Goede opleiding is moderne hoofddoek

De directeur van het ROC-Amsterdam, de grootste onderwijsinstelling voor beroepsonderwijs en taallessen wil leerlingen verbieden een chador te dragen. Dat is een kledingstuk dat op een oogspleetje na het lichaam van een vrouw bedekt laat. Directeur Verlaan geeft daar een aantal argumenten voor. Het ROC leidt onder meer vrouwen op voor functies in kinderdagverblijven en dan moet je niet alleen verbaal maar ook non-verbaal kunnen communiceren. En dat lukt niet helemaal in zo'n bunker-pak.

Mijn organisatie, Milli Görüs, pleit ervoor dat haar leden niet met de rug naar de samenleving staan. Dat ze Nederlands leren, dat ze deel uitmaken van oudercommissies, buurtorganisaties. Als je dat wilt, dan moet je een bepaalde bagage meebrengen. Een zekere trots op wie je bent. Je niet schamen voor het feit dat je ouders uit één of ander dorp gekomen zijn, maar je ervan bewust zijn dat zij met hun emigratie juist de eerste stap gezet hebben op het pad dat jij verder volgt. Vooruit en niet terug. Richting moderniteit wel te verstaan. Wie een chador wil dragen (of daartoe gedwongen wordt): jullie recht, maar dan leef je wel in het verkeerde land. De moefti (de hoogste schriftgeleerde) van Marseille, Sobeir Bensheikh, heeft onlangs terecht gezegd dat de moderne hoofddoek van een jonge vrouw haar diploma en beroepservaring zijn: daarmee bewijst zij haar onafhankelijkheid en eerbaarheid.

Integratie voor een migrant in Nederland is moeilijker dan men denkt. Want je weet niet waaraan je je te confirmeren hebt, wat je moet doen, wat je moet nalaten. Integratie heeft niets te maken met in Nederland geboren te zijn of de taal te spreken: het heeft met de ziel van de taal te maken. Waarom ken ik de gedichten van Slauerhoff pas sinds kort? Het gevoel van saudade, de Portugese Weltschmerz, dat voor mij als Turks-Koerdische Nederlander zo onbegrijpelijk universeel overkomt? Was het niet belangrijk genoeg om mij daar deelgenoot van te maken? Of zijn Nederlanders bang voor smetvrees voor je eigen taal, zoals columnist en schrijver Stephan Sanders het ooit uitdrukte: altijd overschakelen op een andere taal als je vermoedt dat iemand probeert Nederlands te spreken.

Integratie is niet het probleem van trots op je eigen cultuur, maar een probleem van het gebrek aan trots daarop. Nederlanders die hun taal versjacheren. De kwaliteit van hun kaas als een natuurfenomeen beschouwen en niet als een resultaat van generaties lang hard werken. Hun deltawerken zien als iets dat vooral geld gekost heeft. Ik ben als migrant trots dat ik woon in een land waar Smit-Tak als bergingsbedrijf de Koersk-onderzeeër geborgen heeft, geholpen heeft de milieuramp van de Prestige voor de kust van Spanje te beperken. Ik zie de Nederlandse vrienden van mijn oudste zoon de muziek en dansvoorkeuren van hem overnemen en omgekeerd. Ik ken het gevoel van Lodewijk van Deyssel, ook weer zo'n Nederlandse dichter: liever heimwee naar Holland dan Holland, maar waarom heb ik dan altijd heimwee naar Nederland als ik in Turkije ben? Wegens de vrijheid, ook en juist die van religie, die verankerd is in een democratische traditie.

Wat mevrouw Verlaan heeft gedaan, is een daad van moed. Nee zeggen tegen onderdrukken van vrouwen, maar dan op een manier die functioneel is. Kiezen voor de maatschappij op een manier die ruimte laat aan persoonlijke ontwikkeling.

Haci Karacaer is directeur van de moskee-organisatie Milli Görüs.

    • Haci Karacaer