De kunst van het klonen

De ster wees dus naar Florida. Daar is op tweede kerstdag een bijzonder kindeke geboren: een 31-jarige Amerikaanse beviel van een genetische replica van zichzelf. Dat brengt ons na lammetje Dolly (1997) nu baby Eva de eerste menselijke kloon. Over een paar dagen, rond Driekoningen, zullen enkele wetenschappers worden toegelaten tot de jonggeborene en officieel constateren dat het bedrijf Clonaid de verlossende baby op de wereld zette. Engelenkoren van angst en plechtige verontwaardiging ,,een grens is overschreden'' zullen opklinken. Maar waarom geen liederen van vreugde?

Zeker, dit wetenschappelijk experiment vond plaats in een religieuze secte. De `Raelians' menen ambassadeurs te zijn van buitenaardse wezens en geloven het eeuwige leven dichterbij te brengen. Dat zegt indirect iets over de hypotheek die onze traditionele religies leggen op gesleutel aan de schepping. De wereld mag dan onttoverd zijn en de laboratoria bevolkt door godloochenaars, om ingesleten verbodsbepalingen aan je laars te lappen en simpelweg de technologie te zoeken bij wat we allang weten wat wetenschappelijk kan, moet je blijkbaar ver heen zijn in de vliegende-schotelarij.

De geijkte argumenten waarin de weerzin voor de mensenkloon rationeel verpakt wordt, zijn niet sterk. Met een moreel beroep op de `natuur' of `menselijke waardigheid' kom je er niet. De natuur zelf stelt geen grens. Knutselen aan de natuur om ons heen doen we al millennia; prutsen aan de natuur in onszelf ook al enige tijd. Dat roept steeds wijsgerige vragen op. ,,Ben ik mijzelf nog wel?'', vraagt filosoof Jean-Luc Nancy zich na zijn harttransplantatie af in De indringer.

Terugvallen op het begrip `menselijke waardigheid' helpt evenmin. Gisteren was een orgaantransplantatie onmenselijk, morgen uitzichtloos lijden. Op de Veluwe vindt men inenting tegen polio onmenselijk (enfin, goddeloos); twintig kilometer verder is niet-inenten monsterlijk. Wie heeft hier gelijk, en wanneer? De `menselijke waardigheid' is zelf inzet van verandering en kan niet vanaf de kansel der weldenkendheid worden gedecreteerd. Over tien jaar weldenken onze moraalfilosofen en seculiere dominees weer iets anders, met evenveel aplomb.

Een kloon is eng. Dat is het enige brute feit. Een rookgordijn van morele banvloeken moet deze horreur aan het zicht onttrekken. Dat is struisvogelethiek.

De vraag is waar die primaire weerzin jegens de kloon vandaan komt. Het antwoord: uit de heilige schrik voor het zelfde, uit de verbijstering voor het identieke. Zo werd in tal van traditionele samenlevingen de eeneiïge tweeling verstoten; twee dezelfde individuen vormen een te vreeswekkende inbreuk op de normale orde van de wereld. Op deze angst voor het gelijke is ook het scenario gebaseerd van al die horrorfilms waarin de held, met de kijker, ontdekt dat hetzelfde vrouwengezicht mogelijk toebehoort aan zijn geliefde én aan een machine.

De kloon schendt onze orde. De westerse manier van kennen gaat uit van het unieke karakter van elk wezen en probeert dat tot elke prijs te behouden. Geboorte en dood zijn werkelijkheden die het christendom niet, zoals in Azië, oplost in de wereld-als-illusie of de reïncarnatie. Om onze wanhoop te verlichten biedt ze de wederopstanding, aldus de dood erkennend. Ieder heeft zijn eigen begin en einde. Het is die kern van ons wereldbeeld, de `individuatie', die door de kloon wordt aangevallen. Daarentegen hebben de Tibetaanse monniken vermoedelijk nog niet met de ogen geknipperd toen ze op internet - waarop ze volgens de reclame surfen - van de kerstkloon vernamen.

Het schrik-beeld Homo Xerox brengt zo vaste categorieën aan het schuiven: individualiteit, leven en dood, voortplanting. Voordat het klonen ons een moreel probleem stelt, is er dus een cognitieve opdracht.

Om niet onmiddelijk bij de keel gegrepen worden door de ethici, hebben we een bemiddelaar nodig, die een rustmoment en bufferzone biedt. Traditioneel viel deze rol toe aan de kunstenaar. Die was de go-between tussen de vrees voor de wereld en het moment van het oordeel. Hij toonde, voordat de rechters kwamen, wat voorheen onzichtbaar was. Jeroen Bosch temde de angsten uit zijn hoofd en tijd door ze op het doek te zetten. Andy Warhol begreep de schrik van de herhaling, waaraan hij actrices en soepblikken blootstelde.

Wij hebben opnieuw zulke beelden nodig. Beelden die het verschrikkelijke van de kloon op een afstandje zetten, zodat wij hem rustig kunnen beschouwen. Went het? Blijft het eng? Pas dan kunnen ook wij niet-boeddhisten en niet-Raelians over de kloon denken en oordelen.

Eén probleem: de hedendaagse kunstenaar oefent deze `documenterende' rol nauwelijks nog uit. Ofwel hij neemt die te letterlijk, door voor socioloog of journalist te spelen (zoals bezoekers van de vijfjaarlijkse Documenta in Kassel sinds enkele edities constateren). Ofwel hij beperkt zich tot de rol van eeuwig debutant die, omdat de geschiedenis van de kunst voorbij is, met elke creatie niet alleen zijn eigen esthetisch universum moet leveren, maar ook de reden waarom het kunst is (zoals bezoekers van het pasgeopende Palais de Tokyo in Parijs meemaken). Misschien echter kunnen we ons, om de kloon te begrijpen, wenden tot de kunstvorm die per definitie bemiddelt tussen wereld en beeld en die juist wegens haar reproduceerbaarheid lang voor minderwaardig werd gehouden: de fotografie.

Laat het nieuwe Fotomuseum in Den Haag de burgers in deze verwarrende tijden steunen met gratis verspreiding van een replica van een foto van een kloon in een soepblik. Oplage honderdduizend identieke exemplaren - en geen bioloog of ethicus die kan protesteren. Dan moet natuurlijk wel voorkomen worden dat een fanaticus van de individuatie de exemplaren gaat nummeren...

Maar zelfs die kan gerustgesteld worden. Want wat blijkt? Aangezien het gewrijf van foetusvingertjes tegen de baarmoederwand de lijnen medebepaalt, heeft de kerst-Eva niet dezelfde vingerafdrukken als haar moeder. Gelukkig, ze is toch anders, een individu. Een nepkloon eigenlijk. We hebben de ziel in extremis gered; ze zit nu in de vingertoppen.

Luuk van Middelaar en Cécile Zervudacki zijn filosoof.

    • Luuk van Middelaar
    • Cécile Zervudacki