De ziel van een alledaags drankje

De componist Tan Dun schreef een opera over thee. Volgende week gaat het stuk in Europese première bij de Nederlandse Opera. ,,Nee meneer, een aap giechelt heel anders!''

De persoonlijkheid van componist Tan Dun (1957) werd onlangs in één beeld samengevat in een Duitse televisiedocumentaire over zijn Water Passion After St. Matthew (2000). Tan, Chinees van geboorte maar al bijna twintig jaar woonachtig in Manhattan, hurkt in een doe-het-zelf-winkel met kinderlijke gretigheid neer bij de tuinslang-accessoires. De buizen, trechters, schalen en plastic bakjes zien en horen we later terug – als muziekinstrumenten in zijn passiemuziek.

In Nederland werd Tans muziek bekend door de uitvoeringen van zijn experimentele werken door het Nieuw Ensemble of, meer recent en bij de thuisblijvers, door zijn exotisch effectvolle, Oscarwinnende soundtrack bij de film Crouching Tiger, Hidden Dragon (2001). Buitenlandse successen als de Nine Songs-opera en het naar verluidt door een spiernaakte Tan gedirigeerde en door al even naakte dansers gerealiseerde 19 Fucks and Pink, bleven in Nederland onbekend.

En nu is er dan Tans kameropera TEA voor vijf solisten, monnikenkoor, orkest en percussionisten – een coproductie van het Amsterdamse Muziektheater en de Japanse Santury Hall. In Japan ging de opera in oktober succesvol in première in de concertversie. Het Muziektheater brengt deze week onder leiding van de componist de première van de theaterversie, met het orkest en droog ritselend en nat ploppend papier- en waterinstrumentarium verdeeld over bak en bühne.

Voor wie het libretto nog niet kent, bieden de eerste Amsterdamse repetities van TEA een even fascinerend als absurd schouwspel. ,,U bent een groep apen'', zegt Tan tegen de solisten. ,,En apen doen `ho-hoa-ho-hieeeee!''' De eerste pogingen van Christopher Gillett (Chinese Prins) doen Tan schateren. ,,Nee meneer, een aap giechelt heel anders! Het is meer i-hihi-hi-hú-hahahihi! Het moet speels en percussief klinken, net als in het Chinese theater. Wat hier klinkt is een sprookje binnen het grote verhaal. Heilige apen vliegen door de lucht en rusten uit op wolken.''

TEA speelt in het negende-eeuwse China van de Tang-dynastie en vertelt een avondvullend verhaal over, kortweg, liefde, haat, yin, yang, wijsheid en materie. ,,Het verhaal is conventioneel maar complex, de tekst vaak kinderlijk naïef en de strekking onmiskenbaar oriëntaals'', zegt Pierre Audi, die TEA op verzoek van Tan regisseert. De Japanse hogepriester Prins Seikyo blikt in de eerste akte (`water, vuur') terug op zijn verloren liefde voor de Chinese prinses Lan, met wier broer hij een weddenschap afsluit over de authenticiteit van diens exemplaar van het Boek van de Thee. Wie verliest, verliest zijn leven. In de tweede akte (`papier') bedrijven Lan en Seikyo de liefde. In de derde akte (`keramiek, stenen') arriveren Lan en Seikyo bij de schrijver van het echte Boek van de Thee, die zojuist is overleden. Lans broer stormt binnen en vliegt Seikyo aan, maar het is Lan die gewond raakt en sterft. De prins presenteert Seikyo zijn zwaard, maar Seikyo versmaadt bloedwraak.

Audi: ,,Wij westerlingen willen altijd alles meteen begrijpen. Maar TEA gaat over meer dan feiten die je kunt begrijpen. De opera doet me denken aan de oude Japanse prenten die ik in mijn vrije tijd verzamel. Die schetsen een fantastische wereld waarin thema's als oorlog, erotiek, natuur en spookverhalen weliswaar zijn aan te wijzen, maar niet op een westerse, intellectueel geordende manier. We kunnen het geheel dus wel vanuit westerse optiek proberen te interpreteren, maar feitelijk is dat zinloos. TEA is Oosters en heeft zijn eigen mythos.''

