`Angst voor hoofddoek is angst voor anders-zijn'

Voor advocate Famile Arslan spreekt het vanzelf dat ze in de rechtszaal een hoofddoek draagt. En dat een rechter begrip heeft voor een pleger van eerwraak. `Allochtonen zijn een permanente factor in ons land. Het zijn geen gastarbeiders meer. Ook een rechter zal dat in ogenschouw moeten nemen.'

Hoe ziet ze er nu zonder uit? Die vraag dringt zich herhaaldelijk op tijdens een gesprek met advocate Famile Arslan (31). Welke kleur haar heeft ze? Is het kort, lang, krullend, stijl? Er lijkt een welhaast erotiserende werking van haar hejab uit te gaan.

Famile Arslan zal haar hoofddoek buitenshuis nooit afdoen – ook nu maakt zij geen uitzondering – maar een tipje van de spreekwoordelijke sluier wil zij wel oplichten. ,,Mijn haar reikt tot aan mijn knieën'', zegt zij, in een vlaag van openhartigheid, tegen het eind van ons drie uur lange samenzijn. ,,Kijk, ik heb het in een knot samengebonden'', en even buigt zij haar hoofd naar voren. Ze wijst op de spelden die tijdens een bezoek aan het huis van bewaring voor oponthoud zorgden, omdat de metaaldetector ze niet thuis kon brengen. ,,De bewaker riep plagend dat mijn hoofddoek af moest, maar dat kon hij natuurlijk vergeten. Toen hebben ze me maar van onder tot boven gescand.''

De zwarte hoofddoek combineert goed met haar toga en dus draagt zij die tijdens de zittingen het meest. ,,Maar thuis heb ik er nog veel meer, hoor.'' Hoeveel? ,,Niet meer dan de gemiddelde moslimvrouw: zo'n driehonderdveertig.'' En het einde is nog niet in zicht, zegt Nederlands eerste advocate met hoofddoek, want ,,als mijn moeder naar Turkije gaat, komen mijn nichten altijd met een paar nieuwe exemplaren aanzetten.''

In de kleine ontvangsthal van advocatenkantoor Lucardie, aan het Haagse Anna Paulownaplein, hangen drie Nederlandse en twee Turkse krantenknipsels. Ze maken alle melding van Arslans beëdiging, eind augustus, door de rechtbank in Den Haag. Een van haar collega's heeft ze op het bord geprikt, met de bedoeling er een levensgrote collage van te maken. Bij het zien van de eerste verrichtingen vond Arslan het naar eigen zeggen welletjes. Maar weg hoeven de knipsels niet, want ,,het heeft toch nieuwswaarde, de beëdiging van een advocate met hoofddoek''.

Voor uw beëdiging stuurde het advocatenkantoor een fax rond om het nieuws wereldkundig te maken. Een publiciteitsstunt?

Ze reageert wat wrevelig: ,,Nee, beslist niet. Wat dacht u van komkommertijd?''

Dat is wel erg gemakkelijk.

,,Goed, ik kan me voorstellen dat het zo overkomt. Maar ook wij waren verrast door al die media-aandacht. Zelf had ik op een paar korte berichtjes gerekend. Misschien een mini-interview op pagina zeven. Maar voorpaginanieuws, meerdere malen? Dat nooit.''

Rest de vraag: waarom zoveel ophef? ,,Het is maar een lapje stof'', zei u tegen een van de verslaggevers.

,,Zie het als een steuntje in de rug voor al die islamitische rechtenstudenten met hoofddoek. Zij gaan er automatisch van uit dat ze geen betrekking bij een advocatenkantoor kunnen krijgen. Dankzij zo'n bericht worden ze aan het denken gezet. Ik ben regelmatig door jonge allochtone vrouwen gebeld die hun waardering of bewondering wilden uitspreken. Zelfs vanuit Turkije: `Mevrouw, mijn moeder wil even met u spreken'. Ik wil mezelf geen voorbeeldfunctie aanmeten, maar kennelijk wordt het wel zo ervaren. Een van de redenen waarom ik aan die interviews heb meegewerkt, is om te laten zien dat rechtenstudenten met hoofddoek wel degelijk een kans maken.''

