Tsjakkaa!

Is het moeilijk om een underdog te creëren? Ach, als de massamedia meewerken, dan is het te doen. Kijk naar Emile Ratelband, kandidaat-lijsttrekker van Leefbaar Nederland.

Als entertainer en `powertherapeut' vond ik Ratelband een oppervlakkige, irritante, onoprechte blaaskaak. Maar nu is hij politus. Tot mijn verbazing wordt hij in de pers echter nog steeds behandeld als een clown. Nu is Ratelband natuurlijk een man die daar als het ware om smeekt, maar dat zou een extra reden moeten zijn om het niet te doen. Sinds Ratelband kandidaat-lijsttrekker is moet hij mijns inziens in de pers worden behandeld zoals alle andere politici. Vraag hem naar zijn politieke opvattingen, schrijf die zakelijk op en geef er inhoudelijk commentaar op. Maar dat is niet wat er gebeurt.

Toen Pim Fortuyn de politieke arena betrad, werd hij in de pers nauwelijks serieus genomen. Niet alleen columnisten en commentatoren, ook verslaggevers voelden zich vrij om hem op een makkelijke manier af te serveren. Fortuyn werd neergezet als een ,,fascistische relnicht'', als ,,kale homo'', als ,,polder-Mussolini'' – nou ja, de kwalificaties zijn bekend. Op Fortuyn was het vrij schieten en zijn politieke tegenstanders deden al snel mee. Zo noemde Frits Bolkestein hem ,,de Sjors van de Rebellenclub'', ,,de man die belletje trekt'' en ,,de Emile Ratelband van de Nederlandse politiek''. Ik heb hier al eerder over geschreven: je krijgt even de lachers op je hand met dit soort typeringen, maar uiteindelijk keren ze zich tegen je. Je wint geen stemmen door iemand de hand te weigeren, maar door hem te schudden. Mensen hebben nu eenmaal een aangeboren sympathie voor de underdog, voor David die het opneemt tegen Goliath, voor de politieke splinter tegen de gevestigde orde.

Begin vorige week stond in deze krant, bij het stuk waarin Ratelband voor het eerst als politicus aan het woord werd gelaten, een foto waarop hij als een absolute malloot stond afgebeeld. Hij heeft zijn mond halfopen, zijn onderkaak steekt naar voren, alleen zijn ondertanden zijn te zien, samen met een batterij onderkinnen. In de inleidende tekst stond: ,,Een clown heeft ook een serieus gezicht.'' Nou is van ieder mens een buitengewoon ongunstige foto te maken, maar bij politici is het zéér ongebruikelijk om die zo prominent in een krant te plaatsen.

Op een persconferentie zei Ratelband: ,,Ik kan meer dan tsjakkaa zeggen.'' En J. Jetten, de partijvoorzitter van Leefbaar Nederland, zei: ,,Ratelband heeft het imago van een tsjakka-clown. Ik heb de aanwezigen voorgehouden dat zij eerst eens met hem moesten praten. Want hij voegt iets toe.'' Maar ja, Ratelband roept al zo lang tsjakkaa, en zo hard en zo vaak, dat de verleiding té groot was. En dus lazen we de afgelopen week in diverse dagbladen en tijdschriften over de ,,Lijst Tsjakka'', over ,,de tsjakka-Fortuyn'', ,,Emile – Tsjakka! – Ratelband'', ,,de koning van (de) Tsjakkaa'', ,,Mr Tsjakkaa!'', ,,Emile Tsjakkaa'', over ,,het Tsjakkaa-fenomeen'', over ,,die meneer Tsjakka'' en over ,,de Tsjakkaa-man''. En wat zei demissionair minister-president Balkenende, toen hem tijdens de NAVO-top in Praag werd gevraagd om te reageren op het nieuws over Ratelband? Hij beperkte zijn commentaar tot één woord, namelijk: ,,Tsjakka!''

Het is zeer de vraag of dit verstandig is. Ratelband trekt nu nog nauwelijks publiek. Als politicus in spe trad hij laatst op voor nog geen 25 man. Maar hoe arroganter en onwellevender hij wordt bejegend, hoe meer mensen zullen vinden dat hij niet écht een kans krijgt en hoe meer mensen op hem zullen stemmen.

Overigens werd Ratelband twee weken geleden door Youp van 't Hek in zijn zaterdagse column afgeserveerd als ,,de sneue tsjakkagoeroe'' en ,,de geflipte Arnhemse poffertjesbakker''. Nou horen dit soort typeringen een beetje bij columns en zéker bij die van Van 't Hek, maar het lijkt inmiddels bij velen te zijn weggezakt dat niet Ratelband maar Youp van 't Hek de bedenker is van de uitroep tsjakka. Van 't Hek gebruikte dit woord naar eigen zeggen sinds 1986 in zijn shows. Ratelband nam het over om Van 't Hek een hak te zetten. ,,Vanaf het moment dat die meneer het gebruikte heb ik het nooit meer gezegd'', verklaarde Van 't Hek een paar jaar geleden. Tot tien dagen geleden dan.

(sanders@nrc.nl)