Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politiek

JOODS COMMUNISME

Een historicus moet zich altijd tegen iets afzetten en beter nog een taboe doorbreken. Alleen dient er dan wel een taboe te bestaan. De kwestie die André Gerrits (W&O, 21 dec.) tot taboe bestempelt, betreft het aandeel van joden in en na de Russische revolutie van 1917 en in de communistische regimes van Oost-Europa. Volgens Gerrits is nooit eerlijk geschreven over de soms kwalijke rol van joodse communisten, omdat dit niet paste in het schema van joden als slachtoffers van antisemitisme en massamoord.

Gelukkig zijn er jonge onbelaste historici aangetreden, gingen de archieven open, en wordt er voor het eerst over geschreven, zo stelt Gerrits. Een willekeurige greep in de boekenkast laat zien dat dit een valse voorstelling van zaken is. In 1961, bijvoorbeeld, ruim voor die archieven opengingen, schreef Leonard Schapiro, allerminst een obscure zonderling maar een vooraanstaand Ruslandkundige, in een artikel geheel gewijd aan de joden in de Russische revolutionaire beweging: `Er waren erg veel joden in de lagere echelons van de partijmachinerie – met name in de Tsjeka en haar opvolgers. (...) De meest op de voorgrond tredende, kleurrijke figuur na Lenin was Trotski, in Petersburg was de meest opvallende en gehaatte figuur Zinovjev. (...) Iemand die het ongeluk had in de handen te vallen van de Tsjeka had de meeste kans verhoord en zelfs doodgeschoten te worden door een joodse Tsjekist.'

In Nederland schreef Jacques de Kadt, in een brochure uit 1952 `Pogrom, Praag, Moskou' dat het antisemitische karakter van de showprocessen tegen joodse communistische leiders buiten kijf stond. Maar hij vond `overigens iedere sympathie voor het gespuis dat in Praag veroordeeld en gehangen werd, misplaatst'.

Zelf heb ik (nota bene in een bundel die onder redactie stond van Gerrits) een artikel gepubliceerd gebaseerd op onderzoek van talrijke joodse en niet-joodse historici naar de relatie tussen joden en communisme. Daarin staat precies beschreven dat joden op prominente plaatsen zaten binnen de Russische communistische partij en meedogenloos optraden tegen andersdenkenden, inclusief hun geloofsgenoten.

Toch schrijft Gerrits: `De historische relatie tussen joden en communisme is blijkbaar zo controversieel dat vrijwel geen enkele historicus er zijn vingers aan heeft willen branden.' In zijn stuk schrijft hij `historici' allerlei opvattingen en ontkenningen toe, zonder te preciseren wie zij zijn en waar zij hun beweringen doen. Hoewel Gerritsen `de mythe van het joodse communisme een bijzondere versie van de vermeende internationale joodse samenzwering' noemt, vindt hij tegelijkertijd dat `historici op zoek moeten naar de kern van de waarheid in de anti-joodse mythe van het joodse communisme'. En wat zouden zulke historici dan vinden? Dat zij die zeggen dat het communisme een internationale joodse samenzwering was, (om Russen en andere volken te onderwerpen), wel een beetje gelijk hebben? Of bedoelt hij dat niet? En bedoelt hij dat joden inderdaad disproportioneel in de communistische partijen en de geheime diensten van die partijen waren vertegenwoordigd? Maar dat is uitvoerig gedocumenteerd en verklaard.

Het artikel van Gerrits is een staaltje geschiedsvervalsing. Er was helemaal geen taboe om de negatieve rol van joodse communisten te beschrijven. Er wordt door Gerrits een nieuwe mythe geschapen. De mythe van verzwijgen.