Uitgeven en fuseren

Het heeft iets aanmatigends wanneer een onderdeel van een van de grootste uitgeversconcerns van Nederland roept dat het de oudste uitgever van Nederland is, alleen omdat de naam Bohn sinds 1752 ononderbroken op Nederlandse titelpagina's prijkt. Dat zal de Leidse wetenschappelijke uitgeverij Brill steken. Zij moet het predikaat `oudste uitgeverij' ontberen ondanks haar rijke geschiedenis die terugvoert tot de zeventiende-eeuwse Leidse uitgeversgigant Luchtmans. Wie even over de grens van de oosterburen kijkt, ziet dat de Göttingse uitgeverij Vandenhoeck & Ruprecht evenveel recht van spreken heeft. De Nederlander Abraham van den Hoeck was al in 1732 als uitgever in Duitsland actief en ook zijn naam leeft voort in een uitgeversconcern.

De uit Lübeck afkomstige Christoph Henrich Bohn kwam in 1739 naar de Hernhutters in Zeist om daar het vak van boekbinden te leren. Al snel kreeg hij het aanbod om zich in Haarlem als zelfstandig uitgever te vestigen. Dit laatste was voor de huidige uitgeverij waaraan zijn naam verbonden is, Bohn Stafleu Van Loghum, aanleiding om het 250-jarig bestaan te vieren met een jubileumuitgave. Het resultaat is een schitterend boek. De vele afbeeldingen laten zien hoe de typografie van het Nederlandse boek zich gedurende die 250 jaar heeft ontwikkeld en tegelijkertijd geven ze een getrouw beeld van de manier waarop de uitgaven van Bohn werden geïllustreerd. Bovendien bevat de jubileumuitgave prettig leesbare hoofdstukken waarin de geschiedenis van de Nederlandse boekhandel in het algemeen en die van Bohn in het bijzonder wordt toegelicht.

In het eerste gedeelte staat de bedrijfsgeschiedenis tot 1900 centraal. Daarop volgt een hoofdstuk waarin nader wordt ingegaan op de ontwikkeling tot een wetenschappelijke uitgeverij, gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw. Aparte hoofdstukken zijn toebedeeld aan drie mastodonten uit het uitgeversfonds Bohn. Zo schrijft Anton van Kempen over de moeizame ontstaansgeschiedenis van de nog altijd door literatuurhistorici bewonderde Ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde van Jan te Winkel. Peter Gijsbers licht de bijna tachtig jaar durende relatie `onder huwelijkse voorwaarden' tussen Bohn en het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde toe en Arnoud van den Eerenbeemt gaat in op een ander medisch werk uit het fonds van Bohn dat in alle spreekkamers van huisartsen aanwezig is, Pinkhof Geneeskundig woordenboek.

In het derde deel komen de laatste decennia van de uitgeverij aan de orde. In deze periode is sprake van een schaalvergroting waarbij fondsen werden overgenomen en afgestoten. Fusie en onthechting waren schering en inslag. Bekende uitgeversnamen als Oosthoek's Uitgeversmaatschappij (van de gelijknamige encyclopedie), Scheltema & Holkema (thans alleen de naam van een Amsterdamse boekhandel), Van Loghum Slaterus, Kluwer, Stafleu, Wolters Noordhoff, Wolters-Samsom, Samsom-Stafleu, Wolters-Kluwer: de kluwen van Nederlandse uitgeverijen is vrijwel onontwarbaar. Toen in 1987 een overname dreigde van Kluwer door Elsevier, kwam een fusie tot stand tussen Kluwer en Wolters-Samsom. Dit leidde in 1990 tot de oprichting van de nieuwe werkmaatschappij Bohn Stafleu Van Loghum, die zich ging bezighouden met welzijn, gezondheid (inclusief geestelijke gezondheid) en cultuur. Houten werd gekozen als vestigingsplaats.

Inmiddels liggen de kaarten weer anders. Onlangs werd uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum overgenomen door een andere uitgeversgigant: die van Perscombinatie Meulenhoff (PCM). Maar of daarmee de rust in de uitgeverij is weergekeerd, valt te bezien.

Peter Gijsbers en Anton van Kempen (red.): Deugdelijke arrebeid vordert lang bepeinzen. Jubileumboek uitgegeven ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van uitgeverij Bohn, 1752-2002. Bohn Stafleu Van Loghum, 350 blz. €49,–

    • Rietje van Vliet