Jan Peter en de Schlemmerclub

Het succes van Jan Peter Balkenende is geen toeval. Er is jaren van hard denken en praten aan voorafgegaan. Dat gebeurde in een Haags café-restaurant, met biefstuk of een visje. Al jaren geleden klonk het daar: `We moeten er voor zorgen dat we beste zijn.'

Zaterdag 29 september 2001 om elf uur 's avonds staat Jan Peter Balkenende, CDA-fractielid, met Ab Klink, directeur van het Wetenschappelijk Instituut en NOS-verslaggever Ferry Mingelen op de parkeerplaats achter het CDA-bureau in de Haagse binnenstad. Jaap de Hoop Scheffer heeft net in een persconferentie zijn vertrek als lijsttrekker aangekondigd. De twee dagen eerder afgetreden voorzitter Marnix van Rij twijfelt nog of hij zich kandidaat zal stellen voor het lijsttrekkerschap. Zijn kansen zijn gering.

Het regent. Balkenende en Klink staan onder hun paraplu. Achter hen loopt Van Rij door een haag van camera's. ,,Hoe moet het nu verder'', vraagt Mingelen, ,,Wie moet het nu gaan doen?'' Klink knikt naar Balkenende. ,,Wat vind je van hém eigenlijk?'' ,,Ik zei het als een halve grap'', zegt Klink later. ,,Ik was nog lang niet gewend aan het idee dat we Jaap niet meer hadden.'' Balkenende reageert gelaten. Hij lacht maar ontkent niet. ,,Moet je dat wel doen?'' vraagt Mingelen ongelovig.

De volgende ochtend zegt Ab Klink in het televisieprogramma Buitenhof dat Balkenende een mogelijke lijsttrekker is. ,,Ik vind Jan Peter Balkenende, die nu vice-fractievoorzitter is, een buitengewoon geschikt persoon'', zegt hij. Het district Limburg valt hem bij. Klink bekijkt via teletekst de stemming onder de districten. ,,Ik zag de steun voor Jan Peter zich aftekenen: Zeeland, Zuid-Holland, Overijssel, Gelderland.''

Maandagochtend 1 oktober zegt Balkenende om tien uur 's morgens tijdens de wekelijkse vergadering van het fractiebestuur: ,,Jongens het gedonder is genoeg geweest.'' De vraag wie de nieuwe lijsttrekker moet worden, is niet eens aan de orde. ,,Dan gá ik er ook voor'', zegt Balkenende. ,,Die verantwoordelijkheid neem ik.''

,,Jan Peter is een Hoffnungsträger'', zegt Ab Klink. ,,Hij straalt hoop, rust en vertrouwen uit. De Vlaamse premier Guy Verhofstadt was er ook één. Als je dat bent, kun je niet gauw meer stuk.''

Maria van der Hoeven neemt het besluit zich toch niet kandidaat te stellen, al heeft ze dat wel overwogen. De fractie stemt unaniem in met het lijsttrekkerschap van Balkenende. ,,Het christen-democratische uitgangspunt ís gewoon Jan Peter'', zegt fractielid Maxime Verhagen later.

,,Jan Peter staat in een traditie'', zegt fractielid Hans Hillen tijdens de vergadering. ,,Een politiek leider komt bij het CDA uit de Tweede Kamer.'' Zelf treedt hij af als fractiesecretaris, omdat hij het niet eens is met de manier waarop De Hoop Scheffer is afgezet. Later zegt Hillen: ,,Was hij die ochtend niet gekozen, dan was dat een motie van wantrouwen over zijn fractieleiderschap.'' Hij noemt Balkenende ,,hard''. ,,Dat is zijn sterke kant. Hij zet anderen opzij voor zijn eigenbelang. Als je premier van Nederland bent, hoor je hard te zijn. Een leider interesseert anderen geen bal.''

In zijn boek Duizend dagen in de landspolitiek schrijft Marnix van Rij: ,,Een zeer betrouwbare bron weet mij te melden dat Jan Peter Balkenende op 11 september de oplossing Jaap op nummer één, Marnix op drie heeft geblokkeerd.''

Die avond vergadert het partijbestuur weer, nu in De Witte Bergen in Hilversum. Er is sprake van een impasse. De fractie heeft weliswaar Balkenende aangewezen, maar het bestuur en een aantal afdelingsvoorzitters kiezen het Brabantse gedeputeerde statenlid Pieter van Geel en het partijbureau geeft de voorkeur aan Van Rij. Hans Hillen zit thuis. Op de leuning van zijn stoel ligt zijn mobiele telefoon. ,,Het moest Jan Peter worden'', zegt hij later. ,,Van Geel afficheerde zich als links, terwijl de partij een beweging naar rechts maakte.''

