UEFA-baas praat graag met Van Basten over spelregels

Marco van Basten is welkom bij de UEFA om een toelichting te geven op zijn plannen voor nieuwe spelregels in het voetbal. Dit zegt Gerhard Aigner, secretaris-generaal van de Europese voetbalunie, in een interview met het business-magazine Ondernemend Nederland. Van Basten, die momenteel de cursus coach betaald voetbal volgt en bij Ajax als stagiair actief is, wordt zo snel mogelijk verwacht op de burelen van de UEFA in Nyon.

Na het WK van vorig jaar hield Van Basten een pleidooi voor een groot aantal spelregelwijzigingen. Zo is hij voorstander van de afschaffing van de buitenspelregel, de invoering van twee of drie scheidsrechters, elektronische hulpmiddelen, 2x35 minuten zuivere speeltijd en een systeem van persoonlijke fouten (P's).

De wereldvoetbalbond FIFA staat niet open voor rigoureuze veranderingen in het voetbalspel, maar Aigner is positief over de wijze waarop Van Basten zijn nek heeft uitgestoken. `Wij nemen de aanbevelingen van een oud-topspeler als Van Basten zeer serieus', aldus de hoogste baas van de UEFA. `We zouden er graag met hem over spreken. Ik ben ervan overtuigd dat hij een interessante bijdrage kan leveren. Al is voetbal één van de mooiste sporten, we moeten onderkennen dat heel veel voor verbetering vatbaar is.'

Over de invoering van elektronische hulpmiddelen is Aigner minder enthousiast. `Een bal die wel of niet de doellijn is gepasseerd: het gebeurt. Soms ben je gelukkig, soms ongelukkig. Dat gebeurt al sinds het bestaan van het voetbal. Er is nooit over geklaagd, nu wel omdat er zoveel geld in het voetbal wordt gestoken. Maar men mag geen onfeilbaarheid van mensen verwachten vanwege het financiële belang. Als voetbal de hoogste graad van perfectie bereikt, komt niemand meer kijken.'

Aigner maakt zich zorgen over de financiële situatie van het internationale profvoetbal. Hij voorziet dat de rijke clubs rijker worden en de arme steeds armer. `De media-opbrengsten vloeien straks alleen nog naar de grote clubs. De middelgrote en in het bijzonder de kleine clubs worden de dupe. Voor die categorie zullen de media-inkomsten dalen en tenslotte, vrees ik, geheel verdwijnen.'

Desondanks is de toekomst van het voetbalspel volgens Aigner niet in het geding. `Wat er ook gebeurt, de kwaliteit van het spel zal nooit lijden onder de kwade invloed van de investeerders, sponsors of beleggers. Never.'

Aigner haakt ook in op de plannen van de UEFA en de internationale spelersvakbond FIFPro om clubs op te leggen hun elftallen te laten bestaan uit zes spelers van de eigen opleiding, de 6+5-regel. `De spelers uit eigen land dienen vaak nog slechts om de selectie te completeren. Een Nederlandse club die met voornamelijk buitenlandse spelers aan de Nederlandse competitie deelneemt, is een fenomeen dat ronduit deprimerend is voor het sportieve milieu van het voetbal. De strijd om het kampioenschap van Nederland moet worden gestreden door voornamelijk spelers uit Nederland.'

Weinig waardering kan Aigner opbrengen voor een Europese competitie. `De werkelijkheid van vandaag is dat voor supporters de nationale competitie het hoogste goed is. Een Euro League zou in de eerste plaats de nationale competities ontmantelen omdat de beste teams eruit verdwijnen. De clubs investeren zoveel geld dat ze min of meer een garantie voor succes willen. Wat gebeurt er met de kwaliteit van de wedstrijden als de strijd voor degradatie ontbreekt? Ik voorspel dat een Euro League absoluut de verkeerde route zal zijn. Het zal een circus worden.'

Ook de plannen van PSV-voorzitter Harry van Raaij om met de kleinere voetballanden een Atlantic League te vormen waardoor meer inkomsten gegenereerd worden, wijst Aigner af. `Van Raaij is een business-man. Ik weet niet of hij de essentie van de sport begrijpt of de werkelijke gevoelens van de supporters kent.'

De G14, een gezelschap van internationale topclubs met ook Ajax en PSV, beschouwt Aigner als `een lobbygroep en een pressiegroep'. Hij zet vraagtekens bij het jongste plan van de G14 om een salarisplafond (salary-cap) in te voeren voor topvoetballers. `Intern binnen de UEFA is dat thema al bestudeerd. Als de G14 over een salary-cap praat, dan hebben we het hier hooguit over een gentlemen's agreement tussen clubs onderling. Maar wat is zo'n afspraak waard? Het is een mechanisme waarop geen sancties bestaan. Er is geen controle op mogelijk, door geen enkele autoriteit. Daarom is het zeer twijfelachtig of het zal werken. De introductie van een salary-cap heeft alleen zin als er een verdrag met afgevaardigden van werkgevers en werknemers aan ten grondslag ligt.'