steeds niet bij de buurvrouw op de koffie geweest. 'Ik doe er zelf niets voor. Maar negen van de tien keer lag je ook verlamd van angst in je hok. Ik heb hier in tien jaar nog nooit een politieagent gezien.'

Dekkers steekt ook de hand in eigen boezem, probeert zichzelf te betrappen. 'Laatst heb ik bijvoorbeeld een moslimvrouw gegroet op straat. Mijn man viel van zijn stoel, toen ik het vertelde. Ik had gewoon echt contact. Dat kwam omdat ze haar stoep aan het vegen was. Door dat oer-Hollandse tafereel vond ik ineens aansluiting. Het zijn hele kleine dingen die bepalen of je je goed voelt in een stad of niet.'

Maar laatst bezocht Dekkers Hollandse vrienden aan de Vecht. De buurman kwam langs om even gezellig een praatje te maken. 'Ik schrok gewoon. De tranen sprongen in mijn ogen. Ik heb dat twaalf jaar niet meer mee-gemaakt. Die onschuld is iets van heel lang geleden, uit mijn kindertijd. Je realiseert je ineens hoezeer die stad je ontwricht. Als ik mijn huis in wil, moet ik zes sloten openmaken. Ik ga nu toch ook verhuizen naar de Mathenesserlaan.'

De multiculturalisten

'Het is angstaanjagend hoeveel scheidslijnen er door de stad lopen. De cohesie is volledig weggevallen. Het is een stad van apartheid geworden', zegt Sylvain Ephimenco (46). Hij woont op de Heemraadssingel, misschien wel de mooiste laan van Rotterdam, eigenlijk een langgerekt park met vijvers, dat loopt van noord naar zuid, met aan weerszijden prachtige herenhuizen. Maar de Singel ligt voor een groot deel midden in het 'spergebied'. Ephimenco is publicist/columnist voor Trouw, NRC Handelsblad en TV Rijnmond. Hij werd geboren in Algerije, ging als zesjarig jongetje naar Frankrijk en woont nu ruim twintig jaar in Nederland. Zes jaar geleden verhuisde hij naar Rotterdam. Ephimenco noemt het de 'gelukkigste tijd van mijn leven.'

Maar als zijn vrouw sexy kleding draagt, wordt ze op de markt regelmatig door Marokkaanse jongens bespuugd en uitgescholden voor kankerhoer. 'Als er te veel van die jongetjes komen, vertrek ik. De onverschilligheid tussen de bevolkingsgroepen is al heel ver doorgeschoten. De groei van het aantal hoofddoekjes is schrikbarend. Vrouwen met hoofddoeken zullen jou absoluut nooit aankijken, ook nooit dag zeggen. Voor hen besta jij niet, want je bent een man. Aan zo'n cultuur moet je nooit toegeven.'

Het basisidee van de multiculturele samenleving is dat alle culturen min of meer gelijkwaardig zijn, zegt Ephimenco. Hij noemt dat 'een gruwelijk en rampzalig denkbeeld'. Hij is een fel tegenstander van de 'multiculturalisten'. 'Dat zijn de Rosenmüllers, de Marcel van Dammen, de Femke Halsema's, mensen van zogenaamd linkse signatuur. De mensen die zelf in een blanke buurt wonen en de zegeningen van de multiculturele samenleving bezingen. Die jarenlang tegen nieuwkomers riepen: ”Wij zijn maar domme Nederlanders. Je hoeft geen Nederlands te leren. Integreer maar met behoud van eigen identiteit.” Ik chargeer nu even. Dat zijn dezelfde mensen die vonden dat de bewoners in de oude wijken hun bek moesten houden en anders waren ze racisten.'

