Het goede en het slechte

Alleen de deugd, schreef de Spaanse jezuïet Baltasar Gracián in 1647, heeft aan zichzelf genoeg. Zij bewerkstelligt dat een mens tijdens zijn leven wordt bemind en na zijn dood wordt herinnerd. ,,De deugd is het enige dat telt, het overige onzin'', aldus Gracián in zijn Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid. De deugd als voortdurende gezindheid het goede te doen en het slechte te laten heeft het in de internationale politiek zelden ver geschopt. Als retorisch instrument van politici die zeggen het beste te bedoelen is de deugd populair. Maar hun handelen laat vaak het tegenovergestelde zien, want zo werkt het nu eenmaal in de politiek: wie het land bestuurt, krijgt vuile handen. Wat deugde internationaal in 2002, het jaar van de oorlog in Afghanistan, de oorlog tegen het terrorisme en de naderende oorlog in Irak? Twee oorlogen en een dreiging ervan – met de Verenigde Staten, de enig overgebleven militaire supermacht in de wereld, in de hoofdrol.

De aanslagen van 11 september 2001 rechtvaardigden een tegenactie. Als aan een staat een vorm van oorlogvoeren is toegestaan, dan is het die uit zelfverdediging tegen een feitelijke bedreiging. In die zin deugde het Amerikaanse optreden in Afghanistan tegen de Talibaan en Al-Qaeda, de terreurorganisatie van Osama bin Laden die in Afghanistan onderdak vond. De situatie is nog lang niet genormaliseerd, maar het Talibaan-bewind is verdreven en in Kabul is sprake van de rust die nodig is voor wederopbouw.

Maar Al-Qaeda is niet vernietigd, een van de doelen die de VS zich hadden gesteld. En Osama leeft waarschijnlijk nog; het doel van zijn uitschakeling is ook niet gehaald. De oorlog tegen het terrorisme lijkt op het tweede plan gekomen nu die in retoriek en feitelijke opbouw allang is overtroffen door een mogelijk militair optreden tegen het Irak van Saddam Hussein. Dat de Amerikanen zwijgen over hun niet-gehaalde doelen in de strijd tegen het terrorisme deugt niet. Ergens dit jaar is het brandpunt verschoven en is besloten dat Irak de VS bedreigt met massavernietigingswapens, hoewel Washington daarvan nog geen bewijzen heeft aangedragen. Ook dat deugt niet.

Zozeer als het deugt dat terreur en agressief moslimfundamentalisme worden bestreden, zo weinig deugt het dat het westen zich niet wezenlijk verdiept in de oorzaken ervan. Analyse en remedies kunnen niet van één kant komen; de gematigden in de islamitische wereld dienen zich net zo goed af te vragen wat er is misgegaan en of al aan een begin van een oplossing kan worden gedacht. Door het allesoverheersende thema van een mogelijke oorlog tegen Irak hebben de VS zichzelf en hun partners in de strijd tegen het terrorisme in zekere zin gegijzeld. Dat is er de reden van dat de dieperliggende thema's en vragen voorlopig wel onbehandeld en onbeantwoord zullen blijven.

Wat zonder meer als een overwinning van de deugd geldt, is dat de VS dit jaar afstapten van hun voornemen Irak eenzijdig aan te pakken. Na ampel beraad besloot president George W. Bush de route via de Verenigde Naties te volgen. Een Amerikaans unilateraal en preventief optreden zou de VN in een crisis hebben gestort en een precedent zonder weerga hebben geschapen. Dat Washington de diplomatie inschakelde en nu de multilaterale weg bewandelt, lijkt geruststellend. Maar daarmee is de oorlogsdreiging niet weggenomen. Ook is niet gezegd dat een oorlog tegen Irak zou deugen, mocht die er onverhoopt en met instemming van de VN komen. De politieke, economische en humanitaire gevolgen daarvan kunnen zó groot zijn – ter plaatse en wereldwijd – dat een afweging snel is gemaakt. Zo'n oorlog deugt niet, is althans ongewenst. Tegelijk is duidelijk dat Amerika als supermacht het niet bij dreigen kan laten als Saddam geen vergaande concessies doet. Acties zullen volgen, maar de prangende vraag blijft: deugen de motieven ervoor?

De hoop is gevestigd op de instituties. Op de VN, de kwetsbare volkerenorganisatie met haar goede bedoelingen en geringe macht. En op de NAVO en de Europese Unie, twee wankelmoedige reuzen die groeien, maar standvastigheid missen. Zij zijn het die tegenwicht aan de VS kunnen bieden. Het is behelpen, maar van de deugdzaamheid van deze instellingen zal de wereld het in 2003 moeten hebben.