Het water komt ons niet tot de hals, hoor

Borgharen is er wel aan gewend, dat het water in de Maas soms het dorp in komt. Maar het verstoort hun dagelijks leven nauwelijks. ,,Het is vooral voor de oude mensen moeilijk.''

Ze doen boodschappen, ze zitten bij de kapper en de slager heeft er een grap van gemaakt: zijn reclamebord prijst `malse waterbuffel' aan. Het waterpeil van de Maas stijgt, maar inwoners van het Limburgse Borgharen reageren vandaag nog uitermate laconiek. ,,De buitenwereld denkt dat het water ons hier tot de hals komt'', zegt een agent even buiten het dorp. Hij houdt zijn hand bij zijn enkels – hoger is het niet.

Hoewel de waterstand hoger is dan eerder dit jaar, 45 meter 50 rond het middaguur, hebben de Borgharenaren het wel erger meegemaakt. In 1993 en 1995, bijvoorbeeld, toen het water grote delen van het dorp blank zette. Toen steeg het Maaspeil tot 45 meter 87.

Het is tien minuten rijden van Maastricht naar Borgharen. De laatste halve kilometer voor het dorp staat de weg blank. Het water stroomt, een halve meter hoog, over de weg, van de Maas naar de weilanden aan de andere kant van de weg. ,,O, dat is hoger dan ik had verwacht'', zegt een dorpsbewoner die vanuit Maastricht terug naar huis gaat. ,,Het lijkt wel een zwembad'', zegt haar zoontje. Ze zitten in de vrachtauto die de gemeente laat pendelen tussen bedrijventerrein Beatrixhaven in Maastricht en de rand Borgharen. De laadbak is afgedekt met geel zeil. Binnenin zijn bankjes in een U neergezet. Er zitten mensen met hun fietsen in, met koffers en boodschappentassen, een enkeling met een plastice dierenkooi.

Aan de rand van Borgharen staan de bewoners de vrachtwagens nieuwsgierig op te wachten. Het lijkt wel of het halve dorp op straat staat, hond uitlaten, mobiel bellen of naar de rivier kijken vanaf de parallelweg. Een halve meter onder de rand van de kademuur klotst het water.

Als het water stijgt tot 45 meter 60 – en dat werd voor de loop van de middag wel verwacht – kunnen de vrachtwagens niet meer rijden en zullen er alleen voor het noodzakelijk vervoer legervoertuigen worden ingezet, aldus een woordvoerder van het crisisteam in Maastricht. In Borgharen zit het crisisteam in café Im Weissen Rossl - uit de kelders wordt het water naar buiten gepompt.

Volgens een woordvoerder van Rijkswaterstaat is het grote probleem van de laaggelegen Maasdorpen Itteren en Borgharen dat de Ardennen zo dichtbij liggen. In Luik, vlak over de grens, stroomt nog de grote zijrivier de Ourthe in de Maas. Wanneer in de Ardennen regen valt, komt het water binnen enkele uren aan in Nederland. Daardoor bestaat weinig tijd van handelen. Stroomafwaarts bestaat veel minder kans op verrassingen. De reistijd van de watergolf van Maastricht tot Roermond is een dag. Dat biedt tijd genoeg om maatregelen te treffen.

Samen met zijn vriend, G. Duchateau, patrouilleert A. Doms door Borgharen om te kijken of mensen hulp nodig hebben. Doms: ,,Het is vooral voor de oude mensen moeilijk. Als het water het dorp binnenkomt, is dat voor hen een heel grote tik.''

Ze lopen langs de rijtjeshuizen, zelden hoger dan twee verdiepingen, aan de rand van het dorp ligt kasteel Borgharen. Hier en daar in het dorp zijn kelders ondergelopen, niet door het rivierwater, maar door de stijging van het grondwater. Niet alle huizen zullen last krijgen, sommige liggen hoger dan de andere.

De situatie moet volgens Duchateau en Doms niet overdreven worden. Als de Maas al overstroomt, dan doe je je kaplaarzen aan en kun je nog over straat. Ze passeren cameraploegen, fotografen, verslaggevers. Ramptoeristen zijn er ook, zegt Duchateau. En daar heeft-ie een hekel aan.

,,Niet te geloven'', zegt Doms. ,,Mensen die elkaar normaal niet spreken, staan nu met elkaar te praten.'' Ze praten even met J. Rekko, die al dertig jaar in het dorp woont. ,,Het is wachten wat de dijken doen'', zegt hij. ,,Maar het zal allemaal wel helpen, de verstevigingen die na 1995 zijn aangebracht.'' Rekko heeft wel eens aan verhuizen gedacht. ,,Als het water in mijn huis had gestaan, was ik allang weggeweest.''

,,Ik woon hier al vijftig jaar'', zegt Duchateau, ,,ik ben met het water opgegroeid en zou nooit weggaan. De mensen die dat zeggen zijn niet van hier.''

Ze herinneren zich nog goed hoe het in 1995 ging. Water kwam over de Maasdijk het dorp in en het grondwater welde op uit de voegen van de plavuizen. Dweilen met de kraan open, was dat. Zij haalden toen de stoeptegels uit de straat om de meubels in huis droog te houden. Ze hebben nu alle vertrouwen in de maatregelen die sinds 1995 zijn getroffen. Duchateau wijst naar een anderhalve meter hoge rode pomp die vlak bij het kermisterrein staat, even buiten het dorp, vlak achter de dijk. Een grauwe slang loopt over de dijk en voert het water terug de rivier in.

Mevrouw A. Hoof wil net de plaatselijke winkel in huishoudelijke artikelen binnenstappen. Zij heeft sinds de wateroverlast van 1995 extra kisten in huis, waar ze haar spullen hoog mee kan zetten en deuren die makkelijk uit hun hengsels te halen zijn. ,,En niet te veel in je kelder zetten.''

In '93 en '95 was haar kelder ondergelopen, nu niet. ,,Het is veel minder erg dan de televisie meldt. Er is hier best te leven. En als het water weg is, is het hier zo mooi wonen. Je weet dat het soms kan gebeuren en er zijn hulpmiddelen genoeg.''

    • Arjen de Boer