Brains

Kijk naar de cover van deze M. Je ziet een niet onknappe man in gepeins verzonken voor een schoolbord vol wiskundige formules staan.

Dit is Juan Maldacena en hij is geniaal.

Met een handvol andere 'snaartheoretici' werkt hij in Princeton aan de Theory of Everything.

Als ik het goed begrijp, zoeken ze naar een wiskundige formule voor de zwaartekracht, zodat de relativiteitstheorie van Einstein verzoend kan worden met de theorie van de quantummechanica. Als het lukt, is de wereld voorgoed verklaard en in een sluitend schema ondergebracht. Dit vervult mij met grote eerbied.

De wereld onderbrengen in wiskundige formules op een schoolbord, wat een weldadige rust gaat er uit van dat idee. De schoonheid van het plotselinge inzicht, de helderheid van hersens die Alles op een rijtje hebben.

Wat een contrast met de rommel die wij gewone stervelingen maken van de wereld om ons heen. En met het jachtige bestaan van de journalist die probeert van die chaos een ordelijk verhaal te maken. Dat is niet eenvoudig, want terwijl de natuurkundigen van Princeton in stille afzondering hun werk kunnen doen, staat de journalist middenin zijn onderzoeksgebied. Dat maakt het verdraaid moeilijk om de afstandelijke blik te bewaren die voor goede journalistiek noodzakelijk is. Extra handicap is de druk van de commercie, zoals Hubert Smeets laat zien in zijn afscheidsessay over Ed, het sprekende paard.

Soms verlang ik ook naar zo'n overdonderende obsessie met één idee, dat heldere doel aan de horizon. Maar ik heb mijn hersens niet op orde. Het wiskundig netwerk is zo onderontwikkeld dat de snaartheorie geen enkele chemische reactie oproept. Het is een geruststellende gedachte dat Maldacena c.s. in Princeton voor ons het wereldraadsel ontsluiert.

Wij journalisten storten ons maar weer met overgave op de microkosmos om ons heen, in al zijn verwarrende ondoorzichtigheid. We trekken hier en daar aan wat draadjes en soms valt er opeens een luikje open, waarachter inzicht gloort. Meestal klapt het net weer dicht als je wat beter wilt kijken.

Maar dat hebben we gelukkig gemeen met de knappe koppen van Princeton.

    • Laura Starink