Ook China heeft Noord-Korea niet aan touwtjes

De internationale druk neemt toe op China om zijn buurland en bondgenoot Noord-Korea tot de orde te roepen. Peking wil graag bemiddelen, maar ziet ook levensgrote risico's

China heeft vandaag verklaard dat het samen met Zuid-Korea wil werken aan het oplossen van de crisis over het nucleaire programma van Noord-Korea. Daarmee neemt de regering Peking, die zowel met Noord- als met Zuid-Korea diplomatieke betrekkingen onderhoudt, de nodige politieke risico`s.

Zuid-Korea heeft, net als de Verenigde Staten, grote hoop gevestigd op China om de dialoog met Noord-Korea over zijn nucleaire programma in een of andere vorm te hervatten, en China laat nu zien dat het bereid is om ook werkelijk zijn nek uit te steken.

Dat Zuid-Korea en de Verenigde Staten vooral naar China kijken, is niet verwonderlijk. China vocht in de Koreaanse oorlog van 1950-1953 aan Noord-Koreaanse kant, beide landen zijn in elk geval in naam nog steeds communistische broederlanden, en China speelt een essentiële rol in de bevoorrading van het verarmde, isolationistische buurland, dat zonder de veelal gratis of op basis van ruilhandel verleende steun van Peking waarschijnlijk niet van de totale economische ondergang te redden zou zijn.

De hulp die Zuid-Korea nu van China hoopt te ontvangen, ligt vooral op diplomatiek terrein. Seoul hoopt dat Peking achter de schermen druk wil uitoefenen op Noord-Korea's onvoorspelbare leiders om het nucleaire programma niet te hervatten en om de dialoog met Zuid-Korea en de VS te hervatten. Als China Noord-Korea niet tot meer redelijkheid kan brengen, zo denken de Zuid-Koreanen waarschijnlijk, dan kan niemand het.

Maar voor China is het niet zonder risico's om zich al te openlijk te mengen in het conflict. Noord-Korea is namelijk notoir onvoorspelbaar, en als een Chinese poging tot interventie mislukt, dan kan dat leiden tot internationaal gezichtsverlies, iets waar China als opkomende grootmacht meer dan andere landen bevreesd voor lijkt te zijn.

Ook bestaat het gevaar dat Noord-Korea een Chinese poging tot bemiddeling opvat als de zoveelste daad van Chinees verraad: de oude communistische bondgenoot China die inmiddels zeer warme betrekkingen onderhoudt met het kapitalistische Zuid-Korea, laat zich in Noord-Koreaanse ogen al snel voor het oorlogszuchtige karretje van de grote, imperialistische aartsvijand Amerika spannen.

De grote vraag is echter in hoeverre China inderdaad in staat geacht kan worden om het vaak irrationele gedrag van Noord-Korea ook daadwerkelijk te beïnvloeden. Chinese leiders geven bij herhaling aan dat ook zij nog maar weinig invloed hebben op de Noord-Koreanen. ,,We tasten volledig in het duister naar wat er daar op dit moment gebeurt'', zo antwoordde China's president Jiang Zemin in oktober tijdens zijn topontmoeting met de Amerikaanse president Bush in de Verenigde Staten op de vraag hoe hij de nucleaire dreiging van Noord-Korea inschatte.

Dat Noord-Korea ook voor China een onberekenbare factor is, bleek onder meer uit het conflict dat tussen beide landen ontstond rond de benoeming van de Nederlandse Chinees Yang Bin tot gouverneur van een nieuw op te richten kapitalistische zone in Noord-Korea. Noord-Korea had kennelijk niet de moeite genomen om van tevoren met China te overleggen of dat land soms bezwaar had tegen de benoeming van een in China van belastingfraude verdachte vrije ondernemer tot Noord-Koreaanse ambtenaar met diplomatieke status, en Peking werd met Yang's benoeming voor een voldongen feit geplaatst.

China, dat naar verluidt zeer geïrriteerd is met dergelijk eigengereid Noord-Koreaans gedrag, greep uiteindelijk in door Yang Bin te arresteren, maar ging er niet toe over om openlijke afkeuring uit te spreken over zijn wispelturige bondgenoot. Formeel had de arrestatie van Yang dan ook niets te maken met zijn benoeming door Pyongyang, en het werd de Chinese pers ten strengste verboden om suggesties in die richting te publiceren.

Ook heeft China in een poging om zowel de kool als de geit te sparen afgelopen december gesteld dat het weliswaar voor een kernwapenvrij Koreaans schiereiland was, maar dat het ook noodzakelijk was dat de betrokken partijen met elkaar in gesprek zouden blijven.

China schat kennelijk in dat openlijke stellingname tegen Noord-Korea en een al te zware politieke en economische druk de `geliefde leider' Kim Jong-Il nog wel eens tot veel gekkere daden zou kunnen aanzetten. Daarin zou Peking heel goed gelijk kunnen hebben.

Voor China staat er zeer veel op het spel. Peking is bang voor een totale ineenstorting van Noord-Korea, al was het alleen maar omdat er dan vermoedelijk een enorme vluchtelingenstroom naar China op gang komt. Nu al kampt China met de opvang van mogelijk zo'n driehonderdduizend Noord-Koreanen die de honger in hun economisch totaal ontwrichte land zijn ontvlucht.

Belangrijker nog is dat het gebied dan opnieuw een speelbal wordt van internationale machten, waarbij er langdurige en grote instabiliteit in de regio kan ontstaan. Daarbij tekent zich het voor China wel heel onaantrekkelijke perspectief af dat zijn onbetrouwbare communistische bondgenoot verandert in een betrouwbare Amerikaanse bondgenoot direct aan China's noordgrens.