Een Zeeuw geeft geen land weg

Rijkswaterstaat legt in de Westerschelde bij het buitendijkse gebied het Schor en Slik van Waarde twee kribben aan om nieuw land te laten aanslibben. Het is de eerste compensatie voor de verruiming van de vaargeul.

,,De bescherming van het Schor en Slik van Waarde is het eerste buitendijkse project in de Westerschelde dat Rijkswaterstaat uitvoert. Groot is het niet, maar het is een begin'', zegt Jaap Consemulder van het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) in Middelburg. Het RIKZ heeft Rijkswaterstaat geadviseerd bij de aanleg van natuurcompensatieprojecten in de Westerschelde.

In 1995 heeft Nederland ingestemd met verdieping van de vaargeul in de Westerschelde. Daar drong Vlaanderen op aan omdat de Westerschelde daarmee bevaarbaar werd voor diepere schepen. Door verdieping van de vaargeul neemt de stroomsnelheid van de zeearm toe, waardoor het gebied als natuurgebied aan waarde inboet.

De hoogwatergolf, die bij vloed aanzwelt, is nu gemiddeld krachtiger, waardoor meer oppervlak onder water komt te staan. Ook kalft er sneller land af. Nederland heeft zich verplicht om deze verloren natuur te compenseren door de aanleg en verbetering van natuurgebieden. Het budget daarvoor is 30 miljoen euro. Daarvan betaalt Vlaanderen 20 miljoen en 10 miljoen euro komt uit Nederland.

De afgelopen jaren is veel kritiek geuit op het natuurcompensatieprogramma. Het programma zou weinig tegemoet komen aan de werkelijke schade die verruiming van de vaargeul met zich meebrengt. De Europese Commissie stelde Nederland in gebreke bij het Natuurcompensatieprogramma van de Westerschelde, omdat het niet voldoet aan de eisen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn.

Een van de eerste inititatieven die Rijkswaterstaat ontplooide was het voorstellen van `ontpoldering' van stukken ingedijkt land langs de Westerschelde. Door de dijken door te steken zou er weer extra land aan het stroomgebied van de zeearm toegevoegd worden. Goed voor de natuur en goed voor het stroomgedrag van de rivier. Consemulder: ,,Eigenlijk is de Westerschelde in de loop van de jaren te sterk ingedamd. De hoogwatergolf die nu bij vloed binnenkomt is te krachtig. Hij beschadigt de schorren. Je krijgt afkalving. Door te ontpolderen krijg je extra ruimte voor dat water. Daardoor tempert die hoogwatergolf en krijgt je minder beschadigingen. Ontpoldering is niet alleen goed voor de natuur, maar ook voor het evenwicht in de waterhuishouding in de Westerschelde.''

Maar ontpoldering stuitte van meet af aan op groot verzet bij de Zeeuwen. Niet alleen is het doorsteken van dijken taboe sinds de watersnoodramp in 1953, men vindt het ook verspilling van geld: goed land weggeven aan de zee – dat is voor Zeeuwen onbespreekbaar. Bovendien leven de mensen nog die zelf als dijkwerker hebben meegeholpen bij het indijken van de polders. In emotionele statenvergaderingen bliezen de provincie en de Kamer tenslotte het idee van ontpoldering af.

Geen ontpoldering dus, maar wat dan? Sinds 1998 zijn drie buitendijkse projecten bedacht: de veerhavens van Kruiningen en Perkpolder en het Schor en Slik van Waarde. Daarnaast zijn er suggesties voor kwaliteitsverbetering en de inrichting van de oevergebieden van de Westerschelde en enkele binnendijkse projecten. Met kwelbuizen naar de Westerschelde zouden enkele polders weer zout of op zijn minst zilt gemaakt kunnen worden, waardoor de natuur interessanter wordt. Tevens wordt onderzocht of de herstructureringsplannen van krekengebied Het Zwin op de grens van Nederland en België mogelijkheden bieden om ze in te brengen bij het natuurcompensatieprogramma.

Inmiddels is begonnen met de aanleg van de twee kribben in het Schor en Slik bij Waarde. Zonder de kribben zou dit buitendijkse land geleidelijk in de Westerschelde verdwijnen. Het kalft nu al behoorlijk af. Uit berekeningen blijkt dat met de kribben deze afkalving een halt wordt toegeroepen, sterker nog: er zou weer nieuw land aanslibben. En uitbreiding van buitendijks land is goed voor waddieren, vooral voor vogels.

Maar het Schor van Waarde is niet alleen een natuurgebied. Ook heeft het grote cultuurhistorische waarde. Want tussen de twee nieuwe kribben liggen restanten van het verdronken dorp Valkenisse. De resten daarvan zijn bijzonder mooi bewaard gebleven. Daarom werd het verdronken dorp Valkenisse in 2000 uitgeroepen tot archeologisch monument.

Valkenisse op Zuid-Beveland werd in 1233 gesticht door een adellijke familie uit Vlaanderen die ook een kasteel bouwde. Maar vanaf 1431 overstroomde het gebied rond Valkenisse geregeld. Bij de Sint Felixvloed in 1530 werden al delen door het water verzwolgen. In 1570, tijdens de Allerheiligenvloed, kwam Valkenisse aan de uiterste oostrand van Zuid-Beverland te liggen. Een nieuwe dijk werd opgeworpen, maar een volgende stormvloed, in 1682, was fataal. Het dorp verdween definitief in de golven. Veel spoelde weg, de funderingen werden onder nieuwe lagen klei bedekt.

Maar door de aanleg van de Deltawerken veranderde de getijdenwerking en het slik gaf zijn geheimen prijs. Tweemaal per etmaal zijn de resten van huizen, een vliedberg, putten, het kasteel en de kerkfundering met graven te zien. Door de versnelde afkalving dreigt nu dit cultuurhistorische monument definitief te verdwijnen.

Daarom is, zegt Consemulder van het RIKZ, de aanleg van de kribben niet alleen goed voor de natuur: ,,De archeologen zijn er ook blij mee.'' Door aanslibbing verdwijnen de restanten van het dorp weer onder nieuwe laag conserverend slik. Archeologen hebben het dorp inmiddels in kaart gebracht voor het nageslacht.

Als natuurcompensatieproject stelt het Schor van Waarde niet veel voor. De aanleg van de kribben kost 2 miljoen euro, terwijl het budget voor het programma 30 miljoen bedraagt. Consemuller: ,,Of het echt mogelijk is om de verdieping van de Westerschelde volledig te compenseren zonder ontpoldering valt te betwijfelen. Maar dit project is in ieder geval een begin.''