Chinese economie blijft groeien

De cijfers van de economische groei van Cina zijn opvallend hoog in een jaar dat de wereldgroei geen topjaar beleefde. Reden voor veel waarnemers om te twijfelen aan de cijfers die van een groei reppen van 8 procent.

Nog voordat het jaar goed en wel was afgelopen, kwam het Chinese Bureau voor de Statistiek al met de groeicijfers voor het jaar 2002. Er zou sprake zijn geweest van 8 procent groei, meer dan de 7 procent waar de Chinese overheid eerder op had durven hopen. Die 7 procent groei zou minimaal vereist zijn om de ontslagen arbeiders van de noodlijdende staatssector aan nieuw werk te helpen, aldus Peking.

Zhu Zhixin, hoofd van het Bureau voor Statistiek, meldde dat de industriële productie in 2002 sneller was gestegen dan in de voorgaande jaren. ,,De economische groei van dit jaar werd voornamelijk aangedreven door drie motoren: investering, consumptie en buitenlandse vraag.'', zo stelde Zhu. Gisteren meldde de Chinese staatstelevisie dat de buitenlandse handel in 2002 was toegenomen met meer dan twintig procent. China zou daarmee inmiddels de vijfde handelsnatie ter wereld zijn, en 4,5 procent van de totale wereldhandel in handen hebben.

Dat China's exportproducten voorlopig nog wel tegen zeer competitieve prijzen op de wereldmarkt zullen komen, lijkt buiten kijf. De lonen voor ongeschoolde arbeid liggen laag, omdat het arbeidsaanbod enorm is en blijft. Inmiddels zijn er al meer dan 100 miljoen boeren naar de steden getrokken, en die exodus duurt voort. De Verenigde Naties schatten dat er voor 2010 nog eens 200 miljoen boeren meer naar de steden zullen trekken. De Asian Development Bank spreekt zelfs van 300 miljoen mensen.

Een aanzienlijk risico voor China's economische ontwikkeling vormt echter de groeiende kans op sociale onrust. Het verschil tussen arm en rijk groeit, en dat heeft in 2002 al geleid tot veelvuldige sociale onlusten in de stad en op het platteland.

China slaagt er nog steeds opvallend goed in om buitenlandse investeerders aan te trekken. Het land is (of:lijkt) stabiel, de lonen liggen laag en investeerders blijven gecharmeerd van een potentiële markt van 1,3 miljard Chinezen.

De groeicijfers zijn opvallend hoog in een wereldeconmie die in 2002 bepaald geen topjaar beleefde, maar of de cijfers werkelijk betrouwbaar zijn, wordt door veel waarnemers al jaren betwijfeld. Sommigen schatten de groei op niet meer dan de helft van de officiële cijfers, daarbij wijzend op een achterblijvende toename in de consumptie van energie en op het ongebruikelijke feit dat de economische groei gepaard gaat met een zeer beperkte inflatie, of zelfs met deflatie.

Andere waarnemers beweren juist dat China het nog veel beter doet dan uit de cijfers blijkt, omdat veel bedrijven hun belastingaanslag omlaag willen brengen door zo laag mogelijke omzetten en winsten aan de overheid te melden.

Volgens sommigen is het waarschijnlijk dat China's economie in 2003 minder snel zal groeien, omdat zowel de groei in export als de groei in investeringen onder druk kunnen komen te staan door ontwikkelingen elders ter wereld. Ook kan de overheid niet eeuwig doorgaan met het steken van enorme sommen geld in grote infrastructurele projecten als de Drieklovendam in de Yangtze en de aanleg van de Maglev-zweeftrein in Shanghai. Dat leidt tot te hoge tekorten op de lopende rekening, die op den duur niet meer uit China's traditioneel hoge financiële reserves kunnen worden betaald. De trein kan volgens de Duitse makers een snelheid van meer dan 400 kilometer per uur behalen. De aanleg van het traject in Sjanghai kost zo'n 1,2 miljard euro. Duitsland beschouwt de lijn als een prestigeobject om ook klanten elders binnen te halen. Daarom zouden de Chinezen minder hoeven te betalen.

    • Garrie van Pinxteren