Afwisseling is het toverwoord

Bestaat er voor ouders met tienerkinderen een voor alle partijen geslaagde vakantie van drie weken? Ja, op de Spaanse camping, even buiten de stad.

Ik ken een man die met opzet met vrouw en kind naar een camping in Frankrijk gaat `waar niks is' voor kinderen. Geen zwembad, geen pingpongtafel, geen computerspelletjeshal, geen disco niks van dat alles.

Dat soort dingen vindt hij allemaal onzin. Er is alleen de camping, op een weiland, aan een ijskoud riviertje, ergens in de heuvels van midden-Frankrijk. En er zijn nog een handvol andere kinderen. Nederlandse kinderen overwegend, van ongeveer dezelfde leeftijd als het jongetje in kwestie, tussen de tien en vijftien. ,,Ze moeten zich samen maar vermaken die kinderen, zonder allerlei elektronica en flauwekul'', zegt mijn kennis. ,,Ik ga ook niet naar een andere camping, want ik weiger na te denken over mijn vakantiebestemming.''

Hij gaat onder een boom zitten lezen, net als zijn vrouw en vrijwel alle andere ouders op die camping, terwijl de kinderen ravottend richting rivier trekken.

Zo gaat dat jaar in en jaar uit met mijn kennis en tot nu toe komt-ie er mee weg. Ik bewonder zijn onverstoorbare gedecideerdheid inzake vakantie met een tiener.

Bij ons, ook een eenkindgezin, gaat dat wel anders, weet ik uit ervaring, en bij andere eenkindgezinnen met vakantie ook, hoor ik. Het is een aanhoudende bron van zorg, van wikken en wegen, van geven en nemen: hoe richt je de vakantie zo in dat zowel ouders als tienerkind het naar hun zin hebben, zo'n drie weken lang.

Uit mijn eigen jeugd herinner ik me dergelijke beslommeringen niet – ik was toen ook geen ouder, maar kind, meer de ontvangende partij. Een groot verschil was ook dat ik niet enig kind was: er waren zusjes in alle leeftijden. Als ons gezin met de tent op het dak in de Daf-stationcar over de Alpen richting zonnig Joegoslavië, het land van Tito, trok, was het alsof een circus verder trok. Tenten opzetten en afbreken, inpakken, in de auto ruziemaken met je zusjes, lezen en spelletjes doen, ruzie maken, eten, etc. etc. Ook op de plaats van bestemming was ons gezin bijna een zelfvoorzienend circus: altijd show en publiek bij de hand.

Bij eenkindgezinnen is de situatie meer precair. Er is minder show en het publiek bestaat voornamelijk uit de ouders. De druk om er `met andere kinderen' iets leuks van te (moeten) maken is veel hoger in een eenkindgezin.

Door ervaring wijs geworden hebben wij een vakantieformule ontwikkeld waarin zowel ouders als kind aan hun trekken komen. Afwisseling is het parool.

Dit zijn de twee basisvoorwaarden voor een geslaagde (kampeer)vakantie met tiener.

Voorwaarde 1. Zoek een camping met een pingpongtafel.

Jarenlange ervaring leert dat een pingpongtafel op de camping bij uitstek de plek is waar kinderen van alle leeftijden met elkaar in contact kunnen komen. De jongeren zelf hebben er een soort rond-de-tafelspel voor ontwikkeld, waarbij nieuwkomers makkelijk in kunnen voegen. Doordat er met elkaar getafeltennist wordt, krijgen kinderen hier eerder contact dan bijvoorbeeld in het zwembad op de camping. Daar hangen voornamelijk pubers rond die imponeerduiken oefenen, of families waarvan de neefjes en nichtjes elkaar in het water willen duwen.

Pingpongtafels zijn ook de plaatsen waar de voor beginnende en gevorderde pubers belangwekkende informatie doorgegeven wordt: waar is de disco, waar is het late kampvuur. Dus ook voor de 13-plus tiener kan een pingpongtafel nog vitaal zijn voor een geslaagde vakantie, omdat daar disco-informatie (en -gezelschap) te krijgen is.

N.B. Disco op de camping is dus geen voorwaarde; soms zijn er disco's in de buurt bij de camping, waarvan men bij de pingpongtafel weet heeft.

Voorwaarde 2. Bezoek een stad.

