De Stone die eruit rolde

Het was me even ontglipt dat Bill Wyman al zo'n tien jaar geen deel meer uitmaakt van de Rolling Stones. Het zal wel te maken hebben met de toch wat afgekloven muziek die ze dat laatste decennium maken, en met het feit dat hij nooit een erg op de voorgrond tredende verschijning was, maar de spreekwoordelijke bassist op de achtergrond, genageld aan de grond, instrument in een 45-graden hoek omhoog gericht.

Maar Wyman besteedt zijn tijd sindsdien goed. Of hij nog de platenverzameling van zijn Zuid-Franse buurman Willem Duys inspecteert om (alweer) te constateren dat de Stones erin ontbreken, weet ik niet. Wel toert hij nu af en toe rond met een bandje waarin hij het wél voor het zeggen heeft, en schrijft hij boeken. Na zijn autobiografie Stone Alone en een boeiend koffietafelboek over de bronnen van de blues kwam hij eind vorig jaar met een boek dat bijna bezweek onder de media-aandacht voor zijn lijfelijke verschijning bij de promotie. Een meer dan kloek boek, voor een meer dan kloeke prijs, maar hoewel deze terugblik op zijn Stones-jaren als geschiedschrijving weinig toevoegt, blijkt het toch een bijzonder aardig naslagwerk, waarin vooral de liefhebbers van het eerste uur eindeloos kunnen blijven bladeren.

Dat komt vooral doordat Wyman een bijna maniakale verzamelaar was van alles wat met de band te maken had. Het maakt het boek tot een soms fascinerend bladerwerk, boordevol zaken als knipsels uit toenmalige muziekbladen, de even eindeloze als humorloze verzameling commentaren op de haardracht van de muzikanten, set-lists van optredens, ingezonden brieven-op-hoge-toon die Brian Jones aan bladen schreef. Hoesjes, teksten in facsimile, toerschema's, posters, de kennismaking met Amerika en hun zwarte helden, soms werkelijk ontroerende foto's, ja zelfs een gedetailleerde opsomming van hun uitgebreide wagenpark, uitgesplitst per persoon, het is allemaal even vermakelijk.

Het zwaartepunt ligt in de opwindende beginjaren van de Stones. Wat er ook op dit boek aan te merken mag zijn, het roept beter dan welk eerder Stones-boek de herinneringen op aan die tijd, toen elke nieuwe single, en zeker elke lp, een soort siddering door de wereld liet gaan.

Helaas wordt het allemaal opgediend in een vlakke stijl die intens zou gaan vervelen als het boek niet zo spectaculair was vormgegeven. Over de drugs, de dood van Brian Jones en de huwelijken wordt allemaal in dezelfde onaangedane stijl geschreven. Zelfs over zijn eigen uittreden is Wyman verbazend laconiek en onmededeelzaam. Hij meldt dat er in 1991 geruchten opdoken dat hij de Stones zou verlaten `en dit keer klopten ze. Ik had er al een tijdje over nagedacht en toen we in het voorjaar bij elkaar kwamen en onze verdiensten van de tournee bekeken besloot ik dat het financieel zeker genoeg was nu te kappen'. Simpeler en ontwijkender kan het niet. Wyman begon zijn eigen kleinschalige en `best aardige' bandje waarmee hij af en toe nog eens een plaatje uitbrengt, en begon te schrijven. En daar houdt het boek dus op, met de constatering dat de `tours alleen maar langer werden' toen hij de band had verlaten en, zo kan de liefhebber eraan toevoegen, zeker niet spannender. Er zal een reden voor zijn dat juist degene die hun gloriejaren het liefdevolst documenteerde de enige is die er bij volle bewustzijn ook uitstapte.

Bill Wyman: Rolling with the Stones. Geschreven met Richard Havers.

Het Spectrum. 512 blz. €54,25

    • Jan Donkers