Beunhaas

Een vakbekwaam restaurator van boeken dient te beschikken over een helder hoofd en een vaste hand. Daar moest ik aan denken toen ik een prachtige verzameling boekbindersspullen kreeg aangeboden van een oude rot in het vak. Door problemen met zijn gezondheid kon deze vakman helaas niet meer vertrouwen op zijn heldere hoofd en zijn vaste hand. Daarom gaf hij alles maar weg aan iemand die ,,er nog aardigheid in heeft''.

En zo kreeg ik een grote partij schutbladen, boekbinderslinnen in allerlei kleuren, messen, een blokpers, tientallen filetstempels, poedertjes, vliesdunne velletjes bladgoud en een `hondentand'. Afgezien van het bladgoud natuurlijk is zo'n verzameling spullen voor een leek waarschijnlijk niets anders dan wat ongesorteerde rommel. Je kunt zoiets zonder schroom wegdoen als je de betekenis en de waarde ervan niet kent. Maar je kunt het ook weggooien uit botte onverschilligheid.

Maar wat moest ik – nog maar een stumperende beginneling in het boekbindersvak – met al die prachtige spullen? Ik vroeg het aan mijn leermeester, de boekbinder en -restaurator Han Boswinkel, die een atelier heeft aan de Boommarkt in Leiden. Hij is zo'n typische ambachtsman die op grond van zijn enorme kennis en ervaring boeken kan restaureren die verschrikkelijk verwaarloosd of zelfs mishandeld zijn. ,,Kijk, hier heb ik weer een boek dat vermoord is, wil je het zien?'' zegt Boswinkel dan, waarbij hij zich lijkt af te vragen of zijn toehoorder wel bestand zal zijn tegen de aanblik die hem te wachten staat. We kennen de anekdote van de Engelse schrijver Evelyn Waugh die een plak rosbief gebruikte als boekenlegger, maar er zijn ook lieden die cellotape gebruiken om beschadigingen te `herstellen'. Boswinkel gruwt ervan.

Het restaureren van boeken is een vak, en je kunt het ook nog op hoog niveau leren, in Amsterdam, bij het Instituut Collectie Nederland (ICN). Dat instituut leidt niet alleen restauratoren op voor boek en papier, maar ook voor de specialismen glas en keramiek, metaal, meubelen en textiel.

Om bij het ICN het lamme bedrag van 170.000 euro per jaar te kunnen bezuinigen, heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Maria van der Hoeven (CDA), onlangs besloten dat de opleiding van deze restauratoren niet langer wordt gerekend tot `een kerntaak' van het ICN. Dat is Haags jargon voor: weg ermee, opheffen die hap. Rik Vos, de directeur van ICN, hoopt dit onheil nog te kunnen afwenden, maar als er niet vóór 1 maart een oplossing is gevonden, kunnen de beunhazen weer jaren vooruit.

En waarin blinkt de beunhaas uit? In onwetendheid en onkunde, maar bovenal in botte onverschilligheid. Het lijkt wel of we het hebben over onze minister van OCenW.

    • Koos Metselaar