Met zijn vaste telefoon belt Hillen de twijfelende districtsbaronnen van Friesland en Drenthe. Met zijn mobiele telefoon sms-t hij politiek adviseur Jack de Vries, die ook aanwezig is in Hilversum: `Drenthe dreigt af te vallen', `Overijssel trekt aan'. Iemand in de vergadering laat zijn mobiele telefoon tijdens de vergadering aan staan zodat Hillen mee kan luisteren. Als fractievoorzitter in de Eerste Kamer Gerrit Braks zegt dat het ,,in de rede ligt Jan Peter te kiezen'' is het pleit beslecht. Vice-voorzitter Conny Kerkhof-Mos deelt de pers mee dat het partijbestuur ,,unaniem'' Balkenende als lijsttrekker voordraagt. ,,Ik had nooit verwacht dat het deze consequentie zou hebben'', zegt Balkenende die avond laat tegen Hans Hillen. ,,Hoe kun je dat nou zeggen'', antwoordt die. ,,Je zat in het hart van de partij.''

Bier en rode wijn

Op een avond in februari 1995 ontmoeten zes prominente CDA-leden, allen dertigers, elkaar in het Haagse café-restaurant Schlemmer. Jan Peter Balkenende en Ab Klink, beiden medewerker van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, René Smit, havenwethouder in Rotterdam en drie economen, Sylvester Eijffinger en Lans Bovenberg, verbonden aan de Katholieke Universiteit Brabant, en Kees Koedijk van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

,,Het CDA was op z'n bottom'', zegt Eijffinger nu. Bij de Tweede Kamerverkiezingen had de partij een jaar eerder twintig zetels verloren. Het eerste paarse kabinet regeerde en partijleider Heerma nam zich voor wat vaker tegen wetsvoorstellen te stemmen. Het irriteerde hem dat de regeringspartijen erop rekenden dat oppositiepartij CDA een wetsvoorstel wel aan een meerderheid zou helpen.

,,De VVD en de PvdA ridiculiseerden ons'', zegt Hillen nu over die tijd. ,,Wat we ook zeiden, het had geen enkele kracht. Iedereen danste op ons. Onze eigen achterban gaf de fractie de schuld en wij zochten het bij onszelf.'' ,,Ze hebben ons niet meer nodig'', zegt Heerma najaar 1995 tegen zijn fractiegenoten.

De jongens in Schlemmer hebben geen last van die onzekerheid. De vrienden Balkenende en Klink zijn drie jaar eerder aan de Vrije Universiteit in Amsterdam gepromoveerd op het christen-democratisch streven naar een grotere eigen verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties. Balkenende constateerde in zijn proefschrift dat de overheid in de praktijk alleen taken afstoot bij wijze van bezuiniging, niet als consequentie van een staatkundig ideaal. Ze beoordeelden beiden opnieuw de waarde van traditionele begrippen als het gereformeerde `soevereiniteit in eigen kring' en de katholieke subsidiariteit – de staat neemt alleen die taken op zich die maatschappelijke organisaties niet kunnen vervullen.

Ab Klink herinnert zich een ontmoeting met Lubbers. ,,Hij vroeg: `Hoe moet het nu verder met het CDA? Denk je dat er nog toekomst zit in de christen-democratie?'. Hij vond het heerlijk dat er nog jongeren waren. We moesten from scratch beginnen.''

Met het vertrek van Lubbers in 1994 als partijleider neemt het CDA afscheid van een hele generatie politici in de Nederlandse politiek. Klink: ,,De vijftigers met veel ervaring schoven op tijd op, al viel er een pijnlijk vacuüm. De achterstand die de dertigers in die tijd hadden, werd een voorsprong op andere partijen die nog helemaal niet aan een machtswisseling toe waren.''

Het initiatief voor het Schlemmerberaad komt van Koedijk, maar Balkenende – die sinds 1993 als bijzonder hoogleraar christelijk-sociaal denken over economie en maatschappij aan de VU doceert – wordt onder de economen de `liaison officer' genoemd. ,,Hij had behoefte aan financieel-economische kennis'', zegt Eijffinger nu. Eens in de twee maanden nemen de CDA-jongeren plaats aan de ovalen tafel in de Bogenzaal op de eerste verdieping van het etablissement.

,,Buitengewoon gezellig'', typeert Klink de bijeenkomsten. Er werd bier gedronken en rode wijn. ,,Er werd wat afgelachen'', zegt Eijffinger. ,,Goede grappen herinner ik me, maar ook hele scherpe discussies.'' Tegen acht uur laten de heren – dames nemen geen deel – de dis komen. Meestal een biefstuk of een visje.

