Je bent er gloeiend bij, Jack

Glimmende straten, het warme licht van gaslantaarns, mist, koetsen en krantenjongens die het laatste nieuws roepen – dankzij de verfilmingen van laat negentiende-eeuws Londen stellen wij ons deze metropool voor als prettig sfeervol: tegelijk opwindend en veilig. De werkelijkheid was minder romantisch. De stad telde dik 5,5 miljoen inwoners. De Theems was een stinkend open riool, en ook de steenkool verspreidde een verstikkende walm. Op de meeste plekken was het vanaf de schemering stikdonker en in de vuile, overbevolkte slums, waar zelfs de bobby met zijn ratel en lamp liever wegbleef, werd het in herfst en winter ook overdag nauwelijks licht. Geweld, armoede, bedelarij, geslachtsziekten, overvolle logementen, dronkenschap en sterfte op straat waren aan de orde van de dag. In onze verbeelding zou de mythische figuur `Jack the Ripper' kunnen zijn ontmaskerd door Sherlock Holmes, wiens eerste avontuur in 1887 werd gepubliceerd. Maar anders dan Holmes was de vrouwenmoordenaar, al is ook hij tot personage verworden, maar al te echt. En anders dan in de zaken van de Victoriaanse meesterspeurder, werd de Ripper nooit gepakt.

Althans tot voor kort. Want het afgelopen jaar is de dader geïdentificeerd. Nota bene door een thrillerschrijfster. `Hij is erbij. We hebben hem samen gepakt', besluit de Amerikaanse Patricia Cornwell, onder dankzegging aan haar talloze voorgangers, het boek waarin zij verslag doet van het vijftien maanden durende onderzoek dat door een uitgebreid forensisch team onder haar leiding en op haar kosten (naar schatting vier miljoen pond) werd verricht. Iemand ten onrechte van moord beschuldigen is op zijn minst karaktermoord, maar Cornwell is zo zeker van haar zaak dat ze daar geen moeite mee heeft. De eerste ons bekende serial killer kan naar haar overtuiging niemand anders zijn geweest dan de beroemde kunstenaar Walter Sickert, geboren in 1860 in Duitsland, overleden in 1942 in Engeland. Geen joodse immigrant dus, geen slager uit het nabije abattoir, geen arts of Mad Scientist en ook niet de kleinzoon van koningin Victoria, om de favoriete verdachten van de afgelopen eeuw te noemen, maar Whistlers leerling Sickert, schilder en graficus, die wel eerder was verdacht maar naar wie nog nooit serieus onderzoek werd gedaan.

Cornwell is bekend door haar bestsellers rond de eerste vrouwelijke patholoog-anatoom in de detectiveliteratuur. Een vernieuwing van het genre, omdat lijken snijden en het gedetailleerd berichten over de nieuwste forensische technieken en medisch-biologische recherchemethoden geen gangbare vrouwelijke bezigheden zijn. Voor ze haar romanreeks begon was Cornwell misdaadverslaggeefster en medewerkster van een patholoog-anatoom; aan haar deskundigheid inzake geavanceerde onderzoekstechnieken wordt dan ook niet getwijfeld. Toch kun je je afvragen of zij met deze echte zaak haar hand niet heeft overspeeld. Al is Cornwells materiaal volgens de Londense politiecommissaris die haar in mei 2001 tijdens een Ripper-rondleiding op het spoor van Sickert zette, genoeg voor een veroordeling, een niet forensisch geschoolde lezer kan Cornwells lawine aan overwegingen en materiaal onmogelijk op waarde schatten.

Wat is dat bewijsmateriaal? De hardste feiten zijn de exclusieve watermerken uit Ripper-brieven die overeenkomen met die van Sickerts briefpapier, en een DNA-match in het speeksel waarmee die brieven zijn dichtgeplakt. Maar sluitend is het niet. Voor de rest moet Cornwell het hebben van `circumstantial evidence'. Ze beredeneert dat een flink deel van de honderden brieven die politie en pers ontvingen en waaruit de naam Jack the Ripper stamt, anders dan verondersteld, niet door grapjassen maar door de moordenaar zelf is geschreven. De roestbruine `bloedvlekken' blijken van een type etsvloeistof dat Sickert gebruikte, sommige brieven zijn geschreven met lithografisch krijt en de tekeningetjes erin zijn volgens kunsthistorici van dezelfde hand als de Ripperschetsjes in een door Cornwell opgespoord gastenboek van een hotel waar de kunstenaar logeerde.

