Corrupte elite zoog Kenia leeg

De machtswisseling in Kenia is een feit, het puinruimen kan beginnen. Topprioriteit: de verlammende corruptie.

Eén dag na de verpletterende nederlaag van zijn partij Kanu gaf de vertrekkende president Daniel arap Moi de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) de schuld van zijn misère en die van Kenia. ,,Begin jaren negentig liberaliseerde ik de economie in ruil voor internationale steun van Wereldbank en IMF. Die steun kwam er niet, daarom raakte de economie in een neerwaartse curve en daarom verloren wij de verkiezingen.''

De verklaring, eerder deze week, staat in scherp contrast met een recent rapport van Transparency International (TI) getiteld `Public Resources, Private Purposes'. In de visie van de organisatie die internationaal corruptie in kaart brengt, ging de Keniase economie onder Moi kapot door steekpenningen en wanbeleid. Volgens schattingen gaat elk jaar ruim eenderde van de staatsinkomsten verloren door corruptie.

De sociale gevolgen zijn dramatisch. Het jaarlijkse inkomen per hoofd van de bevolking liep tussen 1990 en 2000 terug van 358 dollar tot 328 dollar, de kindersterfte nam toe en de levensverwachting van de Kenianen daalde van zestig naar 47 jaar. Na Brazilië kent het land de grootste inkomensongelijkheid ter wereld.

Niet de buitenlandse concurrentie, maar de elite rond Moi heeft de lokale industrieën te gronde gericht. Het rapport van TI beschrijft een consistente trend om de schatkist te plunderen. Een notoire manier is bijvoorbeeld rijst en suiker importeren als voedselhulp zodat geen importbelasting hoeft te worden betaald, om deze goederen vervolgens op de vrije markt te verkopen. Boeren kunnen hun producten niet kwijt, omdat de goedkopere buitenlandse granen de markt overspoelen. Fabrieken die dekens, vruchtensappen of melk produceerden, gingen door dergelijke corruptie ten onder.

Volgens de Keniase pers betaalde de schatkist de afgelopen weken in allerijl 57 miljoen dollar aan ondernemers, velen van hen behorend tot de elite rond Moi. Onderhandse deals tussen overheid en ondernemers noemt TI een van de voornaamste manieren om de staat te beroven; zeker een kwart van de ondernemers voerde geen enkel contract uit. Kenia is bezaaid met nooit voltooide projecten, zoals wegen, ziekenhuizen en scholen. ,,Dit is vermoedelijk het beste middel om overheidsgeld in privé-handen te doen overgaan'', aldus TI, ,,het is een tijdbom die zal ontploffen in het gezicht van de belastingbetalers.''

Het patronagesysteem wordt ook gesmeerd door het weggeven van staatsbezit. ,,Er bestaat een overduidelijke poging om openbaar land te verkrijgen voor persoonlijk gewin.'' kenia [Vervolg KENIA: pagina 11]

KENIA

Belang Moi voorop

[Vervolg van pagina 1] Met ernstige gevolgen voor het milieu werden grote stukken tropisch regenwoud kaalgeplukt voor landbouw. De regering van Moi zei dat deze vernietiging van de natuur nodig was om landloze boeren te helpen, in werkelijkheid ging het publieke land naar invloedrijke politici. Naarmate er minder land beschikbaar werd, ging de overheid parkeerterreinen en begraafplaatsen in urbane gebieden weggeven aan haar maatjes.

Het wanbeleid bij staatsondernemingen veroorzaakte eveneens grote economische schade. Het sociale fonds NSSF, dat op de centjes past van gepensioneerde arbeiders, verloor miljoenen dollars door verdachte transacties. Staatsbedrijven als die voor telefoon- en elektriciteitvoorzieningen bleken melkkoeien voor politici; geen wonder dat de overheid zich weigerachtig toonde deze te privatiseren.

Talrijke regeringsinstanties en -functionarissen, onder wie de president van de Rekenkamer, schreven jaarlijks rapporten over corruptie waarbij steeds weer dezelfde namen van politici, bedrijven en zakenlui vielen. Nooit ondernam de overheid actie. Integendeel aldus TI, de schuldigen werden beschermd. En indien dit wel gebeurde, dan waren er in het gerechtelijke apparaat altijd gecorrumpeerde rechters die een handje konden helpen. Op centrale posten in het systeem, zoals bij het ministerie van Financiën, benoemde Moi zwakke ambtenaren opdat die geen belemmering konden vormen voor de systematische plunderingen.

In het patronagesysteem van Moi waren de belangen van de president, de staat en de regeringspartij dezelfde geworden. Deze verstrengeling van belangen leidde al direct na de verkiezingszege van Mwai Kibaki en zijn Nationale Regenboogcoalitie (NARC) tot een eerste confrontatie tussen de nieuwe en de oude orde. Het meest imposante gebouw van de hoofdstad Nairobi is het Kenyatta Internationale Conferentiecentrum (KICC). Volgens Moi behoort het in 1973 officieel geopende KICC met zijn futuristische toren en in Afrikaanse stijl gebouwde conferentiezaal aan zijn Kanu-partij, hoewel de regering er destijds voor betaalde. Kibaki's aanhangers stroomden dinsdag naar het KICC om het gebouw op te eisen voor de staat.

Mois beleid vervreemde buitenlandse investeerders en hulpinstellingen van Kenia. De Wereldbank zette uit onvrede over de gigantische corruptie bij het bouwen van de waterkrachtcentrale de Turkwell Gorge Dam in 1986 iedere verdere hulp aan de energiesector stop en daarom heeft Kenia nu te weinig stroom. Door een frauduleus exportpromotieplan, het zogenaamde Goldenbergschandaal, verloor begin jaren negentig de staatskas ruim 400 miljoen dollar en zette het IMF al zijn lening stop.

,,Ze gedroegen zich als hyena's'', klaagde Kibaki over de plunderingen van de staatskas. De vrees bestaat dat veel bewijsmateriaal al is vernietigd. Kibaki sloot bij zijn beëdiging maandag een heksenjacht uit, maar beloofde dat de deksels niet op de beerputten blijven. Kibaki wond er geen doekjes om. Onder de blik van een geïrriteerde Moi verklaarde hij als zijn prioriteit ,,de heropbouw van de economie, zwaar beschadigd door jaren van wanbeleid en dwaasheid''.

Nu in Kenia het `puinruimen' is begonnen, zullen er de komende tijd vermoedelijk nog vele onthullingen over corruptieschandalen volgen.

    • Koert Lindijer