De vraag die steeds terugkeert: hoe moet het CDA zich vernieuwen? Elke bijeenkomst houdt een van de deelnemers een inleiding over een politiek of economisch onderwerp. Hoe moeten we omgaan met de staatsschuld vanuit het beginsel van het rentmeesterschap? Wat is de plaats van Nederland in de ordening van de Europese Unie? Balkenende en Klink spreken in het verlengde van hun proefschriften over `vraagsturing' in de publieke sector.

,,Het was een ideeënmachine'', zegt Eijffinger nu. ,,Er was een grote behoefte aan ideeën. Als je zoals het CDA twaalf jaar een hele sterke leider hebt gehad, is de prijs ideeënarmoede. We zaten daar voor het publieke goed van de partij, niet voor onze goede banen. We waren de botten van het CDA.''

Maxime Verhagen schoof regelmatig aan, net als Marnix van Rij en Jaap de Hoop Scheffer. ,,Sprankelend'', noemt Verhagen de bijeenkomsten nu. ,,Het was een tijd van zoeken. In de fractie waren we meer aan het analyseren wat fout was gegaan dan dat we in de toekomst keken. We hadden als oppositiepartij geen ambtelijke ondersteuning. Daarom werd de band met het Wetenschappelijk Instituut ook zo sterk.''

Er is nog een reden waarom de bemoeienis van de economen in de fractie op prijs wordt gesteld. De kennis van financieel-economische en fiscale onderwerpen is er gering. ,,Jurist Jaap de Hoop Scheffer voelde zich daarin onvoldoende sterk'', zegt Eijffinger nu die regelmatig met De Hoop Scheffer lunchte. Historicus en jurist Balkenende bereidt zich voor op een financieel woordvoerderschap in de Tweede Kamer. ,,Hij moest bijgeschoold worden'', zegt Eijffinger. ,,Hoe zit een begroting in elkaar? Hoe moet je omgaan met een begrotingstekort?''

,,We verkenden de economische situatie van het land en hoe we daarmee om moesten gaan'', zegt Klink nu. ,,Speelden er financieel-economische vraagstukken, dan vielen we op die avonden terug.'' Als Balkenende na de verkiezingen van 1998 in de Tweede Kamer financieel woordvoerder wordt, bestookt hij de drie economen tijdens de financiële beschouwingen met e-mails en telefoontjes. ,,Wat moet de belangrijkste insteek zijn?'', vraagt hij. ,,Hij moest opboksen tegen Zalm'', zegt Eijffinger nu. ,,Die debatten zijn niet altijd vlekkeloos verlopen.''

Tijdens de algemene beschouwingen van 1999 botste Balkenende hard met Zalm, toen hij zich fel uitsprak tegen de royale lastenverlichting die Zalm in de Miljoenennota had opgenomen. ,,Hij was een van de eersten die flink tegen Zalm inging, waar Zalm toen heel boos over werd'', herinnert CDA-socioloog Anton Zijderveld zich. ,,Ineens was zijn lachebekje weg.''

Bij de verkiezingen van 1998 verliest het CDA nog eens vijf zetels. ,,Dat was demotiverend'', zegt Ab Klink nu. ,,We trokken eraan maar het hielp niet.'' In het Schlemmerberaad zegt hij: ,,We moeten ervoor zorgen dat we de beste zijn.'' Fractieleider De Hoop Scheffer wil de bijeenkomsten ,,een formele status'' geven en nodigt vanaf dat moment wisselende gezelschappen uit op zijn kamer.

Ab Klink wordt directeur van het Wetenschappelijk Instituut en schrijft samen met Eijffinger en Bovenberg een rapport over de nadelige effecten van lastenverlichting – tot dan de succesformule van het poldermodel. Lastenverlichting leidt tot loonmatiging en koopkrachtverhoging, maar zo waarschuwen de CDA-ideologen, de overheid schiet zichzelf in de voeten als ze bestedingen aanmoedigt bij een krappe arbeidsmarkt.

In een serie rapporten getiteld Het wachten moe kritiseren de voormalige deelnemers aan het Schlemmerberaad – ook Balkenende als `de vaste man uit de fractie' – de Zalmnorm en de budgettering in de gezondheidszorg. Ze ontwikkelen een inkomensafhankelijke kinderkorting voor gezinnen met een ziekenfondsverzekering en een levensloopverzekering die burgers in verschillende fases van hun leven de mogelijkheid biedt werken, zorgen en studie te combineren. De politieke theorieën zijn steeds een uitwerking van de proefschriften van Balkenende en Klink: `soevereiniteit in eigen kring' en een aanvullende rol van de overheid.

,,De nadelen van Paars werden steeds zichtbaarder'', zegt Verhagen nu. ,,De doorgeschoten individualisering. Het liberalisme en de sociaal-democratie hadden zichzelf uitgehold. We werden geprikkeld door de speeches van Kok.'' Klink: ,,De oppositie kreeg contouren. We voelden dat we op het goede spoor zaten, maar we kregen geen aandacht in de media.''

