Campagne 2003

Weinig tijd en veel te winnen dan wel te verliezen. Dat is de inzet van de inmiddels in alle hevigheid losgebarsten campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 22 januari. In colonnes trekken de politici over het televisiescherm, waarmee de toon is gezet van de strijd om de gunst van de kiezer. Het huiskamerbezoek via de beeldbuis is de eigentijdse variant geworden van het vroegere canvassen aan de deur. Met het niet geringe verschil dat de kiezer met die oude methode tenminste nog de kans had iets terug te zeggen.

Voor de tweede keer in acht maanden kan Nederland straks naar de stembus. Het geeft de campagne iets onwerkelijks. Haast niemand die er echt op zat te wachten. Zeker het electoraat niet, dat nauwelijks is bekomen van de stormachtige ontwikkelingen van het afgelopen voorjaar. De coalitie van CDA, LPF en VVD die deze zomer het resultaat was van de kabinetsformatie werd alom beschouwd als de logische vertaling van de verkiezingsuitslag. Het waren de coalitiepartijen zelf en dan met name de LPF die niet met het geschonken vertrouwen wisten om te gaan, wat na 87 dagen resulteerde in de val van het kabinet-Balkenende.

Maar ook voor de meeste politieke partijen komen de verkiezingen veel te vroeg. De coalitie was nog nauwelijks aan regeren begonnen en kan zodoende ook geen resultaten aan de kiezer voorleggen. Het omgekeerde verhaal geldt voor de oppositie. Een alternatief kan als gevolg van het ontbreken van beleid ook nog nauwelijks worden getoond.

Dat ontslaat partijen niet van de plicht een duidelijke keuze aan de kiezer voor te leggen. Als de turbulente campagne van vorig jaar iets heeft geleerd, is het wel dat de kiezer snakt naar heldere standpunten. Maar de keuze die over een kleine drie weken voorligt, is minder overzichtelijk dan direct na de val van het kabinet in oktober werd aangenomen. Het regeerakkoord is allang geen inzet van de verkiezingen meer. CDA en VVD hebben daarvan gaandeweg steeds meer afstand genomen. Daar komt nog bij dat de sterk verslechterde economische vooruitzichten het nog geen halfjaar oude akkoord in feite tot een achterhaald stuk hebben gemaakt.

Het ligt voor de hand dat CDA en VVD bij het halen van een meerderheid hun samenwerking zullen prolongeren, maar dan zonder LPF. De VVD is hier tot nu toe telkens zeer uitgesproken over geweest. Dat geldt in veel mindere mate voor het CDA, dat zich toch weer in de comfortabele middenpositie heeft weten te nestelen om pas na de verkiezingen een daadwerkelijke keuze te hoeven maken.

Hoewel CDA en VVD in de peilingen rond de 75 zetels schommelen en een meerderheid op dit moment nog allerminst een uitgemaakte zaak is, hebben zij van de oppositie vooralsnog weinig te vrezen. De PvdA staat nog maar aan het begin van het herstelproces, terwijl de SP weliswaar flink groeit maar in het spel om de macht geen rol van betekenis kan spelen. Het zich maar niet herstellende D66 kan pas weer meedoen als de partij nodig mocht zijn voor het verschaffen van een meerderheid.

Het politieke krachtenveld ziet er zo bezien aan het begin van de campagne tamelijk overzichtelijk uit. De grote onzekerheid vormt het electoraat zelf, dat volop in beweging is en in zeer korte tijd massaal van voorkeur kan veranderen. De uitdaging voor de partijen is om de komende weken niet te bezwijken voor de verleiding van het gemakkelijke succes, maar om het inhoudelijke debat voorop te blijven stellen. Als dat gepaard gaat met een heldere en scherpe argumentatie, hoeft dat allerminst saai te zijn.