De Cito-toets

Ik citeer: ``De Cito-toets is niet geschikt om basisscholen op af te rekenen. Dit blijkt uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Door de toets als meetlat te gebruiken voor de kwaliteit van de school, sneeuwt de functie bij de schoolkeuze van de leerling onder. Bovendien worden frauduleuze praktijken bij basisscholen erdoor in de hand gewerkt.''

De dag dat ik dit bericht in de Volkskrant las, zat ik 's avonds verwachtingsvol gekluisterd aan de beeldbuis, maar noch het Journaal noch actualiteitenrubrieken, noch Barend noch Van Dorp repten over deze bom onder ons onderwijs. Je zou voor een zo opzienbarend bericht heel wat meer media-aandacht verwachten, zeker in deze nieuwsarme tijden waarin koekhappen in Deventer of soortgelijk vermaak de Journaaltijd vult. Stel dat een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen had uitgewezen dat de geweren van onze militairen niet geschikt waren om mee te schieten, of de kwasten van de Nederlandse schilders ongeschikt om mee te schilderen, dan zouden de kranten daar bol van hebben gestaan.

Een krant heeft als doel haar lezers te informeren en te voeden met opinies. Dat betekent dat je opzienbarend nieuws, nieuws dat in strijd is met bekende feiten, haaks staat op algemeen aanvaard beleid, dat je dat niet zomaar als human interest-berichtje opneemt. Alsof het gaat om het zoveelste huwelijk van een filmster. Want dan informeert het niet en leidt het alleen maar tot misverstanden, zoals bij de lezeres van de Volkskrant die verheugd reageert op het opmerkelijke nieuws. Zij beschouwt het als ``Eindelijk weer eens een prettig bericht voor het basisonderwijs: de Cito is ongeschikt als meetlat voor scholen (...) Nu maar hopen dat inspectie en ministerie ook kennis nemen van dit onderzoek. Ondertussen kunnen wij gelukkig gewoon lekker aan het werk met de kinderen.''

Tot zo ver de juf die daarmee de indruk wekt zo opgetogen te zijn geraakt door het nieuws dat zij het maar half heeft gelezen. Anders had ze daaruit begrepen dat daarin het belang van de Cito-scores bepaald niet wordt gebagatelliseerd, maar dat de functie van de toets bij de schoolkeuze van de individuele leerling voorop wordt gesteld. Dus niks gewoon lekker aan het werk met de leerlingen, maar ongewoon onlekker doelgericht leerlingen zo opleiden dat ze een behoorlijke toetsscore halen, niet ter wille van een oordeel over de school, maar ter wille van een oordeel over de individuele leerling. Ik zou niet weten wat dat bericht voor invloed zou kunnen hebben op de werkwijze van welke juf of meester dan ook.

De onderzoekers in Groningen hebben ongetwijfeld goede redenen om te twijfelen aan de waarde van een oordeel over scholen op grond van de gemiddelde score van de leerlingen op de toets. Bijvoorbeeld omdat, zoals zij ook opmerken, er ter wille van de naam van de school, mee wordt gefraudeerd. Als dat gebeurt, heeft dat consequenties voor de individuele scores; die worden dan kunstmatig verhoogd en dus klopt de daarop gebaseerde indviduele advisering dan niet meer. Daarnaast zijn er ongetwijfeld nog andere kanttekeningen bij te maken. Toch zou ik de Cito-scores niet willen missen. In ieder geval juist niet als maatstaf ter beoordeling van scholen, want waar gewoon lekker aan het werk met de kinderen toe leidt, dat heeft het recente verleden ons geleerd, toen al die juffen en meesters jarenlang ongecontroleerd hun gang mochten gaan. Toen zijn veel scholen verschrikkelijk tekort geschoten in hun plicht om leerlingen goed onderwijs te geven.

prick@nrc.nl

    • Leo Prick