,,Het thema `thee' is onmiskenbaar oriëntaals geörienteerd'', beaamt Dun, aanstekelijk grijnzend om zijn eigen woordspeling. ,,Wat dat betreft haakt het aan bij mijn culturele wortels. Maar daar moet u niet te veel achter zoeken. Er is altijd een reden voor het scheppen van een bepaald artistiek werk. Maar de reden is niet hetzelfde als het doel. In wezen maakt het niets uit of je een opera componeert over thee of over, zeg, Sigmund Freud. Wat wél telt is dat je in elk nieuw stuk een nieuwe reis maakt, en het publiek iets werkelijk nieuws vertelt.''

Tienerdirigent

De biografie van Tan Dun is in menig opzicht óók een opera waard. Zijn kindertijd, waarvan de finesses zijn verduisterd door mythische verdichting, bracht hij door bij zijn oma in een plattelandsdorpje in Sjamanistisch China. Zij leerde hem volksliedjes, hij bekwaamde zich op de erhu (een éénsnarige Chinese viool) en dirigeerde als tiener het dorpsorkest. Toen de boot van de rondtoerende Peking Opera in de buurt kapseisde en de meeste musici verdronken, werd Tan gerecruteerd als enige violist in de provincie. In 1985 verhuisde hij met een studiebeurs voor Columbia University naar de Verenigde Staten.

De opmars die de muziek van Tan Dun sindsdien wereldwijd maakt, kan makkelijk worden afgeleid uit zijn opuslijst: de sfeervolle, ook op cd verschenen opera Marco Polo, in 1995 gecomponeerd voor het Edinburg Festival; de Symphony 1997 (Heaven, Earth, Mankind) voor de hereniging van Hongkong en China; en in 2000,de World Symphony for the Millennium, die in 55 landen werd uitgezonden.

,,Ik wil de meest uitdagende muzikale geest van vandaag zijn'', verklaart Tan met mysterieuze twinkelblik. ,,En om dat te bereiken, neem ik mijzelf als uitgangspunt. Ik kan mahleriaanse klanken mengen met sjamanistische stijlinvloeden, ik kan symfonische klanken mengen met de tradities van de Chinese opera en daar Japanse kabuki-jassen en een Nederlandse tenor aan toevoegen. Oost, west – het interesseert me niets. Ik woon in New York, dat zegt genoeg. Ik laat geen begrenzingen toe in mijn denken; dat is mijn dapperheid, mijn essentie. Modernisme in muziek is als het actuele modebeeld, als eten, als design – alles komt uit alle windstreken. Opera wordt in de toekomst iets wereldwijds, en voor mij is die pluriformiteit vanzelfsprekend.''

,,De toekomst van opera ligt niet in Europa, maar in het wereldmuziektheater'', beaamt ook regisseur Pierre Audi. ,,Dat is ook de lijn die ik als artistiek leider bij de Nederlandse Opera uitzet. Ik ben ervan overtuigd dat componisten als Tan Dun of Claude Vivier het publiek meer raken dan de puur intellectuele eigentijdse componisten, die aanknopen bij de tradities van de Europese componistenkliek.''

TEA vertelt aan de oppervlakte een conventioneel liefdesverhaal, maar daaronder roeren zich lagen die de aanvankelijke associaties met Puccini's Tosca in Oosterse symboliek verzwelgen. Sterven, dat is bij Tan óók `de thee der leegte drinken'. De laatste woorden van prinses Lan zijn eveneens taoïstisch dubbelzinnig: ,,En na deze thee – huiswaarts....''