Natuurlijk: zwemmen in zee, rivier of zwembad is leuk, en voor een tiener vaak onontbeerlijk, maar echt helemaal onmisbaar tijdens een kampeervakantie is een bezoek aan een stad. Nederlandse tieners, ook van wat vroeger `het platteland' heette, zijn in de eerste plaats stadskinderen. Ze zijn geïnteresseerd in de nieuwste skatemode, de nieuwste zakspelcomputers, de nieuwste verzamelspelletjes. Elke dag croissants kopen in de campingwinkel is ook niet alles. Een bezoek aan een enigszins stedelijk aandoende buitenlandse plaats is een voorwaarde voor een bevredigende vakantie. En dan niet alleen om een historisch fort te bezoeken, of een kleurig befrescode kerk. Dat valt voor een tiener al gauw in de categorie ABC: Another Beautiful Church.

De kerk moet afgewisseld worden met een bezoek aan de modernste winkelstraat, waar de stadscultuur op te zuigen is. Welke gameboyspelletjes verkopen ze in Barcelona? Wat biedt Toulouse voor skatewinkels? Zijn er nog hippe sportschoenen in de aanbieding in Aix-en-Provence? Dat zijn dingen die kinderen interesseren. Deze voorwaarde voor een geslaagde vakantie laat zich uitbreiden tot reizen met kinderen naar verre landen als Thailand etc.: als er niet af en toe een vertrouwde stadspizza of hamburger gegeten wordt, is de vakantie mislukt, want te bevreemdend.

Tot zover de basisvoorwaarden. Wij dachten afgelopen zomer geheel aan onze eigen eisen te voldoen toen we naar Spanje trokken – naar Spanje, omdat je van altijd maar in Frankrijk kamperen wel eens moe wordt, en Italië, daar waren we om diezelfde reden vorig jaar al geweest.

In Spanje een camping uitgezocht met een pingpongtafel, en niet ver van een stad (Barcelona). Het werd een prijswinnende natuurcamping aan een baai bij Tossa de Mar: druk maar toch in een rustige baai. Met andere woorden: leuke drukte voor kind, mooi, rustig strand voor ouders.

De baai en het strand waren inderdaad mooi en rustig, het uitzicht indrukwekkend: rotsen met pijnbomen, en een spiegel blauwe zee. Dat er duizenden tenten onder de pijnbomen stonden, was niet te zien.

En daar zat 'm nou net de kneep. Er stond niet één pingpongtafel op die camping, maar wel vier of vijf. Het waren er te veel. Het was te druk en te hectisch. Wat wil je ook, Spanje.

Vandaar dat er van pingpongcontacten leggen weinig kwam. Voor toch wat schuchtere jongelingen is een zekere camping-intimiteit een voorwaarde.

Gelukkig was er nog Barcelona, een stad die een feest is.

Hippe winkels in overvloed (tiener) mooie oude buurten waar je bijna beroofd wordt, om door te slenteren (ouders), musea (ouders). Voor de tiener was er nog een extra attractie in Barcelona. In een internetcafé in Tossa de Mar hadden we al het adres uitgezocht van een winkel waar het onder jongens populaire verzamelkaartspel Magic gespeeld wordt. Ook Spaanse tieners kwamen daar Magic spelen, tot grote vreugde van onze vakantievierende tiener. Zodat we elke dag twee uur rustig op het nabijgelegen terras konden zitten lezen, terwijl in de bedompte kelders van het tienerhonk naar hartelust gekaart werd: voor ouders en kind een hoogtepunt van de vakantie.

Terug in Tossa de Mar bleek toch dat we ons vakantiegeluk elders moesten zoeken. Het kwam goed uit dat we voor de vakantie wat vakantieadressen van vriendjes hadden genoteerd. Zodat we uiteindelijk in Frankrijk op de camping `waar niks voor kinderen is' terechtkwamen, van onze kennis. En daar bleek het een feest te zijn, omdat er meer ouders en vriendjes op het idee gekomen waren daar neer te strijken; het werd een ware reünie, met kampvuren en de hele dag spelende kinderen. Ze hadden allemaal hun Magic-spelkaarten bij zich en stadse zak-spelcomputers, zodat er op de camping waar niks is volop ruimte was die spellen te spelen. Voor de ouders was er goedkope wijn in plastic containers, en mijn kennis die weigert na te denken over zijn vakantie, glunderde van de triomf van de toeloop van kennissen. Het was voor hem de bevestiging van zijn gelijk: dat een camping waar `niks is' voor kinderen, de beste camping is voor een geslaagde vakantie met tieners. Voor mij was het de aanleiding om een derde basisvoorwaarde voor een geslaagde vakantie met tiener te formuleren:

Voorwaarde 3: Houd vakantieadres vriendje achter de hand.

    • Paul Steenhuis