Een altruïstisch motief?

,,Min of meer wel, ja. Want u kunt wel zeggen dat al die aandacht mij geen windeieren legt, maar ik word er als advocaat en als mens ook uitermate kwetsbaar door. Bij de eerste fout die ik maak ben ik geen beginnend advocaat, maar `die advocaat met hoofddoek'.''

Famile Arslan werd in 1971 geboren in een vroom, islamitisch gezin in het dorp Palu in het oosten van Turkije. Haar ouders baden vijf keer per dag en met ramadan werd er gevast. Ze typeert het gezin als ,,warm maar arm, we hadden praktisch niets om van te leven''. De inwoners van Palu waren boeren die bij toerbeurt het vee hoedden. Als peuter sleet Arslan haar dagen grotendeels op straat. Van wat takjes en kledingresten maakte ze haar eigen poppen.

De eerste jaren van haar leven groeide ze op zonder vader. Die was naar Europa vertrokken, op zoek naar brood, zoals een Turkse uitdrukking luidt, om na veel omzwervingen in Den Haag te belanden. Als een van de eerste Turkse gastarbeiders daar nam hij allerhande werk aan. Hij was onder meer bouwvakker, koerier, schoonmaker en fabrieksarbeider.

Het gezin werd herenigd toen Arslan vier jaar was. ,,We woonden met z'n drieën in een klein kamertje. Ik sprak geen Nederlands, het was alsof mijn tong geboeid was.'' Ze vond Nederland ,,koud en donker'' en als kleuter kwam ze nauwelijks buiten.

Arslan groeide op met films als Gone with the wind en met boeken als Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman. ,,Westerse symboliek, waarmee ik op school kennis maakte en die mij nog altijd doet wegsmelten.'' Maar op school bleef ze altijd het Turkse meisje dat was voorbestemd om later huisvrouw te worden. ,,Tot grote teleurstelling van mijn ouders – die een toekomst als arts voor mij zagen weggelegd – kreeg ik na de basisschool een advies om naar de huishoudschool te gaan. De leraar erkende dat ik met gemak naar de havo kon, maar vond het zinloos omdat ik mijn opleiding toch halverwege zou afbreken.''

Uit protest bleef Arslan een jaar thuis: ,,om te koken, te poetsen, te wassen en op de kinderen te passen.'' Ze had in Nederland een broertje en zusje gekregen.

Na veel moeite vond Arslan een directeur van een mavo die bereid was haar in te schrijven. ,,Hij gaf me zes maanden de tijd om mezelf te bewijzen. Pas toen ik op mijn eerste rapport allemaal negens had, ging hij overstag.'' Via de havo en het hbo (,,maatschappelijk werk, ik speelde op safe'') belandde zij op de Rijksuniversiteit Leiden voor een studie internationaal recht. Op de vraag waarom ze voor juist die studie koos, antwoordt ze: ,,Misschien heeft het met mijn rechtvaardigheidsgevoel te maken, want als Turkse gastarbeiders kregen wij jarenlang verwijten van autochtone Nederlanders naar ons hoofd: van `jullie pikken onze baantjes in', tot `hé, steuntrekkers'. Het was nooit goed. En dat terwijl de meeste gastarbeiders zich in het zweet werkten.''

U draagt ruim twintig jaar een hoofddoek. Eerst vanuit gewoonte, later, toen u eenmaal jongvolwassene was, omdat de koran het voorschrijft. Heeft u ooit overwogen hem in de collegezaal af te doen?

,,Nee, waarom zou ik?''

Omdat moslimvrouwen – zeker in de tijd dat u studeerde – nog een curiositeit waren op de universiteit. Door het dragen van een hoofddoek hield u uw medestudenten ook op afstand. U betaalde er een prijs voor.

