Hindoeïsme wordt een gevaar voor zichzelf

Nu wordt ook in India zelf alarm geslagen: het enige ware geloof in handen van hindoefanaten bedreigt de samenleving. De intellectuele elite is wakker geschud.

Zelfs premier Atal Bihari Vajpayee heeft in zijn nieuwsjaarstoespraak gewaarschuwd voor het hindoe-extremisme. ,,Er is geen tegenstelling tussen hindoeïsme en secularisme'', zei hij. ,,Secularisme slaat op de aard van de staat, hindoeïsme is een geloofsvorm, met veel kanten en invloeden.''

Dat laatste heeft de geestelijken van de Verenigde Hindoe Priesters (VHP) tot grote woede gedreven. Hindoeïsme is geen geloofsvorm, maar gewoon het enige echte ware geloof. En die vele kanten en invloeden, die bijvoorbeeld maken dat het streng vegetarische Zuid-Indiase hindoeïsme met zijn druk gebeeldhouwde en verrijdbare tempels in niets lijkt op, pak weg, het hindoe-brahmanisme van het noordelijke Kashmir, dat zelfs het gebruik van vlees toelaat – die vele kanten wil de VHP juist afschaffen. Er moet één hindoeïsme komen, met Rama als enige God. Een hindoeïsme waartoe je bekeerd kunt worden, hoewel daarvoor geen rituelen bestaan. Een hindoeïsme dat bekering tot de islam of het chistendom verbiedt, want dat kan in principe wel.

En de VHP voelt zich zekerder en machtiger dan ooit, na de verkiezingen in de deelstaat Gujarat eind vorig jaar, toen ze dankzij een flink aangewakkerde geloofshysterie een monsterzege haalden van een tweederde meerderheid in het deelstaatparlement.

Feit is namelijk dat de BJP-regering, die de politieke tak is van de VHP, niet veel aantoonbaars zal achterlaten als de nationale verkiezingen volgend jaar plaatsvinden. Alle vooruitgang heeft in enkele grote steden plaatsgevonden, dankzij de liberalisering en de buitenlandse investeringen, die al door de vorige partij, het Congres onder leiding van Rajiv Gandhi, was ingezet. Op het platteland, waar 700 miljoen mensen wonen, is er nagenoeg niets veranderd. In ieder geval niet dankzij de inzet van de huidige BJP-regering.

Er is dus een heftige strijd gaande tussen gematigde en extremistische hindoes, waarbij de extremisten aan de winnende hand zijn, omdat de gematigden onder leiding van Vajpayee ook wel inzien dat `geloof' meer verkiezingswinst oplevert dan materiële vooruitgang. Mensen hebben liever God dan voedsel, is de schrikbarende ontdekking.

De grootste oppositiepartij, het Congres onder leiding van Sonia Gandhi, heeft geprobeerd de `gematigden' te steunen door bij de verkiezingen in Gujarat ook met het geloofsthema aan te komen, in plaats van met de belofte van scholen, wegen en werk. Het heeft alleen averechts gewerkt, want het maakte de gematigden alleen verdachter. Het Congres staat immers bekend als de partij van de modernen, de seculieren, kortom: de ongelovigen.

De VHP wil slechts een ding: van India een zuiver hindoeland maken, waar geen plaats is voor moslims of seculieren. Zo is de VHP al begonnen met het herschrijven van de schoolboeken: de kinderen van India leren nu niet meer dat het oorlogszuchtige Arische volk rond 1500 voor Christus India vanuit het noorden binnenviel en de oorspronkelijke agrarische Dravidiërs naar het zuiden verdrong. Er was altijd maar een hindoevolk, dat zich heel, heel lang geleden ontwikkelde rond de mythische en nu verdwenen Saraswati-rivier, want: eigenlijk is de hele mensheid rond die rivier ontstaan en is iedereen in oorsprong hindoe. Waarom mensen nu dan nog `bekeerd' moeten worden tot het hindoeïsme, aan dat soort lastige vragen beginnen de fanaten liever niet.

De kinderen leren wel dat de vader des vaderlands, Mahatma Gandhi, vermoord werd in januari 1948, maar wie dat deed, namelijk een hindoe-extremist, dat is uit de schoolboeken geschrapt, want irrelevant. En bij de eindtest van de lagere school zal niet alleen wordem gekeken naar het intelligentiequotiënt maar ook naar het `sprirituele quotiënt'. Een hoge score op de `S.Q.' vergemakkelijkt de toegang tot vervolgopleidingen.

Er is groot protest van onderwijzers en intellectuelen tegen de opkomst van dit extremisme in India, maar dat protest werd tot nu toe alleen in intellectuele kring zelf gehoord: in de opiniepagina's van de Engelstalige bladen, in de besloten clubs en verenigingen waar de sfeer altijd heftig is, maar de mening gelijksoortig. Maar nu beginnen schrijvers en kunstenaars hun eigen parochie te verlaten, lijkt het, en de aanval op religieusfanatisme rechtstreeks in te zetten met waar ze goed in zijn: verhalen en beelden, die nu eens niet belerend van toon zijn, maar ieders emotie raken.

Zo wordt momenteel voor volle zalen een film vertoond waarin een groep buspassagiers verzeild raakt in een gebied waar hindoes en moslims met elkaar slaags zijn. De schermutselingen vormen slechts de achtergrond, in feite is het een liefdesverhaal, maar de boodschap is duidelijk: de geloofsgekte die nu in India heerst kan een ieder tot slachtoffer maken en geen van de buspassagiers wordt met rust gelaten. Wees dus niet gerust, Indiër, hindoe of moslim of wat dan ook, niemand is veilig.

Het is een heel verschil met wat de kunstenaars vorig jaar produceerden, namelijk anti-Pakistan nationalisme, dat ook volle zalen trok. Maar het echte gevaar, ziet men nu, komt niet van buiten. Het hindoeïsme is een gevaar geworden voor zichzelf.