Justitie: aanpak van fraude faalt

De aanpak van witteboordencriminaliteit in Nederland faalt. Weinig strafzaken leiden tot veroordeling. De politie heeft de afgelopen jaren onvoldoende personeel aangetrokken voor financiële recherche. En het project `financieel rechercheren' heeft door slechte organisatie en personeelsproblemen in onvoldoende mate geleid tot het opsporen van organisatiecriminaliteit.

Dat blijkt uit twee onderzoeken van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Het eerste rapport, Het ei van Columbo, evalueert het project `financieel rechercheren', waarbij justitie sinds 1996 samen met het bedrijfsleven veel investeerde in een nieuw frauderegistratiesysteem, dat echter nauwelijks van de grond kwam.

Kennis over fraude is versnipperd over landelijke en regionale rechercheteams die onderling vrijwel geen kennis uitwisselen. Daardoor maken financiële opsporingstechnieken nog steeds geen deel uit van het reguliere recherchewerk. De oprichting van een landelijk Bureau Fraude heeft nog weinig effect gehad, zo wordt in de evaluatie vastgesteld. Daardoor is bijvoorbeeld onduidelijk hoeveel capaciteit de recherche voor fraudebestrijding moet inzetten. Bovendien stelde het bedrijfsleven, zoals creditcardondernemingen, verzekeringsmaatschappijen of banken onvoldoende interne informatie beschikbaar.

Banken schatten de omvang van financiële schade op 45 miljoen euro per jaar. Dat is veel minder dan verwacht: jaarlijks 135 miljoen euro. Het verschil komt volgens het WODC-rapport doordat creditcardmaatschappijen en kredietverstrekkers een eigen selectie maken van zaken die ze bij justitie melden. Financiële recherche-units kampen met een uittocht van deskundigen. Tussen januari 1998 en april 2001 vertrok 27 procent financiële deskundigen meer dan er kwamen. Rechercheteams kopen ook deskundigheid bij elkaar weg. Bijna de helft van het deskundig personeel bij de recherche verwacht binnen zes jaar niet meer werkzaam te zijn op het terrein van financieel rechercheren. [Vervolg FRAUDE: pagina 3]

FRAUDE

'Bedrijf zelden bestraft'

[Vervolg van pagina 1] In het tweede WODC-onderzoek wordt bepleit om witteboordencriminaliteit meer vanuit het bestuursrecht aan te pakken, door bedrijven stil te leggen of te sluiten. Op basis van onderzoek naar 41 strafzaken trekt het WODC de conclusie dat organisatiecriminaliteit zelden wordt bestraft – en indien wel, dan licht. De onderzochte dossiers betroffen onder meer beursfraude, hypotheek- en verzekeringsfraude, belastingontduiking en subsidiefraude.

Van schikkingen of transacties – in deze categorie strafzaken veel toegepast – gaat volgens het WODC nauwelijks preventieve werking uit. Bedrijven verhalen die schade op andere partijen en veelal staan de boetes niet in verhouding tot de geboekte winsten door malversaties. Wel werkt publiciteit afschrikwekkend, omdat ondernemingen of organisaties niet publiekelijk geassocieerd willen worden met criminaliteit.

Vaak is de overheid, al dan niet bewust, medeplichtig aan witteboordencriminaliteit: beleid en wetgeving lokt ontduiking uit. Zo krijgen ondernemers zó vaak te maken met nieuwe en vaak ondeskundige handhavingambtenaren dat de overheid niet meer als serieuze gesprekspartner wordt gezien. Bovendien wil de overheid zichzelf ook wel eens schuldig maken aan organisatiecriminaliteit.