In lust gedrenkt geweld

De Vlaamse auteur Stefan Hertmans stort zich in zijn boeken steeds weer op de bronnen van het kwaad. Onlangs kreeg hij de F. Bordewijkprijs voor zijn roman `Als op de eerste dag'.

Nee, de heruitgave van vier boeken in een nieuwe vormgeving, met stofomslagen zonder plaatjes of foto's, is geen beloning van zijn uitgever omdat hij vorig jaar bleef en niet, als zoveel andere Meulenhoff-auteurs, vertrok met redacteur Tilly Hermans. Dat `gerucht' wil Stefan Hertmans meteen de kop indrukken. ,,Dat zou vernederend zijn. Alsof men mij niet uit overtuiging uitgeeft en ik niet uit overtuiging ben gebleven. De herdrukken zaten er aan te komen en de nieuwe uitgever vond dit een mooi moment. Ik had al langer vruchteloos gepleit voor typografische omslagen. Ik hou erg van de Franse traditie van boeken maken, ik geloof niet dat de lezer op spetterende kleurtjes afkomt. Deze vormgeving straalt een bepaalde reserve en rust uit en dat is wat betreft mijn werk consequent.'

We spreken elkaar in Den Haag, de ochtend na de uitreiking van de prijzen van de Jan Campertstichting in het Letterkundig Museum. Hertmans ontving de F. Bordewijkprijs voor Als op de eerste dag, gekozen tot beste roman van 2001. ,,Het was een prettige avond, met een soort degelijkheid die niet meer van deze tijd is. Het ging echt over literatuur en schrijvers, met prijzen die naar schrijvers zijn genoemd.'

Onlangs verschenen er van Hertmans (Gent, 1951) twee nieuwe titels: de essaybundel Het putje van Milete en Engel van de metamorfose, beschouwingen over Jan Fabre. In Het putje van Milete schrijft Hertmans over bewonderde auteurs als Maurice Gilliams, Samuel Beckett, Hugo Claus en Peter Verhelst, over globalisering, de Belgische politiek, planologie, de ethiek van de schrijver, de waardering van Adorno en de moord op Fortuyn. De titel van de essaybundel verwijst naar de anekdote over de filosoof Thales van Milete, die naar de sterren liep te kijken en pardoes in een putje viel. Hij werd uitgelachen door een vrouw die riep hoe hij iets over de hemel te weten wilde komen als hij niet zag wat er voor zijn voeten lag. Hertmans beschouwt het als een waarschuwing aan zijn eigen adres. ,,Een schrijver die standpunten over samenleving en politiek wil innemen, moet zichzelf blijven.' Belgische politici verwijt hij te veel dossiers te lezen en te weinig speelfilms te kijken. ,,In een weekendfilm kan plots een scène van grote kracht oplichten. In een heel slechte zag ik een vrouw die zei: `I've become the person I've always hated to be and I feel so much better now.' Daar kan ik lang mee rondlopen.'

Hertmans is niet meer de drugs gebruikende langharige student uit de jaren zeventig, niet meer de hermetische dichter uit de jaren tachtig, maar een gerespecteerd en gelauwerd romancier, dichter, essayist en toneelschrijver. ,,Als jonge dichter koos ik een strenge vorm om me niet te veel aan mijn eigen emoties uit te leveren. Inmiddels kan dat wel, omdat ik een eigen stijl heb gevonden.' Het maakt hem rustiger, hij voelt zich bevrijd. ,,De kribbige opmerkingen in de essays zijn van vroeger. Ik wind me minder op.' Maar toch. In een essay uit 1997 schrijft hij dat er nog steeds `gestudeerde lui' rondlopen `die leven van onzinnige parafrases van de kunsttheorie van de Frankfurter Schule'. Hertmans, die al twintig jaar kunstfilosofie doceert aan de academie voor beeldende kunst in Gent: ,,Ik kom geregeld in aanraking met mensen die zeggen: `Dat je die oude rommel nog leest, die Adorno was toch een marxistische meeloper.' Man, klets niet uit je nek, ga dan de teksten lezen als je er iets over wil zeggen. Dat soort irritatie voel ik nu ook weer als ik dat zeg.'

Pim Fortuyn

In een stuk over de dood van Fortuyn schrijft hij: ,,Alle ouderwetse, bekakte politici die Nederland kent, hebben met hun talentloze, ongeïnspireerde gepruttel deze man in elk geval symbolisch de dood ingejaagd door hun eeuwige vergelijking met het nazisme.' Het is een beladen bewering, vergelijkbaar met de hysterische opmerking dat de kogel van links kwam. Hertmans: ,,Ik schreef dat twee dagen na zijn dood, toen de beelden van dat ontzielde lichaam maar bleven langskomen op de televisie. Ik weet niet of ik het nog zo zou zeggen. Ik heb niet de tijd gehad om te volgen wat er sindsdien in Nederland is gebeurd.'

