Het onbehagen heerst overal

De Europese democratie verkeert in een diepe crisis, meent de Engelse socioloog Ralf Dahrendorf. Populisme en bureaucratie versterken elkaar. Maar wat Europa nodig heeft is méér democratie, niet minder.

Ruim tien jaar geleden viel de Muur en werden communistische heersers in Moskou, Praag en Oost-Berlijn verdreven. De democratie had gezegevierd. De Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama zag in het einde van de klassieke Oost-West tegenstelling zelfs het einde van de geschiedenis. Maar is ruim tien jaar later het einde van de democratie alweer nabij?

Democratie bestaat uit een grondwet, die het mogelijk maakt zich zonder bloedvergieten van een regering te bevrijden, stelde de filosoof Karl Popper. Maar de instituties die het volk heeft geschapen om de regering te controleren, dreigen te worden uitgehold. Parlementen hebben een groot deel van hun macht verloren. Belangrijke beslissingen worden allang niet meer op het Binnenhof, in de Bondsdag of in Westminster genomen.

En verkiezingen, het instrument om een regering naar huis te sturen, schijnen niet altijd meer het gewenste effect te hebben. Soms komt het tot een machtswisseling, maar al twee maanden later zijn de burgers opnieuw ontevreden en bereid een kabinet weg te stemmen. De kiezer wordt ook in de politiek consumptiever. Alsof de democratie een product is als een blikje Cola, dat je na gebruik kunt weggooien.

Wie dit verschijnsel van nabij wil bestuderen, kwam het afgelopen jaar in Nederland volop aan zijn trekken. Het succes van protestpartijen als de LPF zegt veel over het falen van de huidige inrichting van de democratische instituties, oordeelt Ralf Dahrendorf, Brits socioloog, lid van het Hogerhuis en voormalig rector van de London School of Economics. Volgens Dahrendorf leven we in samenlevingen, die zich steeds vaker als `democratieën zonder democraten' ontpoppen.

Hij maakt zich grote zorgen over de democratie, blijkt uit een vraaggesprek met de Italiaanse correspondent van de krant La Repubblica in Londen, Antonio Polito, nu uitgegeven als Die Krisen der Demokratie. Dahrendorf, die in Hamburg en Berlijn opgroeide, is in Duitsland een goede bekende. Zijn vader speelde als sociaal-democraat een actieve rol in het verzet tegen de nazi's. Voordat zoon Ralf naar Londen vertrok had hij in Duitsland een respectabele carrière opgebouwd als journalist, socioloog, politicus voor de liberale FDP en was hij enkele jaren voor de Europese Commissie actief. Dahrendorf, inmiddels 73, heeft talrijke sociologische publicaties op zijn naam over ongelijkheid en klassenconflicten en is ook altijd politiek geëngageerd geweest.

Popper

In Dahrendorfs recent verschenen herinneringen, Über Grenzen, blijkt hoe duidelijk hij een leerling is van Popper, die hij als sociologiestudent op de Londen School of Economics ontmoette. Het verdedigen en ontwikkelen van de open samenleving ziet Dahrendorf als belangrijkste opgave. Daarom legt hij de vinger op de zwakheden van het parlementaire stelsel. De democratie verkeert in een diepe crisis. De huidige situatie met de zogenaamde `wegwerppolitiek' opent de deur voor een sluipend autoritarisme. Het is een langzaam proces waarbij mensen geleidelijk aan accepteren dat beslissingen niet langer op grond van informatieve debatten worden genomen, maar op minder doorzichtige en sterk gepersonifieerde wijze.

Dahrendorf maakt er geen geheim van een sterk aanhanger te zijn van de Angelsaksische vorm van politiek. Dat betekent: verkiezingsstrijd, publieke debatten, maar vooral het parlement waarin met elkaar wordt geredetwist. Maar tal van belangrijke beslissingen worden niet meer door het parlement genomen. De rente, bepalend voor de eurolanden, wordt in Frankfurt bepaald. Zodra twee bedrijven fuseren moeten ze toestemming krijgen van Brussel. Het besluit Belgrado te bombarderen werd door de NAVO genomen. Zulke besluiten zijn niet altijd controleerbaar, laat staan te corrigeren. Nog lastiger wordt het zodra multinationale ondernemingen beslissingen nemen over investeringen, die gevolgen hebben voor het werk van duizenden mensen. De gevolgen van dergelijke keuzes komen bij nationale regeringen terecht.

Oorzaak van het probleem is de globalisering, die universele beschikbaarheid van informatie mogelijk maakt. Zodoende kunnen bij tal van politieke en economische beslissingen de traditionele democratische instituties van de nationale staat worden omzeild. Dat is volgens Dahrendorf de kern van het probleem. De crisis van de democratie heeft betrekking op de controle en legitimiteit van democratische instituties.