Ephimenco is helemaal voor een harmonieuze multi-etnische samenleving, maar er moet een element zijn dat iedereen verenigt. 'En dat zijn de monoculturele waarden die Nederland al honderden jaren koestert. Waarden over gelijkheid van man en vrouw, die ook tot het linkse gedachtegoed behoren. We zullen een vrij en open debat moeten voeren, vooral met een deel van de islamitische gemeenschap. Als dat niet gebeurt, gaan we een verschrikkelijke tijd tegemoet. Ik ben bang voor radicalisering en structureel geweld, vooral in de grote steden. Misschien niet nu, maar wel over vijf of tien jaar.'

Die radicalisering was op 6 mei vorig jaar plotseling heel dichtbij, denkt Recep Aluc. Hij is van huis uit moslim, maar gelooft al heel lang niet meer in God. Hij had afstand genomen van de imams en bad nooit meer. Tot 6 mei vorig jaar. 'In de eerste uren na de moord op Pim heb ik gebeden dat de dader geen Marokkaan of een Turk was, want dan hadden wij hier in Rotterdam een Kristallnacht gehad. Dat weet ik zeker. Ik had de tickets naar Turkije al klaar liggen.'

Turkse vlag

Aluc stemde bij de verkiezingen op GroenLinks, maar op 6 mei gaat hij in zijn restaurant voor Pim Fortuyn zijn oranje Turkse vlag hijsen als symbolisch eerbetoon. 'Ik had Pim helemaal begrepen, ik wist al heel lang wat hij beweerde. Wat hij over imams en de islam zei was gewoon waar. Die PvdA moest een keer weg. Ze hebben die hele maatschappelijke verschuiving niet willen zien. Nederland was zwanger van de sociale paniek. Toen de weeën begonnen, is de moeder gedood. Dat was Pim, de eerste zwangere homo van Nederland. Pim Fortuyn zal altijd in onze hoofden blijven.'

Ephimenco heeft een foto van de vermoorde Fortuyn uit de Volkskrant op de deur van zijn werkkamer geprikt, om hem elke dag te herinneren aan de 'enormiteit' van die gebeurtenis. En als veel Rotterdammers stond hij te applaudisseren toen zijn lijkwagen voorbijkwam. 'Ik had kritiek op Pim. Ik vind niet dat je mensen moet kwetsen. Je kunt niet zeggen: ”De islam is achterlijk.” Wel dat ze sterk zijn achtergebleven in hun ontwikkeling. Ik ben er ook van overtuigd dat hij er een puinhoop van gemaakt zou hebben. Maar ik heb hem verdedigd toen hij een fascist werd genoemd en met een aantal dingen was ik het gewoon eens.'

Je hebt twee soorten mensen, vindt Nico Haasbroek. Je hebt mensen die zeggen: ik discrimineer nooit. 'Dat zijn de mensen die schande roepen, een grote mond opzetten. Maar die wonen allemaal buiten de buurten waar het speelt. Zij kunnen zich dat standpunt veroorloven. Je hebt ook mensen zoals ik, die denken: misschien discrimineer ik zelf ook wel of vind ik buitenlanders eng. Die bereid zijn daarover na te denken, contact te zoeken en er wat aan proberen te doen. Je gaat dan heel anders tegen buitenlanders aankijken en dan begrijp je ook waarom veel van hen op Pim Fortuyn hebben gestemd. Zij hechten namelijk net zo aan orde en veiligheid als wij.'

Links stemmen

De meeste mensen die ik spreek hebben links gestemd: sp, GroenLinks en zelfs nog steeds de PvdA. En tegelijkertijd bewonderen ze Fortuyn omdat hij de problemen durfde te benoemen. Gina Kranendonk is één van de weinigen die Leefbaar Rotterdam en lpf stemden. 'Ik heb altijd sp gestemd, maar ik had het zo gehad met die bestuurders hier. Het interesseert ze geen ene moer hoe het gaat in deze stad. Iedereen in mijn wereldje, mijn sociale klasse, is boos op me, inclusief mijn man die ook sp stemde. Niemand van de culturele elite heeft op de lpf gestemd, tenminste dat zeggen ze. Ze blijven stemmen op de PvdA die veertig jaar lang verantwoordelijk was. Ze zijn allemaal heel erg tegen de Leefbaren, zeker nu lr in de cultuur dreigt te knippen. Kombrink en de PvdA hebben goede dingen gedaan, maar de koek is nu op.'

