Athene laat zwerfdieren voor Olympische Spelen verrekken

Aris is dood. Vergiftigd, samen met vijfenveertighonden en katten die leefden in de plantsoenen bij het neoklassieke Zappion-gebouw, dat geheel is opgeknapt om op 10 januari te worden ingewijd als centrum voor het Griekse voorzitterschap van de Europese Unie. Aris was van deze dieren de bekendste. Hij liep mee met elke demonstratie en optocht die in het centrum werd gehouden en van de weeromstuit had hij het niet begrepen op de politie.

Niemand beschuldigt tot nu toe de autoriteiten van deze moord. Pathologische onverlaten maken zich van tijd tot tijd aan zulke slachtingen schuldig. Maar wel gaan er al maanden hardnekkige geruchten dat het ministerie van Landbouw – waaronder deze materie ressorteert – radicale methoden gaat toepassen tegen de naar schatting 60.000 zwerfdieren die het district Attica telt, met het oog op de Olympische Spelen van augustus 2004. De veelheid van straatdieren zou ,,ontoeristisch'' zijn, hoewel de meeste buitenlanders er best plezier aan beleven.

Deze geruchten bereikten ook het buitenland. De voorzitter van 's werelds grootse vereniging voor Dierenbescherming is al uit Engeland overgekomen. Hij kreeg te horen dat er geen sprake zal zijn van massale verdelging van zwerfdieren. Om aan alle speculaties een einde te maken is het ministerie vorige maand gekomen met een plan, dat echter op nieuwe opwinding is gestuit bij de Griekse organisaties van dierenvrienden; het aantal van deze organisaties schijnt vijfendertig te bedragen. De zwerfhonden – over katten gaat het nu even niet – zouden liefdevol moeten worden opgevangen in grote asiels buiten Athene en daar worden gesteriliseerd en gevaccineerd. Ter financiering hiervan zou onder rechtmatige hondenbezitters een belasting worden geheven – nieuw voor Griekenland – van 30 euro per jaar. Personen die een hond van een van deze asiels adopteren zouden van die belasting worden vrijgesteld. Ook zou de fiscus blinden en herdershonden ontzien. Alle dieren zouden worden geregistreerd en worden voorzien van een chip met volledige gegevens, zodat mensen die hun hond op straat zetten kunnen worden opgespoord en bestraft.

Het idee is alweer ingetrokken na een gigantisch geloei. De critici meenden zeker te weten dat veel hondenbezitters hun dier nog voor de inwerkingtreding van een en ander op straat zouden zetten om aan de belasting te ontkomen. Zo zou het probleem van de zwerfhonden toe- in plaats van afnemen. Veel organisaties pleiten er voor de dieren na hun sterilisatie terug te brengen naar de `straat' waar ze vandaan kwamen. Op straat vervullen ze, bemind en gevoed door een vast publiek, niet zelden en meer nog dan katten een functie: bijdrage aan de buurtcohesie. Inderdaad ziet het merendeel van de Atheense zwerfdieren er niet slecht uit. Op de centrale pleinen liggen talrijke grote honden er tamelijk welvarend bij – liggen, want ze slapen opmerkelijk veel en vredig. Dertig, veertig jaar geleden was dit ondenkbaar. Ze zouden zijn geschopt of met stenen bekogeld.

Er is sindsdien, vooral in de steden, erg veel verbeterd in de mentaliteit van het publiek, wellicht onder invloed van `Europa'. Toen ik nog maar kort in Athene was, wees ik eens een jongetje terecht dat een hond kwelde. De vader hoorde het en riep: ,,Kosta, hou op dat beest te pesten. Zie je niet dat er vreemdelingen in de buurt zijn.'' Kinderen mochten ook geen poezen aanhalen, want die ,,zaten vol ziektes''. Voor het doodgaan van dieren werd een ander werkwoord gebruikt dan voor dat van mensen. Dit pendant van `verrekken' hoor je niet veel meer. Aris is `gestorven'. Overal zijn nu winkels voor dieren en diervoeding, en de tv besteedt er ruime aandacht aan.

Alleen een partij, zoals in Nederland, is er nog niet. Die is er wel voor het andere uiterste, de 400.000 jagers in Griekenland. Die zeggen overigens dat zij de grootste hondenliefhebbers zijn, zoals hun lijfblad ook `tijdschrift voor jagers en hondenvrienden' heette. Vijanden van de jacht menen intussen te weten dat de meeste straathonden in de provincie daar zijn terechtgekomen doordat ze `onbruikbaar' waren geworden voor hun jagende bazen.

    • F.G. van Hasselt