Cornwell noemt Sickert een psychopaat: een mooie, intelligente, charmante maar gewetenloze man die bovendien behept was met een diepe vrouwenhaat. Psychopaten houden van machtsspelletjes; de Ripper provoceerde en ridiculiseerde publiekelijk de wanhopige politie. Hij kondigde zijn volgende misdaad aan en stuurde een stuk nier aan een gerechtelijk arts. `Jack the Ripper' vermoordde tussen augustus en november 1888 tenminste vijf Londense vrouwen die af en toe met seks hun drank of de huur voor die nacht verdienden. Alle vijf woonden of werkten ze in Whitechapel, een wijk in het beruchte East-End, voor een groot deel bevolkt door straatarme immigranten. Het waren gruwelijke moorden. Door messneden van oor tot oor waren de slachtoffers zo goed als onthoofd. Bij allen waren de baarmoeder, stukken vagina, soms het hart of andere organen verwijderd; ingewanden lagen rond de lijken, soms waren hun gezichten gekerfd. Zie een aantal van Sickerts tekeningen, zou Cornwell zeggen: op de uit 1906 daterende serie `Moord in Camden Town' bijvoorbeeld staat nauwkeurig uitgebeeld wat alleen in de politierapporten te lezen is.

De amputaties voedden het gerucht dat de moordenaar een arts was maar ook kunstenaars, meent Cornwell, hadden voldoende anatomische kennis om geslachtsorganen uit opengereten buiken te graaien. Sickert had diverse geheime `studio's' in Whitechapel en hield ervan 's nachts door de buurt te zwerven om cafés, variété en prostituees te tekenen. Begonnen als acteur, verzamelde Sickert uniformen en pruiken; ook doordat hij veel talen sprak kon hij zich voordoen als een gentleman.

Historici hebben het Ripperdrama om zijn seksuele agressie en om het feit dat alle slachtoffers er een losse seksuele moraal op na hielden, geïnterpreteerd in de context van de snel veranderende seksenverhoudingen van het fin de siècle. Feministen streden tegen de reglementering van de prostitutie en voor kiesrecht en recht op werk en op toegang tot de publieke ruimte. (Zie onder meer Judith Walkowitz' prachtige City of Dreadful Delight. Narratives of Sexual Danger in late-Victorian London, 1992).

Sickert verafschuwde het vrouwenkiesrecht. Maar voor Cornwell gaf haar ontdekking de doorslag, dat de kunstenaar als kind meermalen is geopereerd aan zijn penis en waarschijnlijk impotent of met een stompje door het leven moest (de Ripperslachtoffers lijken opvallend genoeg niet verkracht te zijn geweest). Ze verbindt het eenzame jongetje, dat zonder verdoving of op z'n best na een angstaanjagende chloroformkap aan zijn piemel wordt geopereerd en vervolgens is overgeleverd aan ruwe verpleegsters, met de moordenaar die schreef dat men hem dankbaar moest zijn dat hij `dit ongedierte' uit de weg ruimde, en die bovendien zelf opperde dat de dader `wellicht een verminkt geslachtdeel' had en `zich wreekte op de andere sekse'.

Dat klinkt rijkelijk speculatief. Misschien heeft Cornwell zich door haar obsessie met seksuele misdrijven tegen vrouwen laten meeslepen. In elk geval heeft ze zich als een terrier in de zaak vastgebeten en alle gevallen (geen vijf, zoals altijd werd aangenomen, maar waarschijnlijk meer dan twintig) tot in de kleinste historische, medische en forensische details gereconstrueerd en naast de biografie van Sickert gelegd. Als Cornwell gelijk heeft is het opzienbarend. Zo niet dan is dit de zoveelste Rippermythe op de grote stapel, maar nu ten koste van een van de grootste Engelse kunstenaars.

Patricia Cornwell: Portret van een moordenaar. Jack the Ripper - zaak gesloten. (vert. Yolande Ligterink van Portrait of a Killer; Jack the Ripper, case closed). Luitingh-Sijthoff, 399 blz. €22,95