Economie, maar de rector heeft nog geen computer

Het academisch leven op de Universiteit van Kabul is afgelopen jaar weer opgebloeid. Maar professor Yadgazi heeft dringend economieboeken nodig en een computer.

Professor P. Yadgazi, een vriendelijke man met grijze haren en een grijs baardje, is rector van de economische faculteit van de Universiteit van Kabul. Tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig werd de campus beschoten, was de universiteit lange tijd gesloten en moesten Yadgazi en zijn studenten verschillende keren op zoek naar veiliger studiegelegenheden.

Onder de Talibaan kregen Yadgazi en zijn collega's vijf maanden geen salaris uitbetaald. Om in hun levensonderhoud te voorzien moesten zij 's middags na afloop van de economiecollege's hun kennis in de praktijk brengen door groente te verkopen op de markt.

Toch heeft professor Yadgazi in al de voorbije jaren van oorlog en onderdrukking nooit overwogen Afghanistan de rug toe te keren. Onlangs is hij in Kairo geweest en aansluitend in Duitsland, voor het volgen van seminars en het bezoeken van kennissen. Voor dergelijke studietrips is hij best te porren. Maar Afghanistan voorgoed verlaten, is nooit bij hem opgekomen. ,,Ik wil me inzetten voor Afghanistan. Ik hou van mijn land en mijn volk, daarom ben ik gebleven'', zegt hij.

Na de verdrijving van de Talibaan en de vestiging van de nieuwe overgangsregering is afgelopen jaar ook het academisch leven op de Universiteit van Kabul weer tot bloei gekomen. Professor Yadgazi (58) is blij dat er weer meisjes mogen rondlopen op de campus en dat zijn vrouwelijke collega's weer les mogen geven. Dat was onder de Talibaan verboden. Nu staan ongeveer 1.600 meisjes ingeschreven, op een totaal van 8.000 studenten aan de universiteit. De economische faculteit telt 630 stundenten, onder wie 25 vrouwen.

Maar wat kan professor Yadgazi zijn economiestudenten nu leren in een land dat totaal is verwoest, en waar industriële activiteit ontbreekt? ,,Kennis", antwoordt de hoogleraar resoluut. ,,Geld is geld. Handel is handel. Productie is productie. Management is management. En natuurlijk is er wel sprake van economie in ons land. Wat ziet u als u op straat om u heen kijkt? Overal zijn mensen bezig, met winkeltjes, met straathandel, met het opnieuw opbouwen van hun huizen. Pas als er geen mensen meer zijn, houdt de economie op te bestaan.''

Het bijbrengen van economische beginselen ziet professor Yadgazi als zijn levenswerk. In politiek is hij niet geïnteresseerd, nooit geweest, zegt hij. Yadgazi studeerde in 1975 af aan de universiteit van Kiev. Een beurs voor een buitenlandse studie in de Sovjet-Unie lag in die jaren het meest voor de hand. ,,Ik ben nooit communist geweest. De Sovjet-Unie heeft Afghanistan haar systeem nooit kunnen opleggen. Wij hebben ons eigen Afghaanse systeem en het Afghaanse systeem is wat je hier ziet. Met een overheidssector en een particuliere sector.''

De economiefaculteit telt vier studierichtingen: macro-economie, bedrijfsleven, financiën en monetaire economie, en statistiek en computertechnologie. Dat laatste vak is vooralsnog louter theoretisch, tekent professor Yadgazi onmiddellijk aan. ,,Een computer hebben we niet.''

Dat is niet het enige waar het de economiefaculteit aan ontbreekt. De hoogleraar leidt ons in de namiddag door de verlaten gangen van het faculteitsgebouw naar de bibliotheek. Daar staan vijf stellingkasten van ieder ongeveer vier meter lang, met overwegend sterk verouderde boeken, de meesten in het Duits en het Engels. De meeste boeken in het Dari, de taal waarin wordt gedoceerd, zijn in de loop der jaren uit de universiteitsbibliotheek verdwenen. Het onderwijzend personeel heeft zelf sylabussen samengesteld in het Dari waarin de te behandelen stof is samengevat. ,,We hebben dringend behoefte aan moderne tekstboeken. Alle hulp uit het buitenland is welkom'', zegt professor Yadgazi.

Dat is een constatering en geen klacht uit de mond van de hoogleraar. ,,We hebben een nieuwe regering, er komt hulp uit vele landen, en ons land en ook deze universiteit worden met de dag sterker. Natuurlijk ben ik optimistisch. Als ik niet langer optimistisch zou zijn, zou ik sterven.''

    • Wim Brummelman