Het is voor het eerst in het gesprek dat zijn vloeiende woordenstroom stokt en hij peinst over een antwoord. We hebben het dan al enige tijd gehad over zijn fascinatie voor geweld. In de essaybundel houdt hij een bespiegeling over `het geweld van de verbeelding', en dat is ook het centrale thema van Als op de eerste dag. De roman is volgens Hertmans `een onderzoek' naar de werking van geweld en naar de rol van de verbeelding en de herinnering. De lezer wordt geconfronteerd met de vraag hoe een verlangen naar schoonheid en goedheid zo heftig en diep kan zijn dat er een misdaad uit voortkomt. De `roman in verhalen' geeft geen antwoorden, wel enkele meeslepende casestudies, die een dergelijke botsing van doel en middelen, van ideaal en moraal navoelbaar maken.

Als op de eerste dag is ingedeeld in drieën en dat hangt samen met de leeftijd van de hoofdpersonages en de mate van geweld: eerst zijn er kinderen met hun onbeholpen, bijna toevallige uitbarsting, dan pubers met hun onverschillige en vanzelfsprekende psychologische terreur en dan volwassenen, die zich verliezen in dodelijke, in lust gedrenkte geweldsuitbarstingen. Het lijken aanvankelijk sympathieke mensen, maar de genegenheid van de lezer bekoelt snel.

In de titel geeft Hertmans een mogelijke verklaring voor de fatale omslag in het denken en doen van zijn personages. ,,Wat voor mij op het spel stond bij deze roman was zo zintuiglijk en intiem mogelijk te beschrijven wat er gebeurt als je de illusie koestert dat er een oorspronkelijke eerste keer is in je leven.' Het gevoel dat een dergelijke puurheid bestaat, beschouwt Hertmans als een maaksel van het geheugen. ,,Een mens heeft geen objectief beeld van zijn eigen ervaringen. Het geheugen brengt beelden samen en plakt en fantaseert er van alles bij. De herinnering aan een eerste keer is een soort mosselbank waaraan kleine feitjes en zintuiglijke reminiscenties zich hechten, terwijl het daarbinnen misschien wel leeg is. Omdat het niet geweest is zoals je dacht.'

In deel drie hebben Simon, de hoofdpersoon, en zijn vriendin al jarenlang een verhouding. Maar op een keer, als ze vrijen in de garage, `laait de passie op als op de eerste dag'. Hertmans: ,,Simon vreest dat het ook voor het laatst is. Het begin van het paradijs en de verdrijving uit het paradijs vallen voor hem samen.' Angst en hallucinaties krijgen Simon dermate in de greep dat hij bij een volgende ontmoeting de vrouw over het balkon duwt. ,,Ik denk dat hem, omdat hij niet terug kan, geen andere mogelijkheid blijft. Zijn obsessie met de onmogelijkheid tot herhaling van zijn intense ervaring verandert in een demonische aandrang. Engel en duivel vallen hier samen. Het verlangen naar een paradijselijke staat maakt de personages crimineel.'

Die verwarring is volgens Hertmans niet zo gek als het lijkt. ,,Simons gedrag is een verdieping van iets wat vagelijk in mensen zit: de angst dat de ervaring van de eerste keer – die niet noodzakelijk met de eerste keer moet samenvallen – de keer is waarbij je alles het scherpst beseft. En dat je weet dat het niet te herhalen is want de volgende keer dat je dat scherp besef wilt mobiliseren, doe je net alsof.'

Dutroux

Hertmans' inspiratie komt deels voort uit zijn ,,fascinatie met de gruwelijke Dutroux-affaire'. In Het putje van Milete beschrijft hij met nauw verholen woede de raadselen rond het proces van Dutroux. ,,Wat mij opviel is dat men in de publieke opinie zich nooit de vraag stelde wat er met Dutroux is gebeurd dat hij zich zo gruwelijk vergrijpt aan iets wat in onze samenleving het beeld van de zuiverheid uitmaakt: jonge meisjes. Ik vroeg mij af of er in Dutroux ook een vaag spoor leefde van een eerste keer of een zuiverheid waar hij volkomen duivels en immoreel mee is omgegaan.'