Tan: ,,In het sjamanisme heeft alles een ziel. Water kan spreken, wolken praten tegen rivieren, enzovoorts. Dat concept zet ik in TEA om in muziektheater. Jullie, of liever de V.O.C., importeerden de theeblaadjes van oost naar west. En nu kom ik, en ik breng de ziel van de thee van China naar Nederland, van Nederland naar Japan en van Japan weer naar Amsterdam. Grappig, hè?''

Het Boek van de Thee waarop in TEA wordt gejaagd, is een bestaand geschrift uit de achtste eeuw. Het staat vol raadgevingen over alle mogelijke consumptie- en bereidingswijzen van thee, vertelt Tan. ,,In het oude China was thee een sensueel en spiritueel medicijn. Mensen namen een theebad om het lichaam te weken maar óók om zichzelf weerspiegeld te zien in het troebele groene water. De combinatie van geur, smaak en zicht hangt dan samen met de ontdekking van het zelf. Met andere woorden: thee is een drank met meer dimensies dan je zou denken. En zeer zeker is TEA dus óók een aanklacht tegen platheid van de eveneens mondiaal verspreide, uniforme Coca-Cola-cultuur.''

De vrolijke Chinese en de streng rituele Japanse theeculturen worden in TEA symbolen voor de liefde tussen de Chinese Lan en de Japanse Seikyo. `In tea mind, the woman made life art, and the man made art life' zingen zij tijdens hun liefdesdaad. Tan: ,,TEA gaat er eigenlijk over hoe liefde de mens verlost. Er is te weinig liefde. Maar ik wil daar nu verder geen al te heftig statement van maken. Ik wil als componist een Mozart zijn. Als je als toeschouwer een opera van Mozart bijwoont, voel je het instinct van de componist in die springlevende, zinderende muziek. Pas nadat je door de kracht van de voorstelling bent meegezogen, denk je na over de filosofie die erachter schuilgaat.''

,,Toch is er natuurlijk wel een interessante boodschap aan het drankje thee; het bittere vocht dat kalm maakt en bedachtzaam stemt'', nuanceert regisseur Audi. ,,En de keuze voor een onderwerp dat oost en west verbindt, is ook typerend voor Tan, zoals de hele opera TEA in zekere zin een synthese is van zijn eerdere werken en ideeën.

,,Als onderwerp lijkt `thee' een gegeven zonder enige dramatische potentie, maar dat blijkt een misvatting. Tan heeft een zeer sterk muziekdramatisch instinct, en verleent de metafoor `thee' betekenis in een mix van ouderwets verhalen vertellen, muziek en beeld. Het wonderlijke daarbij is dat wat in de partituur twijfelachtig oogt, theatraal zeer goed blijkt te werken. De aandacht van het publiek wordt voortdurend geleid – van dialoog naar aria, van videobeeld naar orkestraal detail en van beweging naar percussie. Kitscherige aspecten worden in hun context plots kunst. Voor mij als regisseur bood daarbij vooral het zeer zeventiende-eeuwse stramien van de opera houvast. Ik heb TEA voortdurend behandeld alsof het een opera van Monteverdi was.''

Doe-het-zelfmarkt

In de partituur van TEA geeft Tan de drie akten elk de naam van enkele elementen mee, die letterlijk in de muziek weerklinken. In den beginne zijn dat water en vuur, later papier en tot slot stenen. De instrumentatielijst in de partituur is veelzeggend, en roept de scène in de doe-het-zelfmarkt in herinnering. Naast strijkers en blazers zijn nodig een waterschaal, dunne vellen papier, een papieren scherm (`om mee te wuiven'), keramische belletjes, een waterschudder, watergong, waterfoon en twee watertrommeltjes (`Gebruik hiervoor kopjes of glazen en klop met de hand op het wateroppervlak').

,,Het werken met die organische materialen is het bindende concept in TEA'', legt Tan uit. ,,`Organisch' is het goede woord, omdat de klank van water volkomen natuurlijk en onvoorspelbaar is. En papier kan zowel extreem sensueel als wild klinken. Samen met steen, wind en vuur zijn het dé elementen van het theeritueel.''