Dat vindt ook Cees van Wijk (58), die als PvdA'er zelf medeverantwoordelijk was. Hij woont sinds 1965 in Rotterdam, in 1974 verhuisde hij van het Oude Westen naar de Witte de Withstraat. Van Wijk is beleidsambtenaar bij de gg&gd, werkt voor een hele reeks culturele stichtingen, was een aantal jaren landelijk voorzitter van het coc en van 1978 tot 1986 voorzitter van het gewest Rotterdam van de PvdA.

Begin vorig jaar heeft hij na 33 jaar zijn lidmaatschap van de PvdA opgezegd, een emotionele stap. 'Dat was vooral vanwege de uitspraken van Melkert over Fortuyn. Ik ben absoluut niet lpf, maar ik kon niet meer bij de PvdA blijven als er zoveel onzin wordt uitgekraamd.' In zijn woonkamer staan nog foto's van hem met Den Uyl. 'Mijn rotsvaste geloof in de maakbare samenleving heb ik definitief verloren. De PvdA ligt volledig op zijn gat, is in mijn ogen reddeloos verloren. In Rotterdam hebben ze nog maar tweeduizend leden. Dat is dramatisch. Er is geen perspectief, geen leiding. Er zijn te veel mensen met boter op hun hoofd. Daar reken ik mezelf trouwens ook toe.'

'Ik heb tien jaar met Pim in de kroeg gezeten. Ik zei wel eens tegen mijn partijgenoten dat ze moesten nadenken over wat Pim zei. Dat was volstrekt ondenkbaar. Je was meteen verdacht.'

Van Wijk kan zich de rassenrellen in de Afrikaanderwijk herinneren, in 1972. 'Met die signalen is nooit wat gedaan. Toen wij na die rellen in 1973/1974 voorstelden om een spreidingsmodel toe te passen, werden we door de rechter teruggefloten. Bij de landelijke PvdA was het ook volstrekt onbespreekbaar. Wij zagen toen al, dat de beter opgeleide autochtonen uit de oude wijken vertrokken naar de betere buurten. Ingrijpen mocht niet. Dat was discriminatie.'

Hij zag ook dat er na de stadsvernieuwing in de Witte de With-buurt witte en zwarte straten ontstonden. 'Als er geen officieel beleid is, dan wordt het op een lager niveau evengoed gestuurd door de ambtenaren en bewoners. Dan krijg je vanzelf segregatie. Dat er de facto geen integratiebeleid was, mag je de politiek heel erg nadragen. We hebben onze oren te veel laten hangen naar de linkse knollentuin. Ik heb zelf ook te weinig gedaan.'

De oude wijken

'When black moves in, white moves out!', zegt Lloyd Beaton (33). 'Zo gaat het altijd.' Beaton is organisator van grote r&b-feesten in De Doelen en Night town, een van de vele jongere culturele allochtone ondernemers in de stad. Lloyd, geboren in Paramaribo, kwam op zijn derde naar Nederland. Op zijn dertiende ging hij in het Oude Westen van Rotterdam wonen. Halverwege de jaren '80 verhuisde hij naar Hoogvliet, een van de Rotterdamse randgemeenten die nu nagenoeg volledig 'zwart' zijn. 'In Hoogvliet is alles begonnen voor mij. Dat was gewoon pret. Toen ik daar kwam, was het nog een gemengde wijk, maar dat veranderde snel. Die wijk was al afgeschreven. Dan geven ze de allochtonen de schuld van de verpaupering. Dat is natuurlijk bullshit! Iedereen werd daar gewoon neergepleurd. Dat werd ook vet gestuurd, man. Natuurlijk ben ik voor spreiding op grond van etniciteit. Daar is niks mis mee. Maar als je zegt dat die multiculturele samenleving geflopt is, dan maakt me dat ook pissig. Want daarmee zeg je: je doet het niet goed. Eigenlijk sla je me dan in mijn gezicht, snap je? En ik doe juist ontzettend mijn best om het goed te doen. Ik kwam hier heel jong en heb veel van de Nederlandse samenleving meegekregen. Ik zie dat als een voordeel. Eigenlijk moet je gewoon in de eerste plaats Nederlander zijn. Je moet dat met zijn allen zijn. Maar ik ben en blijf altijd een allochtoon. Het maakt geen moer uit hoe goed je het doet. Voor mij is dat geen probleem, want ik ben groter dan dat. Ik hoef ook niet iedereen te pleasen.'