,,Dat klopt, maar die prijs was ik bereid te betalen. Ik herinner mij goed dat ik tijdens mijn eerste college op de eerste rij ging zitten. Er klonk wat geroezemoes in de zaal en uiteindelijk bleven alle stoelen naast mij onbezet. Ik geef toe: dat deed best pijn. Maar omdat ik die hoofddoek uit overtuiging draag – door de kledingvoorschriften uit de koran na te leven, eer ik Allah – gaf het mij ook een gevoel van kracht.

,,Ik verfoeide mijn medestudenten overigens nooit om hun reacties; ze waren het nu eenmaal niet gewend.''

Lachend: ,,Hoe vaak ik wel niet in het Engels ben aangesproken. `Are you from Iran', vroegen ze dan, in de veronderstelling dat ik een vluchtelinge was. `No, I'm not from Iran.. `O, you're from Arabia, you're father is an oliesjeik'. `No, I'm from The Hague and my father is een gastarbeider!'' Ik voerde in het begin steeds dezelfde gesprekken. Na een paar maanden kwam daar gelukkig verandering in.''

Aan de hoofddoek wordt vaak een emancipatoire betekenis toegeschreven: moslimvrouwen zouden vrijer over straat kunnen lopen zonder te worden lastiggevallen. Wat vindt u van die gedachtegang?

,,Sommige moslima's ervaren dat zo, maar lang niet allemaal. Er zijn vrouwen die een hoofddoek combineren met strakke kleding en uitdagend gedrag. Niet dat ik dat veroordeel, maar zo'n vrouw vraagt erom lastiggevallen te worden. Het valt of staat dus met de draagster. De hoofddoek geeft vrouwen mijns inziens pas een gevoel van vrijheid als zij hun gedrag en kleding er op afstemmen. Alleen dan dwingen ze respect af.''

In hoeverre ervaart u de hoofddoek als een vorm van bevrijding?

,,Dankzij de hoofddoek heb ik mij ontworsteld aan de westerse schoonheidscultus. Al die voorwaarden waaraan een vrouw moet voldoen – het gaat totaal langs mij heen. Ik ervaar dat als een enorme bevrijding.''

Maar daarvoor hoeft u toch geen hoofddoek te dragen? Er zijn ook genoeg westerse vrouwen die daar afkerig van zijn.

,,Mijn hoofddoek is geen vorm van verzet. Ik droeg hem al voordat ik merkte dat hij mij een alibi verschafte om niet aan die schoonheidscultus te hoeven meedoen. Zie het als een prettige bijkomstigheid.''

Een toenemend aantal moslimmeisjes in Nederland gaat met niqaab (gezichtssluier) naar school. Ervaren zij dat ook als een bevrijding?

,,Dat zou u aan die meisjes moeten vragen. Maar ik zie niet in waarom niet.''

Ze maken zichzelf onzichtbaar. Dat is niet direct het eerste wat bij mij opkomt als ik aan `bevrijding' denk.

,,Dat komt doordat u de niqaab en de burqa (een gewaad uit één stuk dat de vrouw van kruin tot teen bedekt, red.) associeert met de Talibaan. Maar juist in een vrij land als Nederland kan het dragen van zo'n kledingstuk heel bevrijdend werken. Ik ken een handvol vrouwen die een burqa dragen. Zij gaan anoniem door het leven en daar voelen zij zich prettig bij. En waarom niet? Ik sluit niet uit dat ik zelf ooit een burqa zal dragen.''

U bent tegen een verbod op de gezichtssluier?

,,Absoluut. Zo'n verbod leidt ongetwijfeld tot een tegenreactie. En los daarvan: je beknot mensen in hun vrijheid. Dat is in strijd met de wet.''

Kwam uw hoofddoek tijdens sollicitatiegesprekken vaak ter sprake?