Pierre Audi: ,,Tan Dun verenigt zijn achtergrond in de Chinese muziek met zijn belangstelling voor de Amerikaanse experimentele naoorlogse muziek in een mystiek frame. Volstrekt uniek is daarbij zijn obsessie voor sensualiteit in klank. Tikkende stenen, klotsend water of `gewoon' een orkest dat vreemde dingen doet. Wat dat betreft is hij een soort Ravel. Exotische klanken worden ingezet om elementen te suggereren die verder gaan dan klank alleen – geuren, kleuren, smaken. En uiteindelijk worden al die elementen op een fragmentarische manier dan toch een éénheid. Vergelijk het met de collageachtige opzet van de symfonieën van Mahler. Die lijkt op papier óók merkwaardig, maar is wezenlijk voor Mahlers genie.''

,,In muziek is alles persoonlijk'', verklaart Tan. ,,Denk maar aan het klassieke symfonieorkest! Als je dat vanuit een andere culturele invalshoek benadert, ontdek je dat het niet langer toebehoort aan Brahms, Beethoven, Mahler en Bruckner, maar ook aan jezelf. Als ik een orkest gebruik, is het resultaat anders. Er klinken andere kleuren, en dat heeft te maken met míjn identiteit. Die is voor mijzelf een vertrouwd en vanzelfsprekend product van mijn achtergrond, maar elk mens heeft een andere geschiedenis. Dat maakt het interessant in kunst thema's, klanken, kleuren en vormen te kiezen die dicht bij je eigen culturele ervaringen staan. Ziedaar mijn keuze voor thee – een alledaags drankje dat verleden en heden verbindt. Als u thee drinkt, denkt u er dan weleens over na hoe sensueel en spiritueel dat drinken óók zou kunnen zijn?''

De melodieën in TEA zijn vloeiend en toegankelijk. Bijna kitscherig van schoonheid is zelfs het `Ahoy!' van sopraan Nancy Allen Lundy (Prinses Lan) op een repetitie van de eerste akte. ,,So far, so great!'' zegt Dun, en zingt de frase zelf met zijn jongensachtige, loepzuivere tenor nogmaals voor. ,,Het zingen moet klinken als vliegen, van de ene berg naar de andere. `Ahóóóy!' – als een echo.''

,,Sigaret?'' vraagt Tan na afloop. Hij legt uitnodigend een Japans pakje van het merk Double Happiness op tafel. Op de voorzijde staat een suggestief, wat viezig plaatje van symmetrische tekens met nèt andere friemeltjes in de kern. ,,Niet viezig, een symbool van de geslachtsdaad!'' schatert Dun. ,,Dat is nog eens wat anders dan de jobstijdingen op jullie sigarettenpakjes!''

,,De Chinese prinses Lan is in mijn opera het symbool van de liefde, en dat weerspiegelt zich in de muziek. Maar mooie melodieën zijn in opera sowieso mijn eerste prioriteit. Experimenten, bijvoorbeeld met elektronica, bewaar ik liever voor mijn kamermuziek. Dat leidt ertoe dat men mij soms een knieval voor het grote publiek verwijt, maar dat is onzinnige kritiek. In opera is de theatrale impact cruciaal, dus kies je als componist vanzelf voor de mooiste melodieën die je maar kunt verzinnen. Mooi zingen is en blijft de essentie van het genre opera. Wie zich als operacomponist niet richt op die twee basisingrediënten – theatraliteit en vocaliteit – kan het genre maar beter met rust laten!''

`TEA' van Tan Dun door De Nederlandse Opera/Nederlands Kamerorkest o.l.v. Tan Dun. Regie: Pierre Audi. Voorstellingen op 7, 8, 9, 11 (20.15 uur) en 12/1 (14 uur), Muziektheater, Amsterdam. Res. (020) 6255455

    • Mischa Spel