Wilfried de Jong woonde vanaf zijn 23ste achttien jaar in het Oude Noorden. Het was een 'wereldwijk' voor hem, een bron van inspiratie. Hij vertrok er uiteindelijk omdat hij een groter huis zocht. Door de jaren zag hij de buurt veranderen. Steeds meer buitenlanders streken er neer. Omdat hij een buurtkrantje maakte, zag hij meer dan anderen. 'Op actievergaderingen was zoiets als spreidingsbeleid absoluut onbespreekbaar. Maar de oude wijkbewoners voelden dat het niet goed ging. In het begin denk je nog: het loopt allemaal wel los. Op een gegeven moment ontstaat de irritatie over wat er allemaal mis is in zo'n wijk: de slechte huizen, de onderlinge spanningen. Oude buurtwinkeltjes maakten plaats voor Turkse koffiehuizen en bakkers.'

Op een bepaald moment kon hij geen krant meer in de buurt kopen en geen bruinbrood. Ook dat irriteerde. 'Mensen gaan jou dan vertellen: ”Turks brood is toch wel erg lekker. Mooi rond en zo.” Dat mag dan wel zo wezen, maar daar gaat het helemaal niet om. Ik wil gewoon een halfje knip met oude kaas om de hoek kunnen kopen. Zo ben ik opgevoed. Het was een vloek als je dat zei. Dat mocht toen al niet meer. Dat is dan in een notendop wat er gebeurt in zo'n wijk. Het verdwijnen van bruinbrood staat voor iets heel groots.'

Deurbeleid

'De multiculturele samenleving werkt niet, de integratie is mislukt', hoor ik van de meeste mensen met wie ik praat. 'Maar in het uitgaansleven en in de sport werkt het wel', voegt iedereen er meteen aan toe. 'Er zijn plekken waar het wel lukt, waar alles naast elkaar zit', zegt Marlies Dekkers, 'En dan is het ook meteen geweldig. Dat is ook wat mij in deze stad houdt. Als in Rotterdam iets opent, is het meteen van iedereen. Het is hip en tegelijkertijd niet. Juist door die multiculturele mix is het uitgaansleven erg interessant in Rotterdam.'

Voorbeelden zijn Hotel New York op de Kop van Zuid, hotel-restaurant Bazar en Bar p in de Witte de Withstraat, Night Town op de West Kruiskade en vooral ook de club-scene die zich nestelde in voormalige bioscopen en pakhuizen in de stad, zoals Thalia, Off-Corso, Las Palmas en Now & Wow.

'De dj's en de muziek zijn erg belangrijk in dit verhaal. In Now & Wow komen mensen van alle culturen. Ze zijn aardig voor elkaar, er wordt niet gevochten. Je merkt dat ze dingen van elkaar overnemen. Daar zijn de voorwaarden geschapen.'