,,Oh ja, voortdurend. Op het ene kantoor werden ze kwaad en op het andere begonnen ze te hyperventileren. Ik zag mijn gesprekspartners vaak denken: wat is dit? Sommigen zeiden het in mijn gezicht: als ik dit had geweten, had ik u niet uitgenodigd. Dan vroeg ik of ik het soms in mijn sollicitatiebrief had moeten melden: `alleen uitnodigen als u geen bezwaar heeft tegen mijn hoofddoek'. Een andere reactie: `Ja, maar mevrouw, wij willen niet geassocieerd worden met moslims'. Het feit dat zo'n kantoor wel moslimcliënten heeft, deed daar niets aan af.''

De angst voor de hoofddoek. Of is het meer dan dat?

,,Het is een angst voor het anders-zijn. Ze kunnen een vrouw met hoofddoek niet plaatsen. Zoals een werkgever aan mij vroeg: `hoe weet ik of u wel loyaal bent?' `Die garantie heeft u nooit', wierp ik tegen. `Ook niet als ik mijn hoofddoek afdoe.' `Ja', antwoordde hij, `maar dan weet ik tenminste hoe u eruit ziet.' Het gaat om hele basale gevoelens.''

Hoe ging u om met zulke tegenslagen?

,,Ik dacht steeds: wacht maar. Mij krijgen jullie niet klein. Ik wist dat ik er zou komen. Al zou het even gaan duren, want ik had het tij – zoveel was wel duidelijk – niet mee.''

Een klein, Haags advocatenkantoor, met een goede reputatie op het gebied van vreemdelingenrecht, wist door uw hoofddoek heen te kijken. U bent nu beëdigd advocate. Hoe verliep uw eerste rechtszaak?

,,Mijn eerste zaak – een arbeidszaak bij de kantonrechter – was een verschrikking. Ik was nog geen advocaat, maar wel gevolmachtigd door mijn kantoor. De rechter – ik zal het nooit vergeten – keek mij gedurende de hele behandeling vies en vernederend aan. `Wie is de gemachtigde', zei hij telkens. `Allah, help me', riep ik in gedachten. Ik voelde me zó klein.''

Heeft u actie ondernomen?

,,Na afloop van de zaak nam ik me voor: dit overkomt mij geen tweede keer. Als ik die rechter weer tegenkom en hij gedraagt zich weer zo, dan ga ik er iets aan doen. Nee, niet via de tuchtraad, maar gewoon: met een goed gesprek. De volgende zitting verliep overigens prima.''

Het advocatenkantoor waarvoor Arslan werkt, heeft een algemene praktijk. Omdat het kantoor slechts vier werknemers telt – drie vrouwen en een man – hebben de advocaten geen echt specialisme. Arslan `doet' relatief veel vreemdelingenzaken, omdat zij na haar studie vijf jaar als juriste voor de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) heeft gewerkt. Dat was een van de voornaamste redenen voor het kantoor om haar aan te nemen. Daarnaast buigt zij zich geregeld over familierecht, erfrecht, strafzaken, huurrecht, sociale-zekerheidsrecht, bijstandsfraude en arbeidszaken. Er is geen zaak die Arslan niet aanneemt, want ,,iedere verdachte heeft het recht op verdediging, hoe erg het delict ook is dat hij of zij heeft gepleegd.''

In Venlo zit een Marokkaan vast, die ervan wordt verdacht dat hij een Nederlandse student in elkaar geschopt heeft, die hem had gewezen op zijn ruwe omgangsvormen. Zou u zo'n jongen verdedigen?

,,Zonder meer. Het maakt mij niet uit wie mijn cliënt is. Wat zijn nationaliteit, sekse of geaardheid is. Of hij al dan niet een moord heeft gepleegd. In Venlo waren tientallen getuigen. Dan vraag ik mij onmiddellijk af: waar waren die? Ik ontken niet dat er in Venlo veel leed is berokkend en het strafrecht staat nu eenmaal voor vergelding. Maar belangrijk is dat die vergelding – mede door druk vanuit de samenleving – niet buitensporig zwaar wordt.''

