Voorbij het realisme

Het weergeven van het moderne leven is waarschijnlijk de lastigste taak die een hedendaagse schilder zichzelf kan opleggen. Of het nu huiskamers zijn of hangjongeren of treintaferelen, zulke beelden zijn door de reclame-, interieur- en kunstfotografie al zo vaak gebruikt dat een schilder er nauwelijks iets aan toe kan voegen. Misschien was dat ook het probleem van Koen Ebeling Koning. Al vanaf het begin van zijn carrière, die via de AKI in Enschede naar de Rijksacademie liep, schilderde hij min of meer alledaagse taferelen. Aanvankelijk vooral monumentale koppen, later werden zijn beelden steeds gewoner – een hangjongere op zijn brommer, twee mensen in een trein, een vader en een zoon in een atelier. Allemaal geschilderd met onmiskenbare flair, in lichte kleuren op doeken van tenminste vier vierkante meter. Maar die doordachte, grondige stijl botste ook met de vluchtigheid van Ebeling Konings taferelen. Alsof hij zijn werk niet in overeenstemming met zijn wereld wist te brengen.

Op Ebeling Konings nieuwe solo bij de Haagse Galerie Van Kranendonk is er op het eerste gezicht weinig veranderd. Nog steeds grote doeken, geschilderd in milde kleuren, zachtblauw, pistachegroen, citroengeel. De doeken worden ook nog steeds gedomineerd door het dagelijks leven – drie mannen die aan een tafel een spelletje spelen, een luierende student, een kunstenaar in zijn atelier.

Maar de verschillen zijn belangrijker. Allereerst duikt op de meeste doeken nu een jonge man op met ontbloot bovenlijf, onmiskenbaar de schilder. Op Juli drinkt hij uit een frisdrankfles, op Koen met radio speelt hij met een transistor en op Adelaarshorst zien we hem in zijn atelier, rug naar de toeschouwer, werkend aan een grote tekening. Daarmee geeft dit doek ook een hint naar de subtielere, maar belangrijker wijziging in Ebeling Konings werk: hij heeft zich afgekeerd van het `harde' realisme. Wie de tijd neemt ziet dat er op bijna ieder doek een `schijnwerkelijkheid' opduikt die de doeken gelaagder maakt. Soms is die schijnwereld een ander kunstwerk dat naadloos in het echte doek opgaat. Op Juli en Koen met radio krijgt Ebeling Konings alter-ego zelf een schijngestalte mee, een schim die achter hem staat en de `echte' ik overschaduwt. Dat is een intrigerend gezicht, zeker omdat het duidelijk is dat die `schaduw' geen echte schaduw is – op Juli houdt de schim zelfs de dop van de drankfles vast.

Daarmee lijkt het erop dat Ebeling Koning in zijn werk eindelijk de extra dimensie heeft gevonden waarnaar hij zocht. Om er toe door te dringen moet de toeschouwer zichzelf de tijd geven; om goed te kijken, om de `schijnwereld' af te zetten tegen de echte. En ineens is het realisme dat Ebeling Konings vroegere werk soms zo vluchtig maakte, bij toverslag verdwenen.

Koen Ebeling Koning, Schilderijen. Galerie Van Kranendonk, Westeinde 29, Den Haag. T/m 23 januari. Wo t/m za 12-17u. Inl. www.art-house.nl