'Je moet sferen scheppen waarin mensen vanzelf bij elkaar komen', vertelt Ted Langenbach (43) van Now & Wow, 'Op die manier kan je de monoculturen uitwassen. Je kunt het niet afdwingen. Dat heb ik ook altijd tegen de politiek geroepen.' Iedereen kent Ted mtc zoals hij in Rotterdam bekend staat. De geboren en getogen Rotterdammer is een flamboyante verschijning. Hij is een onstuitbare prater, de bedenker en artistiek leider van Now & Wow, gevestigd in het voormalig pakhuis, een enorme bakstenen burcht aan de Lloydstraat. De club vond zijn oorsprong in de mtc Parties (Music Takes Control) die Langenbach in de tachtiger jaren organiseerde. Hij heeft nu 'een gouden tent'. Op de Speedfreax-feesten, 'de ultieme cross-over van house, dance, arrenbie, drum and bass', komen vierduizend man af.

'In het uitgaansleven zie je dat men elkaar inspireert en tolereert. Bij Speedfreax zie je de menging: homo's, lesbiennes, jonge Turkse vrouwen, Kaapverdianen, Marokkanen en Antillianen. Wij moeten het ook van die mix hebben. Als we alleen de blanke elite trokken, stonden hier op zaterdagavond maar achthonderd man. Je kunt geen negers of blanken gaan tellen. Je zet een bepaalde sfeer neer. Dat doe je ook met de muziek.'

En met het deurbeleid. Evelien, een fragiele vrouw met kort blond haar, is de door bitch. Geassisteerd door vijf kamerbrede jongens bepaalt zij wie er wel of niet binnenkomt. Er geldt een kledingcode. Siliconenbimbo's met dunne wenkbrauwen en leggings zijn niet welkom, evenmin als bodybuilders, andere macho's, 'Marokkaanse billenknijpers die meisjes lastig vallen', agressieve en boze mensen. De bezoeker moet ook door detectiepoortjes. 'Er komt geen stuk ijzer naar binnen.'

Langenbach ziet de ambitie in de stad en doet er ook iets mee. 'Ik was ontevreden over Rotterdam, ik wilde iets positiefs toevoegen, dat anderen kan inspireren.' Maar hij ziet ook het verval, kan Rotterdam enorm haten. 'Ik heb PvdA gestemd. Maar je hoeft geen Fortuynist te zijn om de problemen te zien, de segregatie, de zwarte en blanke wijken. Ik woon op de Kruiskade. Als ik daar of op de Westersingel loop, zie ik geen normaal mens. Alleen junks, zwervers en randdebielen. Het is er heel naar. Ik loop daar al veertig jaar, dus ik ben niet bang. Maar oudere mensen durven echt de straat niet meer op. Rotterdam is ook heel hard geworden. Ik lig daar wel wakker van. Als die verharding zich doorzet, moet ik er niet aan denken dat ik op mijn zestigste nog in Rotterdam zou wonen. Dat ik met een stok op de Hooidrift rondloop en wordt uitgekafferd door de derde of vierde generatie allochtonen. De integratie op straatniveau en in het sociale leven is totaal mislukt in Rotterdam. En een groot deel van de allochtonen integreert onderling ook niet. Ga maar eens op vrijdagavond op de Lijnbaan kijken. Alles staat apart hoor! Marokkanen bij de Marokkanen, Antillianen bij de Antillianen. Je ziet ook veel wrijving en afgunst tussen die verschillende groepen.'

