Veelzijdig oeuvre Gelderse portrettisten

De catalogus bij de tentoonstelling over Gelderse portretschilderkunst in Museum Het Valkhof laat zich opvallend gereserveerd uit over een van de grootste doeken die er hangen. In zijn groepsportret van de Zutphense familie Van Diemen, had de 17de-eeuwse schilder, Dirck van Loonen ,,duidelijk zijn beste jaren achter zich'', en elders wordt opgemerkt dat het werk ,,enigszins boven de krachten van de bejaarde kunstenaar uitging''. En zo is het: terwijl Van Loonen in eerdere werken een verdienstelijk schilder blijkt, toont het doek uit 1701 in een wankele compositie in de buitenlucht, een bloedeloos geschilderde groep van een bepruikte pater familias met zijn nazaten. De Zutphense schilder moet zelf ingenomen zijn geweest met het resultaat, want hij voorzag het schilderij van zijn signatuur waaraan hij trots toevoegde dat hij het vervaardigde op 81-jarige leeftijd.

Dat uitzonderlijke opschrift maakt het schilderij interessant, ook doordat het werk een sluitstuk is van het oeuvre van een kunstenaar die wordt omschreven als ,,een van de meest kenmerkende Gelderse schilders uit de tweede helft van de 17de eeuw''. Daarmee krijgt Van Loonen een centrale rol toebedeeld in de tentoonstelling van 83 portretten die van de 16de tot de 19de eeuw zijn vervaardigd van edelen en patriciërs uit Gelderland. Wat er verder typisch Gelders is aan die portretten blijft in het midden, maar uit de expositie blijkt dat er in steden als Arnhem en Nijmegen, Zutphen en Zaltbommel een behoorlijke productie moet zijn geweest, van schilderijen van een verrassende diversiteit en soms van een kwaliteit die vergelijkbaar is met de veel beroemdere en meer bestudeerde portretschilderkunst in Holland en Utrecht.

De tentoonstelling biedt aanknopingspunten voor die vergelijking, omdat er ook werk hangt van kunstenaars van elders, die in Gelderland emplooi hadden gevonden. De Utrechtse schilder Paulus Moreelse bijvoorbeeld, maakte in 1624 een magnifiek, levendig en in de kleding en juwelen uiterst gedetailleerd portret van Ermgard Elisabeth van Dordt, vrouwe van kasteel Rosendael bij Arnhem. Vlak naast dat portret hangen twee pendanten uit 1631 met voorstellingen van de Nijmeegse patriciër Johan Kelffken en zijn vrouw Clara van Bronckhorst. De werken zijn, met hun vrij sober geklede geportretteerden, ingetogener dan dat van Moreelse, maar Kelffken draagt een subtiel geschilderde kraag boven zijn zwarte kleding en zijn rustige maar kwieke gezicht met dunne, rossige baard is overtuigend gemodelleerd.

Misschien is het tekenend voor de secundaire rol die Gelderland op dit gebied onvermijdelijk speelde, dat van de uitstekende portretten van Kelffken en zijn vrouw de kunstenaar onbekend is. De basis voor een elite-genre bij uitstek als het portret moet in het relatief arme, dunbevolkte en grotendeels agrarische gewest ook smal zijn geweest: in contrast met het verstedelijkte Holland, telden de grootste Gelderse steden tegen 1800 niet meer dan circa 10.000 inwoners. Zo beschouwd is het verbazingwekkend hoeveel fraais er is vervaardigd. Aan de Arnhemse portrettist Hendrick Coster worden drie mooie kniestukken van telgen van ritmeester Marcus Verschoor toegeschreven (circa 1640) en de Nijmegenaar Nicolaes van Helt Stockade schilderde in 1647 een ambitieus dubbelportret van de huismeester van het Oud Burgeren Gasthuis en diens vrouw. Het grote doek met op de achtergrond een zware classicistische architectuur, verraadt iets van de internationale oriëntatie van de schilder, die in Italië, Frankrijk en Vlaanderen had gereisd.

De vier sjabloonachtige portretten van Gelderse families behoren van de 18de eeuwse Friese pastelschilder Rienk Jelgerhuis illustreren een enorme, wat gemakzuchtig overkomende productie van de rondreizende portrettist. Aantrekkelijker is een reeks kleine werken van de rijke Nijmeegse leerhandelaar en stadsbestuurder Hendrik Hoogers. Omstreeks 1780 gaf hij zichzelf en zijn familie weer in een aantal conversatiestukken vol met verwijzingen naar zijn welstand, zijn veelzijdige werkzaamheden en vooral ook zijn kunstenaarschap. Hoogers geeft blijk van een Gelders artistiek zelfbewustzijn, dat overal in deze expositie impliciet opduikt bij schilders en geportretteerden.

Tentoonstelling: Deftige dames, hoge heren; drie eeuwen Gelderse portretkunst 1550-1850. Museum Het Valkhof Nijmegen. T/m 23/3. Catalogus Gelderse gezichten €22,50. Inl. 024-3608805 of www.museumhetvalkhof.nl

    • Bram de Klerck