Grappen tegen het vulgus

Het is oudejaarstraditie dat we Youp van 't Hek mogen aanhoren over zijn ongemak met zijn Amsterdamse grachtenpand. Als hij zegt hoe goed we het allemaal hebben, bedoelt hij hoe goed hij het zelf heeft. Eindelijk woont onze favoriete cabaretier sjiek aan de gracht, tussen de rijkste autochtonen van Nederland, en dan zijn wij van het publiek nóg ontevreden. ,,We want more'', roepen we.

Gelukkig, onze wens wordt verhoord. Vandaag krijgt Youp meer. Zijn oudejaarspreek over onze schraapzucht tegenover de misdeelden is nu al bij de Free Record Shop te krijgen op cd, €18.99 per stuk. En als we nog niet genoeg van hem hebben, kunnen we zijn andere grappen nalezen bij de Ako voor slechts 7,50 in het mandje. De opbrengst gaat naar hem, het mooiste goede doel wat er is. Dan kan hij nog meer grappen maken over ons egoïsme. Wat zullen die ,,hongernegers'' in de woestijn waar hij het over had, jaloers op hem zijn. Natuurlijk komen ze naar ons, zegt hij, en wee degene die er ook maar iets op heeft aan te merken. Ze poetsen voor Youp. Iedereen denkt tegenwoordig zomaar recht op geluk te hebben, maar dat hoort alleen Van 't Hek toe en aan al degenen die hun plekje verdedigen tegen het verwende vulgus. Youp past in dat eenstemmige koor van antropologische buitenstaander-analyses over de futiliteit van niet-linkse niet-intellectuelen wier problemen irrelevant zijn omdat ze tot een foute maatschappelijke laag behoren en de verkeerde stijl hebben. Wat klaagt en carnavalt het vulgus? Ze hebben het al zo goed. Geen behoudender plek dan onder de paleiselijke plafonds van een zeventiende-eeuws pand.

Toen Freek de Jonge de cabaretgroep Neerlands Hoop had verlaten en voor zichzelf was gaan werken, vertelde iemand mij dat hij hem had gezien bij de voordeur van een Zwitsers ski-chalet, het nog lange, blonde haar wapperend in de Alpenwind. Het verraste mij, want ik was als jonge fan zo naïef te veronderstellen dat hij daar niet aan deed. Ik dacht dat hij als ascetisch moralist in een soort studentenkamer woonde met een paraplu tegen het lekkende dak. Maar moralisme hoort juist bij de vaderlandse cultuur en je kunt er dus rijk mee worden of blijven.

En dan nam Youp van 't Hek in zijn oudejaarsavond-conference nog een loopje met zichzelf en zijn grachtenpand. Mooie term: ,,zinloze verbouwing.'' Behalve over zijn ontroerde verering van een paar nobele wilden, zoals een zwakzinnige met de naam Johannes en een Turk die luisterde naar de naam Ali, moest ik vaak lachen. Hij heeft een scherpe timing, opgebouwd door zijn jarenlange ervaring met publiek. Als kroegtijger geeft Van 't Hek zichzelf ook over aan de platte gevoelens die hij veroordeelt, hetgeen gefrons oplevert bij nette intellectuele kringen. Dus bouwt hij die preekjes in. Ter compensatie van zijn commentaren op het vrouwelijke uiterlijk. Je moet wat over hebben voor je weldenkende buren.

Het cabaretmoralisme wordt al minder. De grote voorgangers, Toon Hermans, Wim Sonneveld en Wim Kan, hadden er al geen last van. Freek de Jonge, die uitmunt in zelfverzonnen bijbelse parabels, heeft zijn domineestoon getemperd. De jongere generatie doet er niet aan. Brigitte Kaandorp, een groot comédienne, preekt nooit. Met Kerstmis sprak ze een half uur lang het publiek toe met de handen op haar blote borsten, een knap nummer. Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten: onmoralistisch amusement. Maar Lebbis en Jansen konden maandag zo nu en dan het preken niet laten. Ze waren vlotter en minder onrustig dan vorig jaar, maar ik vind ze toch minder boeiend dan de kleine opgewonden Van 't Hek. Ze zijn net als de vroege Freek de Jonge – snelle rebbelaars die nooit van tempo wisselen. Puriteins cabaret, meer op het woord dan op het gevoel. Ze lijden aan angst voor de leegte en weten niet hoe een pauze een grap op zijn plaats kan laten vallen.

Deze cabaretoogst vind ik met een paar anderen erbij – al rijk. Maar de VARA biedt iedere grappenmaker die een parochiezaaltje met zijn woorden kan vullen, een avondvullende uitzending. Meldt u zich aan, er zijn nog plekken vrij. We hebben allemaal recht op een onemanshow met twee dagen later een bestseller-cd. We want more.

    • Maarten Huygen