Opinie

    • Youp van ’t Hek

Babyboom

Vorige week las ik de rouwadvertentie. Ik twijfelde nog even of hij het wel was. De rouwkaart die die dag in de bus viel, bevestigde het. Donderdag hebben we hem begraven. Vier maanden kansloos ziek geweest. Toen hij het ontdekte was het al te laat. Zo gaan die dingen dus.

De korte dienst was sober mooi. Paar rake gedichten, goede muziek, verdrietige woorden en toen gingen we de druilende regen in. Een meute leeftijdgenoten. Veertigers, bijna vijftigers. Allemaal verdrietig. Stil verdrietig. Wat moet je zeggen? In de schaduw van de dood bazel je meestal maar wat. Een mevrouw hoorde ik zeggen: ,,Gecondoleerd en nog de beste wensen!” Radeloze wartaal op 2 januari. Volkomen begrijpelijk.

We schuifelden naar het graf en ik had alle tijd om te kijken. Ik was lang niet op een kerkhof geweest en zag een nieuwe trend. Kabouters, kerstmannetjes en opgetuigde kerstboompjes. Bij een mevrouw stond een bordje met twee oliebollen en een champagneglas op haar graf. Ook was er een vuurpijl in de grond gestoken. Waarom een vuurpijl? Misschien was, gezien het ontbindingsproces, een rotje beter geweest.

Ooit was ik op Sulawesi, het voormalige Celebes, en bezocht daar de Toradja’s. Hun hele leven staat in het teken van de dood. Na de dood begint het pas. De aarde is een voorportaal. Tijdens je leven werk je als man aan het graf van je familie. Dat bouw je of laat je bouwen. Liefst hoog in een bergwand. Voor de begrafenis bouwen ze een bamboe steiger, de overledene wordt bijgezet en de steiger weer afgebroken, zodat niemand bij het graf kan. Vooral geen dieven. De overledene krijgt namelijk vaak haar of zijn sieraden mee. Een hoog graf is daar kostbaar. Dus hoe lager je bent, hoe dichter je bij de grond komt te liggen. Vaak zet men eten en drinken bij het graf. Als een poes het voedsel oppeuzelt, dan gelooft men dat de overledene verder leeft in de poes.

Overleden baby’s worden bijgezet in een boom. Er wordt een gat in de stam gemaakt, het babylijkje wordt er in geplaatst en het gat wordt met hars dichtgesmeerd. Het kind groeit naar de hemel. Ieder dorp heeft zijn eigen, meestal centraal gelegen, babyboom. Dus niet elk kind zijn eigen boom. Integendeel. Het is een grote dikke boom met vele baby’s. Als de mensen op de rijstvelden werken dan kijken de doden vanuit hun graven op hun neer. Voor veel graven is een soort balkonnetje gemaakt en daarop staan poppen, die de overledenen moeten voorstellen. Ik vind het wel wat hebben. Altijd werken in de schaduw van de enige werkelijkheid: de dood.

De begrafenis is bij de Toradja’s zo belangrijk dat ze vaak jaren sparen voor de ceremonie. Als ze, op het moment dat iemand doodgaat, geen geld hebben, balsemen ze de dode en wachten tot ze genoeg hebben om diegene een mooie begrafenis te bezorgen. De dode ligt soms wel twee jaar bij de familie in de hut. En die hut is niet zo groot dat oma een eigen kamer heeft. Ze ligt gewoon op een apart matje in de ouderlijke slaapkamer. Ik mag daar tijdens een slapeloze nacht nog wel eens aan denken.

Maar dus ook bij ons wordt het graf steeds belangrijker. Ik kan mij van mijn ouders niet herinneren dat ze ooit naar het graf van hun ouders gingen en zelf heb ik hun laatste rustplaats in de acht jaar dat ze dood zijn slechts twee keer bezocht. Een keer om de steen te bekijken en een keer in een opwelling. Ik kwam langs het kerkhof en had een uurtje over. Het is geen luiheid of oneerbiedigheid en ik snap iedereen die het wel doet, maar ik heb er niks te zoeken. Dus zal ik er ook niks vinden.

Mijn blik ging over het kerkhof en ik zag al die brandende kaarsen, olielampen en waxientjes. Die moeten ook brandend gehouden worden. Dus moet je minimaal eens in de drie dagen naar het kerkhof. Therapeutisch tochtje. Onderdeel van de rouw waarschijnlijk. Ik snap het echt goed, maar rijd er toch met een grote boog omheen. Veel te bang dat ze me houden.

    • Youp van ’t Hek