Een ander voorbeeld: onze krant berichtte dat een 18-jarige Afghaanse jongen zijn 15-jarige zusje had neergestoken, omdat zij er een te moderne levensstijl op na zou houden. Stel, u bent zijn advocate. Wat voor pleidooi zou u houden?

,,Eerwraak – want daar hebben wij het over – bestaat uit twee componenten: eer en wraak. Dat zijn universele componenten, islamieten hebben er geen patent op. De beleving is bij moslims misschien anders dan bij niet-moslims, maar dat betekent nog niet dat moslims beide fenomenen altijd met moord combineren. Wie Gone with the wind heeft gezien, weet dat daar ook elementen van eer en wraak in voorkomen. Als ik die jongen zou verdedigen, zou ik honderden punten aanvoeren.''

Vindt u dat een rechter, bijvoorbeeld bij eerwraak, begrip moet hebben voor culturele of religieuze motieven van de dader?

,,Zonder meer. Want wat dreef die jongen om zijn zus dood te steken? Wat was de rol van de Afghaanse gemeenschap? Kreeg het gezin bijstand vanuit de hulpverlening? Het meisje werd slachtoffer van haar broer, maar haar broer is ook slachtoffer: van de daad. De sociale druk in zo'n gemeenschap kan overweldigend zijn. Je kunt zoiets niet buiten beschouwing laten om vervolgens te concluderen dat het om een poging tot moord gaat.

U zou voor strafvermindering pleiten, omdat deze jongen zijn daad onder grote sociale druk heeft begaan?

,,Precies. Eerwraak is geen rechtvaardigingsgrond, noch een strafuitsluitingsgrond. Maar die sociale druk speelt wel degelijk een rol. Je kunt als rechter niet zeggen: `Ik vind eerwraak verwerpelijk en dus beschouw ik het als moord'. Allochtonen die uit eerwraak een moord plegen, zijn ook Nederlanders. Ze hebben zich aan de Nederlandse wet te houden, maar dat neemt niet weg dat zij er hun eigen religieuze en culturele normen en waarden op nahouden. Een rechter moet dat in overweging nemen.''

Wat voor signaal geef je daarmee af?

,,Dat rechters zorgvuldig en objectief te werk moeten gaan.''

U ziet het niet als een obstakel voor integratie: de Nederlandse rechtspraak die zich plooit naar de waarden en normen van een minderheid, in plaats van andersom?

,,Nee, want ik zeg niet dat we de strafmaat moeten aanpassen. Ik pleit alleen voor grotere zorgvuldigheid en openheid. Voor een sterkere motivatie van vonnissen. Rechters staan niet boven, maar in de maatschappij. Ze moeten door meerdere brillen kijken.''

Susan Rutten, universitair docent privaatrecht in Maastricht, stelt dat rechters meer oog moeten hebben voor culturele diversiteit in het Nederlandse familierecht. Als voorbeeld noemde ze een zaak waarbij een weggelopen Marokkaans meisje onder toezicht werd gesteld, omdat dit, naar Nederlandse maatstaven, in het belang van het kind was. Rutten vond het geen vanzelfsprekende conclusie.

,,Ik ook niet. Zo'n ondertoezichtstelling kan ook averechts werken. Want verbreek je het contact, dan maak je de weg terug heel moeilijk. Een meisje van zestien is veel te fragiel om zulke keuzes te maken.

Ik zou me als rechter afvragen wat de hulpverlening heeft gedaan. Of er een intermediair is ingeschakeld vanuit de Marokkaanse gemeenschap. En als het kind dan toch uit huis wordt geplaatst, zou ik rekening houden met haar achtergrond. Dus geen Nederlands pleeggezin, maar een islamitisch gezin – want die bestaan, hoor. Of een islamitisch rusthuis (een plek waar moslimjongeren tijdelijk kunnen verblijven, omdat ze thuis problemen hebben, red.). Laat rechterlijke instanties de dialoog maar eens aangaan. Met hulpverleners. Inspraakorganen. Islam en Burgerschap. Dan weten ze wat er te koop is.''