Siberische ijssalon

Ik ga op vrijdagavond op de Lijnbaan kijken, het grote winkelcentrum in het centrum. Het is er donker, er zijn nauwelijks cafés, op veel plekken hoor je alleen je eigen voetstappen, 's avonds is de Lijnbaan zo gezellig als een Siberische ijssalon. Maar toch hangen en lopen er veel groepjes Marokkanen en Antillianen rond. Hun vertier lijkt doelloos. Even verder op het Stadhuisplein zit de Hollandse monocultuur. Een stuk of tien tenten naast elkaar, waar van alle kanten de housemuziek als wilde branding over je heen golft. Dit is vanouds de pleisterplaats voor de Feyenoordaanhang. Weer een stukje verder, op het Schouwburgplein, liggen de hoge en lage cultuur vlak bij elkaar. In de Schouwburg is de literaire voorleesavond 'Geen daden, maar woorden'. Op het plein zelf laat een onduidelijk groepje hiphop uit een PA-installatie knallen en worden vreemde diabeelden op de blinde muur van de Doelen geprojecteerd. Kunst ongetwijfeld. Aan de rand van het plein zit een tiental Antillianen, creoolse en Hindoestaanse Surinamers. Hangkids, zoals het tegenwoordig heet. Gangstarap-stijl, geen h&m. Ze horen nergens bij, stappen niet, hangen en zitten, roken een blowtje. 'Waarom zouden we stappen, man? Dit is onze plek.'

De fluimen vliegen om me heen. De jongens drinken vuurwater, letterlijk. Ze steken de sterke drank aan en slaan de blauwvlammende borrel in één keer naar binnen. Ahgggh! Of ik er ook één wil? Ze komen allemaal uit Delfshaven. Ze willen praten, vinden het wel 'cool'. Een Curaçaoënaar met een vrijwel blanke huid, de rastavlechten strak over de schedel gedrapeerd, heeft de grootste bek. 'Journalisten komen nooit naar ons toe, man! Ze zijn bang voor ons. Als je ons in een steegje tegenkomt, wat denk je? We haten de blanken niet hoor! Maar jullie haten ons wel.'

Op de Kruiskade ontmoet ik even later Lloyd Beaton. 'Natuurlijk mengt het zich niet in Rotterdam, ook niet in het uitgaansleven', zei hij tijdens onze eerste ontmoeting. 'Onze belangrijkste doelgroepen zijn Antillianen, Surinamers en Kaapverdianen. Mijn feesten zijn dus overwegend zwart. Maar die groepen zijn ook heel verschillend. De bindende factor is de r&b-lifestyle. R&b kan door niemand geclaimd worden, dat is Amerikaans. Ik houd die kids op die manier van de straat. Dat is één ding. Maar het is ook verrekte belangrijk dat de allochtonen onderling integreren. Want het zijn toch vooral die groepen, die in de binnenstad met elkaar moeten leven.'

Beaton gaf toen toe dat hij misschien ook niet de hele scene kent. Vanavond gaan we daarom naar Chocolate, een feest in de voormalige Corso-bioscoop aan de Kruiskade, nu Off-Corso geheten. Pas om een uur of één 's nachts komt de loop erin. Het feest is inderdaad gemengd. Driekwart is zwart, een kwart blank, schat ik. Er zijn veel gemixte blank-zwarte vriendengroepjes die gezamenlijk arriveren. De sfeer is plezierig opwindend, heel ontspannen. Hier komen geen 'kuutjies', jongeren die met Gucci of andere merkkleding willen pronken. Hier komen de jonge, ingeburgerde en ontwikkelde hippe 'multiculti's', die zich weer afzetten tegen het 'arrenbie-volk, de macho's met de gouden kettingen en dikke Mercedessen'. Zoiets, begrijp ik. Er lopen onwaarschijnlijk veel bloedstollend mooie donkere meisjes rond, en ook veel knappe jongens. Ik vind de muziek - vooral hiphop - even aantrekkelijk als een wortelkanaalbehandeling. Maar als ik negentien was geweest, had ik hier waarschijnlijk ook elke vrijdag gestaan.

Daarna neemt Lloyd me mee naar een paar echte 'zwarte' tenten. We gaan eerst naar de Cream, een hardcore Antilliaanse r&b-disco aan de Schiekade. Buiten staan tweehonderd man in de rij. De baas van de Kaapverdiaanse discotheek King's Place ernaast smokkelt ons via twee nooduitgangen naar binnen. Ook binnen in de Cream is het stampvol. Een band uit Curaçao speelt bloedharde Caraïbische muziek. Ik ben de enige blanke. Terug in de Kabo-discotheek vraag ik aan de uitbater wat er mis is met zijn tent. Hij heeft maar vijf klanten.

