Maak allochtonen minder afhankelijk van een uitkering

De immigratie moet worden beperkt, nieuwkomers moeten zich aanpassen aan de Nederlandse kernwaarden en allochtonen moeten minder afhankelijk worden van de staat. Alleen zo kan het integratiebeleid een succes worden, vindt Gerrit Zalm.

Het integratiebeleid in Nederland is grotendeels mislukt. Jarenlang was het onderwerp taboe en werd er uitgegaan van verkeerde premissen, zoals integreren met behoud van eigen cultuur. Het resultaat is, dat allochtonen in Nederland bovengemiddeld slecht scoren waar het gaat om zaken als arbeidsparticipatie, criminaliteit en schooluitval. Bovendien blijkt keer op keer, dat sommige allochtone groepen er normen en waarden op na houden die niet stroken met de Nederlandse kernwaarden en grondwet.

Ondanks het succes van veel allochtonen – dat er onomstotelijk ook is – blijft er een immens probleem bestaan in ons land. Dat vraagt om politieke oplossingen. Allochtonen zijn oververtegenwoordigd in criminaliteit en werkloosheid, en de politiek moet ervoor zorgen, dat zij daar uit komen. Niet alleen voor de samenleving, maar ook en vooral voor hen zelf.

Om in de komende kabinetsperiode tot een geslaagd integratiebeleid te komen, dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan:

Ten eerste moet de immigratie beperkt worden. Dit lijkt misschien hard, maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Het kost ons veel tijd, inspanning en geld om de huidige allochtonen in Nederland een volwaardig bestaan te laten leiden. Met een grote toestroom wordt het eenvoudigweg onmogelijk alle nieuwkomers succesvol te laten integreren, omdat daarvoor niet genoeg middelen beschikbaar zijn en het absorptievermogen van de samenleving afneemt. En niet in de laatste plaats staat de tolerantie van de bestaande samenleving, met name in de grotere steden, onder druk, juist door alle zichtbare problemen.

Een tweede voorwaarde voor een succesvol immigratiebeleid is aanpassing aan de Nederlandse kernwaarden. Nieuwkomers zullen moeten worden geschoold in deze kernwaarden. Wie de (grond)wet – immers de gestolde vorm van deze waarden – overtreedt, kan op strenge sancties rekenen. Wie volwaardig wil participeren, dient de taal van het land waar hij of zij zich bevindt, goed te kunnen spreken, verstaan, schrijven en lezen. Zonder taal geen communicatie, en zonder communicatie: sociaal en economisch isolement, met alle gevolgen van dien. Het centraal stellen van taalbeheersing is de derde basisvoorwaarde voor een geslaagd integratiebeleid.

Een laatste en zeer belangrijke voorwaarde voor het slagen van het integratiebeleid is het verminderen van de afhankelijkheid van de staat – in concreto het fors verminderen van het aantal allochtonen dat voor het inkomen afhankelijk is van een uitkering.

Op veel punten betreffende deze voorwaarden, schiet het beleid nog tekort. Als het gaat om beperking van de immigratie, moet geconstateerd worden dat momenteel het grootste gedeelte van de immigratie voortkomt uit huwelijksmigratie. Om te voorkomen dat via de huwelijksmigratie mensen naar Nederland komen die niet voldoende zijn voorbereid om deel te nemen aan onze complexe maatschappij, dienen zij alvorens naar Nederland te komen een inburgeringsexamen of -toets af te leggen. De cursussen hiervoor dienen niet, zoals wel wordt gesuggereerd, door de Nederlandse overheid te worden aangeboden. Ze zullen via particulier initiatief in het land van herkomst of vanuit Nederland vanzelf tot stand (moeten) komen. Hierdoor krijgt de persoon die naar ons land wil komen, direct zelf meer verantwoordelijkheid voor de inburgering, wat de inzet en het enthousiasme ervoor zal vergroten.

Op het punt van de Nederlandse kernwaarden blijken op sommige scholen en in sommige moskeeën zaken te worden verkondigd die hier recht tegen in druisen. Een strenger toezicht hierop is noodzakelijk. Met grondwetartikel 1 en de organieke wetten die eruit voortvloeien in de hand zal het openbaar ministerie vaker tot vervolging van extremistische en antidemocratische en -rechtsstatelijke uitlatingen van kerkelijk leiders over moeten gaan. De inspectie op het bijzonder onderwijs moet daarom worden uitgebreid, zodat wij weten wat er tijdens de godsdienstlessen gebeurt. Deze scholen ontvangen overheidssubsidie, dus is er niets mis mee dat de overheid verlangt een kijkje in de keuken te nemen. Bovendien: wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen.

Ook dient kritisch gekeken te worden naar de samenstelling van de besturen van bijzondere scholen, vooral islamitische scholen. Wetende dat islamitische scholen ook geen grote bijdrage leveren aan de integratie, dienen de oprichtings- en kwaliteitscriteria voor het bijzonder onderwijs helderder en strenger te worden gesteld. Tot slot dienen christelijke scholen een acceptatieplicht te krijgen als ouders en leerlingen verklaren de grondslag van de school te respecteren, zodat het niet alleen islamitische en openbare scholen zijn die de taak hebben deze kinderen een goede opleiding en daarmee goede kansen in de maatschappij te verschaffen. Al deze maatregelen dienen niet alleen het doel van de kennismaking en vereenzelviging met Nederlandse kernwaarden, maar uiteraard ook het bieden van kansen door een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en dan vooral het verbeteren van het taalniveau van allochtone jongeren.

Voor een succesvol integratiebeleid is het vergroten van de arbeidsparticipatie noodzakelijk. Werk emancipeert, geeft zelfvertrouwen en haalt mensen uit hun isolement. Hiertoe moet de sollicitatieplicht voor mensen met een uitkering streng worden nageleefd, moet het dossier van de WAO worden aangepakt en dient de armoedeval te verdwijnen: werk moet lonen. Deze maatregelen dienen gepaard te gaan met een gezond economisch beleid, dat voldoende werkgelegenheid genereert en waarborgt. Zolang er in Nederland nog te veel mensen aan de kant staan, is het een slecht idee om pleidooien voor arbeidsmigratie te honoreren.

Het feit dat het Nederlandse integratiebeleid grotendeels is mislukt, is een groot probleem, maar vooral een uitdaging. Hier moet de komende vier jaar een liberaal integratiebeleid tegenover worden gezet, dat gericht is op het geven van kansen aan individuen, maar dat ook niet schroomt individuen op hun verantwoordelijkheden aan te spreken en sancties op te leggen bij onverantwoordelijk gedrag. Allochtonen zijn geen zielige, zwakke mensen, maar zelfstandige en volwaardige individuen, die net als ieder ander een eigen verantwoordelijkheid hebben en net als ieder ander recht hebben op volwaardige participatie in de samenleving.

Gerrit Zalm is fractievoorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer en VVD-lijsttrekker bij de komende verkiezingen. Hij schreef dit artikel met medewerking van Anton van Schijndel, Ayaan Hirsi Ali en Stef Blok.