Benjamin Herman: 'Na Miles komt de instant-verlossing'

Wat is voor u de mooiste noot?

'Ik kies niet voor een noot, maar voor een beroemd moment uit de jazzmuziek. Het nummer My Funny Valentine, dat iedereen kent in de versie van Chet Baker, is ook door Miles Davis opgenomen. Op een concert uit 1965 van het legendarische Miles Davis Quintet, met George Coleman op tenorsax, Herbie Hancock op piano, Ron Carter op bas en Tony Williams op drums, leidt Davis het nummer in met een trompetsolo van drie minuten. Hij bouwt die solo zo meesterlijk op dat je je bijna ongemakkelijk gaat voelen van de spanning.

Maar dan zet de ritmesectie in en is er een moment van verlossing, van opluchting. In de zaal breekt een spontaan applaus los. Daarna gaat het nummer met de voltallige band verder.

Dit moment werkt altijd, je hoeft er niet voor in een bepaalde stemming te zijn. Daar zorgt de muziek wel voor. Ik hou van dat soort instant-effecten.'

Wanneer hoorde u dit voor het eerst?

'Toen ik veertien of vijftien was, denk ik, en ik een paar jaar bezig was op de saxofoon. Tot mijn twaalfde speelde ik drums, maar toen overleed mijn drumleraar, op wie ik erg gesteld was. Na hem wilde ik geen andere leraar meer. Op school was een docent die saxofoon speelde. Hij nam dat ding soms mee naar school en zette hem dan op zijn bureau. Ik vond het een schitterend apparaat, zo glimmend, met al die scharnieren. Een soort Meccano eigenlijk. Die docent trad ook op, hij zat in de blazerssectie van Stampei, de voorloper van De Dijk. Dat gedoe op het podium vond ik machtig, dat wilde ik ook. Ik ben fanatiek saxofoon gaan studeren, en speelde al gauw in bandjes. In mijn conservatoriumtijd heb ik het optreden van het Miles Davis Quintet op plaat gekocht, en later op cd. Maar toen kende ik het al. Het behoort tot de basiskennis van jazzmuzikanten.'

Hebt u het nummer weleens zelf gespeeld?

'Vaak. In de jazz is My Funny Valentine deel van het standaardrepertoire. Maar ik speel saxofoon, geen trompet. Ik heb me als muzikant nooit direct met Davis geïdentificeerd. Vroeger droomde ik er ook niet van om net zo te kunnen spelen als hij, maar om naast hem op een podium te staan. Hij is dood, dus dat is niet gelukt, maar ik sta wel met hem op een plaat: een paar jaar geleden heeft een bevriende deejay van een stuk uit dit intro een hip hop-nummer gemaakt, en toen heb ik er tijdens een opnamesessie overheen gejamd met mijn saxofoon. Van die plaat zijn in Japan nog 3000 exemplaren verkocht, wat veel is voor vinyl.'

Waarom is dit zo mooi?

'Ten eerste raakt het stuk je emotioneel. Het is donker, droefgeestig. Van pathos in de jazz hou ik niet, dat is zo makkelijk op te roepen: een donkere nacht, een saxofoon... Dit gevoel is veel complexer. Maar wat ik nog het meest bewonder, is het samenspel. Er wordt zo geconcentreerd naar elkaar geluisterd. Davis had de gave om voor zijn bands precies de goede mensen te kiezen, en die vervolgens helemaal hun eigen gang te laten gaan. Tijdens solo's van de anderen liep hij soms zelfs van het podium af. Naar buiten toe stond Davis bekend als een eigenzinnige man, maar als muzikant was hij gewoon muzikant. Hij was geen control freak. In de jazz bestaan er grote verschillen in leiderschap. Iemand als Count Basie ging uit van een bepaald bandgeluid, en daar moesten zijn muzikanten in passen. Het gevolg was dat er bij hem veel wisselingen plaatsvonden, terwijl Davis en ook bijvoorbeeld Duke Ellington jarenlang met bepaalde sleutelfiguren werkten.

Als bandleider neem ik zelf een voorbeeld aan Miles Davis. Ik vraag mensen voor New Cool Collective omdat ik ze goed vind, ze hoeven hun stijl niet aan te passen. In de band fungeer ik als een soort telefooncentrale, degene die de boel bij elkaar houdt, meer niet. Bij een jazzconcert is de interactie tussen mensen het allerbelangrijkste, omdat de muziek grotendeels uit improvisatie ontstaat. Dat kan ook vreselijk misgaan: niets is erger dan een stel matige jazzartiesten dat futloos staat te friemelen. Maar als je eenmaal hebt gehoord hoe het kan, als je in een club in New York van twee meter afstand echte jazzhelden aan het werk hebt gezien, dan wil je niet anders meer.' M

My Funny Valentine. Miles Davis in Concert (CBS 01-085558-10)

Op de website van NRC Handelsblad is het bewuste fragment te horen: www.nrc.nl

Sandra Heerma van Voss is redacteur van NRC Handelsblad.

Illustratie Iris Kiewiet (Art Connection)