Gaat het niet te ver om een verlangen naar zuiverheid bij de wandaden van Dutroux te suggereren? Het is de tegenwerping waarop Hertmans heeft zitten wachten. ,,Voilà! Dat is een bijna niet gepermitteerde vraag. Daarom stel ik die vraag ook niet expliciet en daarom gaat mijn roman ook niet expliciet over Dutroux, dat zou te banaal zijn. Maar ik leg wel de link: hoe je van een onschuldig verlangen naar iets wat er nooit is geweest, maar wat in je hoofd als geconstrueerde herinnering leeft, komt tot een psychopaat die Monteverdi in zijn kop hoort op het moment dat hij iemand gaat doodslaan.'

Om dat fatale proces geloofwaardig te maken had hij `die etters in het middendeel' nodig, met hun nog niet fysieke geweld. ,,Ik wilde een hoog tempo aanhouden en in elk deel een beslissende stap zetten. Het jongetje dat tijdens het kerstspel een meisje wil zoenen, maar haar dan bijna wurgt, is eigenlijk nog lief. Hij handelt uit een soort overgave.'

In deel twee neemt een stel pubers in de jaren zeventig hun deel van seks, drugs en rock'n'roll. Op school treiteren en zieken ze een leraar net zolang tot hij overspannen thuisblijft. ,,Zij zijn in dat opzicht al verdorven, omdat ze het oorzakelijk verband tussen hun daden en wat er met hun leraar gebeurt niet willen erkennen. Dat is de alledaagse slechtheid die ik overal om me heen zie. Mensen zeggen: ik kan er niks aan doen hoor, dat is jouw probleem. Verantwoordelijkheid wordt afgeschoven. Het is weloverwogen slechtheid, die uit lafheid voorkomt.'

Hertmans onderscheidt het ook bij mensen die files veroorzaken omdat aan de andere zijde een ongeval is. ,,Wat willen ze zien, wat willen ze weten, waarom zijn ze zo opgewonden als ze een bloedend lichaam in het wrak zien zitten? Nee, sensatiezucht is een te oppervlakkige verklaring. De mens is gefascineerd om datgene te zien waar hij als de dood voor is dat met hem zal gebeuren.'

Ondanks deze overwegingen acht Hertmans zich geen moraalridder. ,,Absoluut niet. Ik ben wel met moraal in de weer.' In zijn essay over het geweld van de verbeelding schrijft Hertmans dat hij de welles-nieteskwestie of kijken naar geweld doet navolgen, liever overlaat aan de pedagogen. Maar hij uit wel zijn onbehagen. ,,Door beelden voor fictief te nemen, trainen we onszelf dat ook met de werkelijkheid te doen. We zien geweld en porno en zeggen: het is maar film. Maar waar gaan die beelden dan naartoe? Welke scheiding breng je aan? Kan een mens zich losmaken van dergelijke beelden? Mensen doen alsof ze twee kastjes in hun hoofd hebben, met links wel echt en rechts niet echt. Maar het arsenaal aan geweldsbeelden in ons hoofd is bepaald niet onschuldig.'

Metro

Redeloos geweld in films als Pulp Fiction, waarin het geweld niet verklaard of afgekeurd wordt, leidt bij sommige mensen tot een vergelijkbare onthechte houding ten opzichte van geweld. Hij geeft als voorbeeld de langdurige verkrachting van een vrouw in de Parijse metro door vier mannen, op een plek waar een stroom `employees met aktetassen' langskwam. Niemand hielp de vrouw. ,,Hoe geteleviseerd is dan het bewustzijn van mensen? Dat niemand ingrijpt komt omdat de hele wereld een televisiescherm is geworden.'

In zijn essay schrijft Hertmans dat er ook geweld zit in de `duistere passiviteit' van de toeschouwer, in het `beschaafde schouderophalen van de doorgewinterde burger'. Maar is de kijker schuldig? Moreel gezien lijkt er sprake van een patstelling. Fictief geweld laat zich niet opzijschuiven, maar oprecht verantwoordelijk kan de toeschouwer of lezer zich toch niet voelen? Hertmans: ,,Je bent wat je hebt gezien. De fantasie van de kijker helpt de beelden in zijn bewustzijn werkelijkheid te laten worden.'

Hertmans biedt geen oplossingen en een schrijver zou die wat hem betreft ook niet moeten hebben. ,,Dat levert romans op van een soevereine auteur die precies weet hoe het met zijn personages is gesteld. Ik voelde dat ik verstrikt raakte in mijn verhalen. Het bangelijke, dat me overvalt omdat ik merk dat ik zelf geen antwoorden heb, wil ik als ervaring meegeven. En ik streef ernaar de lezer aan den lijve te laten ondervinden hoe het is als het geweld in je hoofd je leven en daden binnendringt. Ik wil hem laten voelen dat hij met zijn fantasie medeplichtig is.'

De boeken van Stefan Hertmans zijn verschenen bij uitgeverij Meulenhoff.`Weloverwogen slechtheid komt voort uit lafheid'