Met een Fordje naar Bagdad

Je leest het terloops, maar je staat er wel van te kijken. Een zekere Alphonse Hustinx (1900-1972) heeft het grootste dia-archief over de Nederlandse bezetting tijdens Tweede Wereldoorlog op zijn naam staan. Zo'n 1.250 kleurendia's, niet van bombardementen of executies, maar van het alledaagse in leven blijven. Een deel blijkt te zijn opgenomen in De gekleurde werkelijkheid 1940-1945, een fotoboek dat allang niet meer verkrijgbaar is.

Diezelfde nauwelijks bekende cineast en fotograaf Hustinx keurde na de bevrijding deze opnamen geen blik meer waardig. Hij trok er liever op uit, zoals hij vóór de oorlog vaker was weggetrokken. In 1932 bijvoorbeeld had hij in een Limburgse dwarsstraat zijn Fordje volgestouwd, om richting Afghanistan te tuffen. Hij kwam in Herat terecht: `het uiteinde der wereld', zoals hij schreef, waar tyfus en cholera heersten, en waar de `pinguinmode' van zwaargesluierde vrouwen, zoals hij die dracht noemde, hem knap tegenstond.

Het Wereldmuseum in Rotterdam, dat de duizenden vintageprints van Hustinx' reizen door het Midden- en Verre Oosten beheert, presenteerde eerder dit jaar een selectie, maar er ontbrak een verhaal. En daarin voorziet nu Voorbije Reizen, ingeleid door Louis Zweers die uit volgepriegelde dagboekjes de reizen reconstrueerde. En hij zocht er honderd zwartwitopnamen bij uit. Aan de voet van de piramide van Chefren in Gizeh zie je in alle verlatenheid bijvoorbeeld dat Fordje van Hustinx geparkeerd staan. In Bagdad en Teheran verkent hij het feërieke, nog nauwelijks gemotoriseerde straatleven. Op de Tigris dobberen ronde bootjes voorbij, boeien voor opslag en transport. In Oost-Perzië trekken karavanen langs lemen koepelwoningen, die als vrouwenborsten uit de aarde oprijzen. En in Isfahan staat het mooiste `operadecor' dat men zich wensen kan: de Hof der veertig pilaren. De KLM en BPM namen graag foto's van deze autodidact af en De Telegraaf en De Maasbode publiceerden zijn reisverhalen, met ouderwets metselwerk als `Weggedoken in lage fauteuils staken wij Hollandsche sigaren op en vervolgden onze verhalen in de groote salon.'

De mooiste opdracht kwam van de Stoomvaart Maatschappij Nederland: een overtocht naar Nederlands-Indië op de Johan van Oldenbarnevelt. Aan boord ontdekte Hustinx het Bentley-gevoel, de luxe van piekfijn geklede dames en heren, die zonnebadend, schermend of hangend aan de bar de tijd doodden. In totaal zou hij in 1938 in Nederlands-Indië zo'n twintig uur film opnemen, ingekookt tot het later vaak vertoonde, twee uur durende epos Kleur en glorie onzer tropen. Een flink aantal foto's uit Voorbije Reizen heeft op deze Indië-reis betrekking. Blanken werden in draagstoelen over de heuvels van Midden-Java gesjouwd, terwijl de plaatselijke bevolking zich amuseerde met rammen- en hanengevechten en opgetuigde renstieren. In Batavia verpoost een Nederlands gezin zich als de koninklijke familie in een riante villatuin, en verderop doen autochtone vrouwen de was vanaf half weggezonken bamboevlotten. Zó liggen de verhoudingen nu eenmaal, moet Hustinx gedacht hebben.

Na de oorlog graasde hij India, Pakistan en Afrika nog af. Of het nu panorama's zijn van sawa's of mausolea, opnamen van werkolifanten of zwarte paters op Vespa-scooters – alles wat anders was dan hier moest helder, informatief en rechttoe rechtaan in beeld komen, zonder technische of compositorische Spielerei. Eenmaal weer thuis in Roermond pakte Hustinx zijn sobere leven weer op. Hij hield lezingen hier en daar, en dan schoof hij liever de zo andere, verre medemens dan zijn avontuurlijke zelf op de voorgrond. Naarmate de tijd verstrijkt zal het historisch en volkenkundig belang van zijn werk alleen maar toenemen. Er is al zoveel verdwenen, van eeuwenoude stadspoorten in Teheran tot missionarissen in Afrika, die toen nog – zo ben ik bang – met verhalen over hemel en hel zelfs Ghanese kleuters bestookten.

Louis Zweers: Voorbije Reizen; foto's van Alphons Hustinx.

Walburg Pers, 135 blz. €15,95

    • Marianne Vermeijden