De rechter moet op cursus?

,,Waarom niet? Ze staan toch niet boven de maatschappij? Allochtonen zijn een permanente factor in ons land. Het zijn geen gastarbeiders meer. Ook een rechter zal dat in ogenschouw moeten nemen.''

Kunt u zich voorstellen dat er mensen zijn die zich afvragen wat zwaarder voor u weegt: de Nederlandse wetgeving of de sharia?

,,Ja, maar daarin ben ik heel duidelijk: ik lééf in Nederland en houd mij aan de Nederlandse wetten. Als moslima ben ik gebonden aan de islamitische wetgeving, maar ik zou die nooit aan anderen willen opleggen. Het is een persoonlijke, geen publieke zaak. Daarom kan de sharia mijn functioneren in deze maatschappij ook nooit belemmeren.''

Famile Arslan is 31 en vrijgezel en ze heeft geen kinderen, een vrij uitzonderlijke situatie voor een Turkse vrouw van haar leeftijd. In de Turkse gemeenschap wordt daar niet vreemd tegenaan gekeken, omdat men wel waardering kan opbrengen voor een carrièrevrouw. ,,En als mensen vragen stellen, antwoord ik steevast: `Insjallah, als Allah het wil'. Waarmee ik eigenlijk probeer te zeggen: daar heb ik geen tijd voor, noch behoefte aan.''

U bent nooit verliefd geweest?

,,Eh, nee. Ik heb ook nog nooit een relatie gehad. Zou bij God niet weten hoe er een aan te gaan. Mijn vriendinnen waren altijd dolblij als ze een vriend hadden. Bellen, bellen, bellen. De ogen zwanger van verliefdheid. Ik begreep dat nooit. Ik ben een van de weinige vrijgezellen binnen mijn vriendenkring.

U bent niet van flirten gediend, zei u ooit.

,,Nee, nee, nee, flirten vind ik niet passen. Het hoort niet bij mij. Als mannen het proberen, geef ik ze geheid een dirty look.''

Aan welke eisen moet uw prins op het witte paard voldoen?

Ze grinnikt. ,,U bedoelt Mohammed in de witte Mercedes? Hij moet een praktiserend moslim zijn, geen man die de regels aan zijn laars lapt. En hij moet mij vrijlaten, want ik heb een heel goed leven als vrijgezel.''

Kunt u zich voorstellen dat u uw werk ooit opgeeft voor het moederschap?

,,Dat weet ik niet. Maar als ik kinderen krijg, zal ik ze niet droppen bij een oppas of kinderdagverblijf. Alsof je een pakje wegbrengt, nee, verschrikkelijk. Ik ben iemand die de dingen goed wil doen, geen half werk wil afleveren. Of het nu om een baan of om kinderen gaat. Als werkende moeder zou ik beide rollen moeten waarmaken en dat lijkt mij vrijwel onmogelijk.''

Zou u met een niet-moslim trouwen?

,,Nooit! Het islamitische huwelijk gaat voor mij boven alles. Nee, ik trouw ook niet met een man die zich tot de islam bekeert vanwege een vrouw, want je wordt moslim omdat je in Allah gelooft, niet omdat je geliefde het wil. Ik ben moslim voor Allah, ik zou mij nooit bekeren omdat een man dat wil. Tegen die man kan ik `nee' zeggen, tegen Allah niet.''

Uw liefde voor Allah gaat boven die voor de man?

,,Natuurlijk! Ik heb een groot godsbesef, Allah staat heel dicht bij mij. Een man komt en gaat. Allah blijft.''

    • Danielle Pinedo