Is er de pest uitgebroken? 'In de Cream komen alleen Antillianen, die komen hier niet.' Het is nog ingewikkelder: 'We hebben normaal gesproken op vrijdag een Surinaamse avond en dan blijven de Kaapverdianen massaal weg. Maar die avond is op het laatste moment afgeblazen, dus de Surinamers zijn ook niet gekomen.'

Ooit was de Witte de Withstraat de Fleetstreet van Rotterdam, waar de grote kranten zaten. Er was ook een tijd dat er veertien illegale goktenten huisden en veel Turkse drugsmaffia. Heel lang stond hij bekend als dé shoarmastraat. De nieuwe politiek moet van de straat komen, vindt de voormalige politicus Cees van Wijk. Samen met de socioloog Anton Zijderveld maakte hij een plan om zelf met bewoners en ondernemers aan de slag te gaan in zijn buurt. Het Witte de With-beraad werd opgericht. Ze spraken mee over het bestemmingsplan. De buurt wist vooral wat het allemaal niet moest worden: geen allochtonenwijk, geen yuppenwijk, geen homobuurt, geen kunstwijk. 'Het moet echt een gemengde wijk worden, zowel cultureel als sociaal. Maar dat is nauwelijks concreet op papier te zetten. Alleen de grote lijnen. Dat gaat heel langzaam de goede kant op.'

Op twee plekken is het al gelukt. De Bazar en Bar p. Van hotel-restaurant Bazar word je heel vrolijk. Bazar werd opgezet door de voormalige Iraanse balling Akbar Tamiz (41). Alles loopt er door elkaar. Je ziet er jonge meiden in hoofddoekjes naast blanke advocaten. Het is 'Fellini' in de praktijk. Er werken part-time 110 verschillende mensen van 25 verschillende nationaliteiten. 'Het liefst zou ik 110 verschillende nationaliteiten hebben', zegt Tamiz. Toch selecteert hij niet op etnische afkomst: 'Ze moeten vooral de glimlach hebben.'

Blonde kop

Op de hoek van de Witte de Withstraat en de Eendrachtsweg zit Bar p, opgezet door de Kaapverdiaan Pedro Morais (37). De Kabo spreekt met onvervalst Rotterdams accent. Hij is een tomeloze prater: associatief en heel open. Hij wilde de 'cultuur van de drank' herstellen. Een goed glas, snelle service, gecombineerd met futuristisch design. Hij streefde bewust naar een gemengde klantenkring. Vier, vijf barkeepers heeft hij in dienst, allemaal 'getinte' jongens. 'Als ik hier een blonde kop zet, dan werkt het niet.' Bar p is hip, maar Rotterdams hip. Niet aanstellerig. Er komen kunstacademiestudenten, 'artistieke types' en allochtonen die 'de gang van Pizzahut naar Angelo Betti' hebben gemaakt, de beste pizzeria in de stad. Ook jeugdige Surinamers op weg naar Now & Wow drinken er een glas.

Pedro kwam als jongetje van drie in het Nieuwe Westen van Rotterdam terecht. Hij woonde onder meer in de Hooidrift, de straat van Marlies Dekkers. Maar eind jaren '60 was het anders. Hij schetst een bijna idyllisch beeld. 'Je liep de hele zomer in je zwembroek, we zwommen in de Heemraadssingel. Die zijstraatjes waren vroeger zo mooi. De stoep werd schoongeveegd. De buurt was nog heel gemengd. Op straat voetbalde je met iedereen. We hadden wel vijf, zes scholen in de buurt. Als ik er nou loop, springen de tranen in mijn ogen. Het is heel treurig. Je hebt nu hele zones met alleen Antillianen en Kaapverdianen. Ik ben ook de stad ontvlucht, naar Schiebroek.'

