De Boekjes

De laatste weken van het oude en de eerste van het nieuwe jaar is het boekjestijd. De uitgevers sturen aan hun `vrienden en relaties' iets bijzonders, een uitgaafje waaraan de grootste zorg is besteed en dat niet in de winkel te koop is. Nu zult u misschien denken dat aan de boeken die wel in de winkel liggen niet de grootste zorg is besteed. Dan vergist u zich. Er is niet één absolute `grootste zorg'. De hier bedoelde g.z. is die waardoor de uitgever een uitgezochte schare laat blijken van zijn bijzondere genegenheid. Dat kan nu eenmaal niet als je aan tienduizenden, desnoods honderdduizenden tegelijk moet denken.

Er zit iets onrechtvaardigs in. De uitgevers doen bij het maken van deze boekjes hun persoonlijke best, maken er op een andere manier iets moois van, en dan komen ze opeens niet in de krant. Want daar doen ze het niet voor, ze hebben geen commerciële oogmerken. Ik vind juist dat ze dan de aandacht verdienen. Als er al een rode draad loopt door de stukjes die ik hier schrijf, dan is het die van mijn overtuiging dat de allerindividueelste creativiteit bevorderd en beloond moet worden en het massaproduct bestreden. Ik bedoel de sjablone, al die manieren waarop zoveel mensen een pseudo oorspronkelijkheid vertonen, terwijl ze denken dat ze hoogst origineel uit de hoek komen. Zelf iets maken, daar gaat het om. Dat is ook mijn boodschap voor 2003.

Terzake. De Bezige Bij heeft haar vrienden en relaties dit jaar bedacht met de Moderne Atoomtheorie voor iedereen, geschreven door Harry Mulisch in de zomer van 1942, op het laatst van zijn veertiende en het begin van zijn vijftiende jaar. In november 2002 heeft hij er een inleiding aan toegevoegd. Het eigenlijke boekje, of boek, bestaat uit 29 pagina's handschrift in facsimile, op gelinieerd blocnotepapier, oorlogskwaliteit (naar de kleur te oordelen).

Het begint met het woord Inleiding dat is doorgestreept en vervangen door Voorwoord. Dan lezen we: ,,Dit boek bestaat gedeeltelijk uit een verzameling van de verschillende populaire publicaties die er op het gebied van de atoomtheorie verschenen zijn. Aangezien ik vond dat het hier en daar wat ingewikkeld of te oppervlakkig was, heb ik gemeend een boekje te moeten samenstellen, dat door iedere leek, die lezen en zijn verstand gebruiken kan, te begrijpen is. Hier en daar heb ik er zelf iets aan toegevoegd, waarvan ik meende dat het niet gemist kon worden. Het eerste gedeelte van hoofdstuk I bestaat uit een uiterst kort geschiedkundig overzicht.''

Het handschrift is dat van een 14-jarige die mooi, regelmatig en duidelijk heeft leren schrijven, de tekst een openbaring, niet in het bijzonder van dit jonge schrijversbrein maar van de argeloze almacht die menig 14-jarige eigen is. This makes you feel so young, zong Frank Sinatra. Het treurige, of onafwendbare, is dat de meeste jongens het dan binnen een paar jaar verliezen. Groot worden. Harry niet.

Het andere nieuwjaarsboekje is van uitgeverij De Harmonie, Het afzien van 2002, door Reis, Geleijnse & Van Tol, de mensen achter Fokke & Sukke. Je hebt mensen die om deze twee moeten lachen, je hebt er die het niets kan schelen, en er zijn er die er boos om worden. Ik hoor tot de eerste soort, in die mate dat ik anderen erin wil laten delen. In dit boekje wordt heel 2002 behandeld. Het begint met een tekening waarop Fokke een duikbril en zwemvliezen draagt en een houten eendje op wielen duwt. Sukke heeft skates aan, een petje met een propeller op, staat op een laddertje, en brengt met zijn linkervoet een jojo in beweging. Fokke zegt: ,,Pim zou het zo gewild hebben.''

Navertellen van wat een plaatje te zien geeft, is altijd een risico, vooral als het bedoeld is om je aan het lachen te brengen. Daarom laat ik het bij dit voorbeeld. Of nog één? Ja. Fokke en Sukke kennen altijd wel een mannetje. Fokke, middeleeuws gekleed, draagt een ingewikkeld apparaat, een soort camera met lenzen en microfoons. Hij zegt: ,,Nu is onze madocke weer kapot.'' Sukke: ,,We brengen hem naar Willem... Die kan hem wel maken.'' Als u dit niet begrijpt, hebt u geen goede leraar Nederlands gehad.

Door alleen De Bezige Bij en De Harmonie te noemen, doe ik andere boekjesmakers onrecht. Maar langer mag ik dit stukje niet maken. Over een maand is alles binnen, van de uitgevers tot wier vrienden of relaties ik hoor. Dan kom ik erop terug, zonder te zeggen welke ik het mooist vind. Het maken van mooie dingen doe je voor het plezier; het is geen wedstrijd.