Pas op met de liberalisering elektriciteitssector

De wereld van infrastructuren en nutsdiensten was tot voor kort een rustige wereld. Inmiddels zijn barrières voor competitie geslecht en activiteiten die voorheen door overheidsbedrijven werden gerealiseerd, worden overgelaten aan de private sector. Liberalisering en privatisering hebben in sommige sectoren geleid tot beduidend lagere prijzen en tot een toename van het aanbod aan producten of diensten. Elders hebben de veranderingen een andere uitwerking gehad. Een van de oorzaken hiervan is het strategische gedrag van `actoren' in de sector. Soms vertonen organisaties, geprikkeld door de toenemende concurrentiedruk of door hun exclusieve positie in de sector, gedragingen die niet door de beugel kunnen.

Recent onderzoek heeft een overzicht opgeleverd van een aantal vergelijkbare, verontrustende gedragingen in de Nederlandse elektriciteitssector. Een deel van de gedragingen is al daadwerkelijk gesignaleerd, de rest is de komende jaren te verwachten in de overgang naar een volledig vrije markt. Met behulp van een simulatiespel kon een beeld worden verkregen van de Nederlandse elektriciteitssector over enkele jaren.

De dominante gesignaleerde strategische gedragingen zijn de volgende:

Elektriciteitsproducenten zetten heel bewust hun productiecapaciteit in. Zij hebben baat bij een schaarste aan productiecapaciteit. Daarnaast beïnvloeden zij de verdeling van internationale transportcapaciteit om de import van goedkope buitenlandse elektriciteit te beperken.

Netbeheerders minimaliseren investeringen in transportcapaciteit. Zij baseren investeringsbeslissingen vooral op extrapolaties van de vraag naar elektriciteit. Waarschijnlijk zijn de recente stroomstoringen deels het gevolg van deze strategie. Opvallend is dat dit gebeurt bij netbeheerders die in publieke handen zijn. Het argument dat netbeheerders in publieke handen moeten blijven, omdat juist private netbeheerders dit gedrag vertonen, lijkt niet op te gaan.

Gereguleerde netbeheerders en leveranciers spelen met de informatievoorziening naar de toezichthouder toe. Om zo gunstig mogelijke tarieven te realiseren proberen gereguleerde organisaties de informatievoorziening voor de toezichthouder en de minister te vertragen, proberen zij informatie te verstoppen tussen irrelevante informatie of leveren zij de verkeerde informatie aan.

De voormalige monopolisten, zoals producenten van elektriciteit, vertragen het ontstaan van een gelijk speelveld. Zij frustreren het functioneren van nieuwkomers in de sector door bepaalde essentiële voorzieningen te laat of helemaal niet ter beschikking te stellen. Het is opvallend dat Economische Zaken een zwak heeft voor deze voormalige monopolisten.

Al met al is het saldo negatief. Belangrijke doelstellingen van de liberalisering lijken niet te worden gehaald. De uitdaging is om de negatieve effecten van strategisch gedrag te voorkomen of in ieder geval te neutraliseren. Een deel van de gedragingen is afhankelijk van de werkwijze van de toezichthouder. Aanpassing van deze werkwijze is op zijn plaats. Het verzwaren van de rol van de toezichthouder is echter onvoldoende. Voor de overige gedragingen, bijvoorbeeld die ten aanzien van het beheer van essentiële voorzieningen, zoals elektriciteitscentrales en -netten, moeten innovatieve arrangementen worden ontworpen die de prikkels wegnemen om strategisch met deze voorzieningen om te gaan. Het is te overwegen om de gezamenlijke gebruikers van deze voorzieningen een directe rol te geven in het beheer, bijvoorbeeld door het oprichten van een joint venture.

Dr.ir. Martijn Kuit is universitair docent aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft.

    • Martijn Kuit