Hans Hillen voegt zich bij wat hij noemt ,,het hart van het CDA''. ,,Je had romantici als Hans Helgers en Marnix van Rij en je had realisten als Balkenende, Verhagen, Klink, Yvonne Timmerman (sinds 2001 CDA-fractieleider in de Eerste Kamer, red.) en ik. Wij hadden één nadeel: we hadden niet het prestige om de partij te overtuigen.'' De `heuristische groep', zoals Hillen de opvolger van het Schlemmerberaad noemt, heeft twee taken: zorgen dat de ideeën terecht komen bij de woordvoerders en zorgen dat tenminste één lid in de programmacommissie terecht komt.

Hillen: ,,Ik ben meer een moderator dan een bedenker. Daarom durf ik te zeggen dat wat wij bedachten geniaal is. Het was een prachtig staaltje toegepaste wetenschap. Wij wisten hoe het moet en alles wat wij vonden, komt uit het christendom. Uiteindelijk heeft die kleine kern het voor het zeggen gekregen.''

In het voorjaar van 2001 – nog voordat hij zijn komst in de politiek aankondigt – vraagt Pim Fortuyn een stapel onderzoeksrapporten op bij het Wetenschappelijk Instituut. In het rapport Vertrouwen in talent wordt terugverlangd naar de onderwijzer als cultuurdrager. Dezelfde bezorgdheid is terug te vinden in Fortuyns boek De puinhopen van acht jaar Paars. Hij is door Hillen op het spoor gezet. Klink: ,,Onder politici nam het aanzien van het Wetenschappelijk Instituut toe. In het voorjaar van 2001 vroeg Ad Melkert ons zorgrapport op.''

,,Dat Jan Peter deel uitmaakte van het Schlemmerberaad was een pré'', zegt Maxime Verhagen nu over Balkenende's verkiezing tot CDA-leider.

Korset

Als Jan Peter Balkenende na de verkiezingsoverwinning in mei van dit jaar aan de informatie begint, zoekt hij geen contact meer met de leden van het Schlemmerberaad. Hij beperkt zich tot adviezen van partijgenoten Donner en Van der Knaap, zijn politiek adviseur Jack de Vries, geen van drieën economen, en de raadsadviseurs van Algemene Zaken. ,,Hij was geabsorbeerd door de verkiezingscampagne'', zegt Eijffinger nu.

Eijffinger, Bovenberg en Koedijk vinden weinig van de ideologische discussies over de staatsschuld en het begrotingstekort terug in de financiële paragraaf van het regeerakkoord. In het oktobernummer van Christen Democratische Verkenningen, het maandblad van het Wetenschappelijk Instituut, zijn de drie kritisch over het `onnodig strakke financieel-economische korset' van het eerste kabinet-Balkenende. Het financieringstekort wordt teruggebracht tot 0 procent en de staatsschuld moet binnen één generatie worden afgelost.

,,Mijn bezwaar is dat het begrotingsbeleid in Balkenende I niet meer gestoeld was op een analyse van de structurele economische groei'', zegt Lans Bovenberg in het tijdschrift, ,,maar op het feitelijke begrotingssaldo.'' Kees Koedijk: ,,Ik constateer een verschil tussen wat in het CDA-verkiezingsprogramma ten aanzien van onderwijs en veiligheid beloofd is en wat dit kabinet daarvan wilde waarmaken.''

Drie weken geleden spraken de CDA-ministers in het bewindsliedenoverleg over de kritiek van de economen. ,,Een begrotingsoverschot blijft noodzakelijk'', zou Balkenende hebben gezegd, ,,anders komt de betaalbaarheid van de AOW, de pensioenen en de zorg op de termijn van één generatie in gevaar.''

Drie dagen geleden reageerde Balkenende indirect op de verwijten Eijffinger, Bovenberg en Koedijk in een brief aan het congres dat de partij vandaag houdt. Daarin benadrukt hij dat hij als minister-president al veel soepeler omgaat met het begrotingstekort dan hij dit voorjaar deed in het verkiezingsprogramma. Daarin accepteerde het CDA – net als PvdA en VVD – geen enkel begrotingstekort.

In het strategisch akkoord zijn de mooie zinnen van Donner en de financiële bijlage van Zalm, vinden de economen. Eijffinger nu: ,,In het streven naar macht was de VVD nodig, maar het dualisme mag nooit voor de bühne zijn. Ik ben en zal altijd wezen een CDA-econoom die begrippen als gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap diepte probeert te geven.''

Komende week begint op deze plek een wekelijkse verkiezingskroniek met de titel `Op toernee met JP'.