Het gevoel onder burgers dat het `zo niet langer kan', is volgens hem sterk verbreid en diep geworteld. Met alle gevaren vandien. Want het onbehagen speelt agressieve Haiders en Bossi's in de kaart, én cultuurpessimisten die een romantische hang hebben naar de wereld van gisteren. Het doet Dahrendorf denken aan het begin van de vorige eeuw in Duitsland, toen critici van de moderne tijd met hun nationalisme en anti-Verlichtingsdenken het klimaat rijp maakten voor de Blut-und-Boden-mythe. Het fundamentalisme van de 21ste eeuw met zijn sterke antimoderne inslag noemt hij evengoed bedreigend.

Volgens Dahrendorf zijn we nu al in een `post-democratie' beland, waarin het noodzakelijk is nieuwe vormen van volksvertegenwoordiging te ontwikkelen. Het moge duidelijk zijn dat hij weinig ziet in supranationale vormen van democratie. Wie denkt dat het probleem van de democratie op internationaal niveau kan worden opgelost door verkiezingen te organiseren of door een Europese regering in het leven te roepen, is volgens Dahrendorf een dromer. Niets wijst erop dat in Brussel ook werkelijk democratische structuren ontstaan. Een politieke constructie waarbij in het geheim wetten worden gemaakt en achter gesloten deuren ministerraadzittingen worden gehouden zijn volgens Dahrendorf een belediging voor de democratie.

Hij weet waar hij het over heeft want in de jaren zeventig was Dahrendorf zelf enkele jaren Europees Commissaris (voor onderwijs en wetenschappen). Toen al fulmineerde de jonge politicus – tot ontsteltenis van zijn collega's – onder het pseudoniem `Wieland Europa' in Die Zeit tegen het bureaucratische Brussel en het democratisch tekort van de Unie.

Welke mogelijkheden ziet Dahrendorf dan wel om de uitgeholde democratie te revitaliseren? Op nationaal niveau is de democratie volgens hem nog altijd een uitstekende regeringsvorm. Alleen is zij buiten de natiegrenzen moeilijk in te voeren, stelt hij met een zekere melancholie vast. Op Europees niveau heeft Wieland Europa het de afgelopen dertig jaar niet zien gebeuren. De institutionele oplossingen, die binnen de nationale democratieën functioneren, zijn op Europese schaal niet toepasbaar.

Liberale orde

Op internationaal terrein heeft hij meer vertrouwen in uitbreiding van de rechtsstaat. Voor Dahrendorf bestaat de liberale orde uit twee elementen: de democratie en de rechtsstaat, waarbij iedere burger onderworpen is aan de wet. Is de kracht van de democratie niet dat etnisch, religieus of politiek heterogene mensen met elkaar leven en gemeenschappelijke waarden accepteren. De rechtsstaat, met zijn controle van de macht door algemeen erkende regels en heldere sancties tegen overtreders van die regels, moet dat garanderen.

Op nationaal niveau hebben regeringen volgens Dahrendorf meer manoeuvreerruimte dan globaliseerders willen doen geloven. Te denken valt aan alles wat betrekking heeft op de welvaartsstaat – van onderwijs, pensioenen, bijstand tot belastingpolitiek. Daarnaast doen politici er goed aan hun oor bij burgerorganisaties te luister te leggen. Dahrendorf noemt als voorbeeld de niet-gouvernementele organisaties, die bij de regering van Tony Blair een stem gekregen hebben. In referenda ziet hij weinig, omdat zij voedsel bieden aan politieke charlatans die de waarden van de liberale orde bedreigen.

Dahrendorf wil redden wat er te redden valt van de parlementaire democratie. Juist deze was bij de vorming van de natiestaat een belangrijke stap voorwaarts. Daarbij hebben niet alleen politici en partijen, maar ook de pers, radio, tv en burgerorganisaties hun rol te spelen. Nog is politiek geen showbusiness. Om de kloof tussen politiek en burger te overbruggen moeten alle instrumenten worden ingezet die het publieke debat stimuleren. Een democratie kan niet bestaan zonder een democratische cultuur van waakzaamheid, die door allen wordt gedragen. Met zijn nu vastgelegde gesprek over de crisis van de democratie heeft Dahrendorf hieraan een waardevolle bijdrage geleverd.

Ralf Dahrendorf: Die Krisen der Demokratie. Ralf Dahrendorf, ein Gespräch. Beck, 116 blz. €16,30

Ralf Dahrendorf: Über Grenzen. Lebenserinnerungen. Beck, 189 blz. €24,28

    • Michèle de Waard