Banken in zwaar weer

Het was een slecht jaar voor de Europese banken, maar gelukkig ook weer niet zo heel slecht. Geen enkele beursgenoteerde bank viel om, hoewel twee Duitse banken, Schmidt Bank en Bankgesellschaft Berlin, op de rand van de afgrond stonden. Het komende jaar kon wel eens erger worden. Als de economie blijft verslechteren, is het zelfs denkbaar dat een grote Europese bank gered moet worden.

Hoe is dat zo gekomen? Een deel van de schuld ligt bij de dalende markten. Kapitaalwinsten op vroegere beleggingen zijn daardoor in rook opgegaan. Nu de banken extra kapitaal nodig hebben,is de provisiekast leeg. Daar bovenop komt de toestand van de economie. Lagere winsten, grote verliezen en oninbare vorderingen zorgen ervoor dat de kapitaalbasis van de banken wordt aangetast, in een aantal gevallen zelfs tot een absoluut minimum. De Duitse banken HVB en Commerzbank hebben bijvoorbeeld kapitaalreserves van respectievelijk slechts 4 en 5,4 procent en het Italiaanse Capitalia, de voormalige Banca di Roma, doet het niet veel beter met zo'n 5,5 procent. Als de zaken niet snel verbeteren, dreigen ook de laatste reserves te verdwijnen.

Het nieuwe management, hoe dynamisch ook, kan Capitalia niet bevrijden van zijn rampzalige verleden als kredietverlener. De oninbare vorderingen bedragen 115 procent van de 7 miljard euro aan aandelenkapitaal en dan is een op 1,2 miljard euro geraamd risico met betrekking tot Fiat nog niet eens meegerekend, evenmin als zo'n 2 miljard euro aan giftige restanten op de balans die het gevolg zijn van het veiligstellen van oude niet-renderende leningen. Als je verder bedenkt dat de bedrijfsfaillissementen in Noord-Italië toenemen en dat Capitalia zelfs in goede jaren moeite heeft winst te maken, ziet de toekomst er beroerd uit.

Toch is de situatie in Duitsland nog grimmiger. Beleggers hebben de hoop opgegeven dat consolidatie een uitweg is voor Commerzbank en HVB. In theorie kunnen beide banken beleggers om nieuw geld vragen voor het oplappen van hun haveloze balansen. Dat hebben ze al eerder gedaan: tussen 1980 en 1997 kwamen ze gezamenlijk op 26 claimemissies. Maar zelfs als de aandeelhouders bereid zouden zijn over de brug te komen, kunnen de banken waarschijnlijk niet genoeg kapitaal binnenbrengen om in hun behoeften te voorzien. Tegen een korting van 25 procent ten opzichte van zijn toch al lage koers kan HVB hooguit 2,3 miljard euro ophalen, wat een druppel op een gloeiende plaat is vergeleken met het geschatte tekort van 7 miljard euro.

Dit alles betekent niet dat een van deze banken in 2003 in gebreke zal blijven. Belangenverkopen vormen een mogelijke ontsnappingsroute en lokale banken zouden waarschijnlijk te hulp schieten als een grote bank niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Maar de zwakste Europese banken hebben wel heel weinig manoeuvreerruimte. De laatste keer dat in Europa sprake was van een nationale bankcrisis was begin jaren negentig in Scandinavië. Die crisis was zo omvangrijk dat de overheden uiteindelijk moesten ingrijpen, waarbij alleen al de Zweedse reddingsoperatie 4 procent van het bruto binnenlands product kostte. De EU-landen hebben nu op hun begrotingen geen enkele ruimte voor noodlijdende banken. Beleggers zijn bang dat de concurrenten van dit aangeschoten wild nu de honneurs mogen waarnemen. Goed in het kapitaal zittende banken als het Italiaanse Unicredito en Deutsche Bank zijn niet de enigen die hopen op een herstel van de economie in 2003.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.

    • John Paul Rathbone