Zijn ouders runden een Kaapverdiaans-Portugees eethuisje - Bello Horizonte - in Delfshaven. Pedro's vader werkte bij Wimpy als hamburgerkok en schopte het tot bedrijfsleider. 'De Hollanders kenden de Kabo's als harde werkers. Maar mijn volk is niet meer wat het geweest is. Nu horen die Kaapverdische jongetjes ook bij de hangcultuur. Ze kleden zich als gansta-rappers. Voor mij zijn het fakers, wij hebben helemaal geen favela's en getto's, geen gangs. Ze kopen die gettocultuur gewoon in de winkel.

'De groep die het verdomt om mee te doen, is veel groter dan de groep die zich aanpast. Dat zie ik vooral bij de Marokkaanse jongens. De vaders grijpen niet in. Ze worden ook tegengehouden door de anderen. Je bent nep als je probeert er wat van te maken. Ze hebben er schijt aan. Ze kopen ook die gangster look om aanzien te krijgen, om gevaarlijk te lijken. Terwijl het ook zulke mooie mensen kunnen zijn. Ik maak me daar heel erg zorgen over. Ik ken dat niet, ik moest mijn best doen.'

Rio aan de Maas

Morais jaagt de Antilliaanse en Marokkaanse hangkids weg. 'Komen ze met hun scootertje over de stoep racen, dan zeg ik: ”Hoe kan je dat nou maken, man? Er komen hier tjie-meiden en smatjes naar buiten, ga jij die voor hun sokken rijden? Heel stoer!” Dan kijken ze gevaarlijk uit hun ogen. Maar mij maken ze niet bang. Ik ken duizend van die blikken. En als hij een grote bek geeft, noem ik hem gewoon een kankermarokkaan, mag hij me een kankerneger noemen.'

Morais is getrouwd met een Hollandse vrouw en heeft twee kinderen. Zijn vriendenkring is heel gemengd: Hollanders, Marokkanen, Turken, Kaapverdianen en Surinamers. Hij raakte zijn stemkaart kwijt, maar anders had hij op Pim Fortuyn gestemd. 'Bijna al mijn vrienden en kennissen hebben op Pim gestemd. In het begin volgde ik hem niet zo, maar toen zag ik dat hij de stem van Rotterdam werd. De media hebben de werkelijkheid gemanipuleerd, schilderden hem af als een fascist. Dat was niet zo, hij was een heel interessante man die gewoon zag wat er aan de hand was in Rotterdam.'

Morais kent veel jongens zoals hij, die zich gevoegd hebben naar de Hollandse cultuur, die 'gewoon werken'. 'Al mijn vrienden zijn rond de dertig en hebben zich gemengd. Maar ook de jonge jongens die voor mij werken, zijn zo. Zodra je je inmengt, kun je mijn vriend zijn, maakt niet uit welke kleur. Ik begrijp niet dat dat niet is doorgezet, dan had het hier een soort Rio aan de Maas kunnen wezen.'

Halverwege de avond komen drie mannen van middelbare leeftijd Bar p binnen. Het zijn Turkse artsen die hier twee dagen zitten voor een congres in het Holiday Inn. De mannen hebben er zin in, ze stralen. Ze hebben zich rot gezocht naar een leuke tent en hem gevonden. Wat vinden ze van Rotterdam? 'Everybody is so happy here!' M

Paul Andersson Toussaint is freelance journalist.

Vincent Mentzel is fotograaf van NRC Handelsblad.

Met dank aan Mieke van der Linden.

[streamers] 'Mijn personeel moet van mij ook Nederlands leren en dan bedoel ik geen Tarzan-taal.'

'Je kunt geen negers of blanken gaan tellen. Je zet een bepaalde sfeer neer.'

    • Paul Andersson Toussaint