Stripheld Nero verlaat Vlaanderen

Echte stripfanaten zullen bijna in zwijm vallen wanneer ze De Standaard van vandaag onder ogen krijgen. Het Vlaamse dagblad illustreert al zijn nieuws met striptekeningen van Marc Sleen. Als eerbetoon. Na ruim vijftig jaar verscheen vanmorgen de laatste aflevering van de dagelijkse Avonturen van Nero & Co in de krant. In de strips over de sullige doch sympathieke Nero, zijn geniale zoon Adhemar, de pijprokende Madam Pheip, Petoetje en Petatje en al die anderen zat vaak iets over de Vlaamse, Belgische of internationale actualiteit. Het droeg bij aan de enorme populariteit van Sleens stripverhalen. Menig Belgisch politicus kwam in de strip even langs bij de frietkraam van Jan Spier. Ook wielrenner Eddy Merckx figureerde nogal eens in Nero's avonturen.

Gisteren kreeg Marc Sleen in het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal – beter bekend als het Brusselse stripmuseum – tussen vele camera's als eerbetoon twee postzegels waarop Nero, Adhemar en de tekenaar zelf zijn afgebeeld. Het was op de dag af Sleens tachtigste verjaardag. De leeftijd is voor hem de belangrijkste reden na ruim een halve eeuw te stoppen.

De in Gent geboren Marcel Neels, zoals zijn echte naam luidt, geldt als de meest Vlaamse onder de grote klassieke Belgische striptekenaars. Zijn strips waren daarom moeilijker in andere landen uit te geven dan bijvoorbeeld de wereldberoemde Kuifje van Hergé. Medewerker Willem de Graeve van het Brusselse Stripmuseum zegt: ,,Wat Sleen verbindt met Willy Vandersteen van Suske en Wiske is het familieleven in zijn verhalen. Dat is typisch Vlaams.'' De strips over Nero bevatten naast Engels getint absurdisme, soms Vlaams dialect en vaak een vleugje Belgisch surrealisme. Ruimte en tijd vormen geen beperking, hoofden van figuren worden soms afgeschroefd, en er wordt in de strip rustig van Griekenland naar Spanje geroeid.

Na de Tweede Wereldoorlog begon Sleen, die een Duits concentratiekamp overleefde, als politiek tekenaar en illustrator bij De Standaard. Nero zag in 1947 het levenslicht als een zot met laurierblaadjes boven de oren als een subtiele verwijzing naar de Romeinse keizer. Aanvankelijk was Detective Van Zwam de hoofdfiguur, maar de lezers vonden Nero volgens Sleen veel sympathieker.

Een paar jaar geleden werd Sleen, die ook tv-documentaires over dieren in Afrika maakte, in de adelstand verheven. Hij haalde het Guinnes Book of Records, omdat hij als eenling de meeste verhalen over één stripheld tekende. Sleen maakte elke dag twee stroken. Vandaag is verhaal 217 afgesloten, waarbij zoals altijd Vlaamse wafelbakken op tafel komen.

Deze zomer werd Sleen in een enquête onder lezers van De Standaard gekozen als nummer 64 op de lijst van de honderd `geweldigste Vlamingen' aller tijden, die wordt aangevoerd door de schilder Rubens. Verwonderlijk is dat niet. Sleens strip over Nero's avonturen laat zich bijna lezen als een overzicht van het naoorlogse politieke en sociale leven in Vlaanderen en België. Zanger Urbanus zong hem gisteren op de Vlaamse tv toe als het ,,allergrootste stripfenomeen''. Marc Sleen is niet meer te vermurwen. ,,Ik krijg nogal wat brieven van mensen die me smeken niet te stoppen, maar men kan toch niet tot in het graf blijven tekenen.''

    • Hans Buddingh'