Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Entertainment

In La cenerentola is het sprookje een boze droom

De aantrekkingskracht van de monarchie wordt steeds vaker ter dicussie gesteld in eigentijdse ensceneringen van ouderwetse sprookjes. In Doornroosje de musical van de Vlaamse Studio 100, die ook door ons land tourt, weigert Doornroosje na een eeuw slapen zich wakker te laten kussen door de prins. Dat moet de tuinman maar doen. En in de opera La cenerentola, Rossini's versie van Assepoester, trouwt bij Opera Zuid de voetveeg van de adelijke familie uiteindelijk helemaal niet met de prins. Het sprookjesachtige `En ze leefden nog lang en gelukkig', blijkt een boze droom.

Assepoester eindigt hier in de enscenering van de Engelse regisseur Keith Warner even gitzwart als in 1999 zijn produktie van Wagners Lohengrin in Bayreuth. Ook daar liep het mis met het sprookje van de door God gezonden zwanenridder, die onmachtig is met zijn lichtende goedheid het duistere duivelse te keren. En hier is Assepoester ondanks haar bovenmenselijke vergevingsgezindheid, ook al niet in staat haar slechte vader en haar sloeries van stiefzusters te bekeren.

Maar vóór dat omineuze slot is deze La cenerentola een aardige, zij het niet al te flitsende komedie, waarin telkens alles omdraait. Rossini citeert ongeveer Vondels gedachte `De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel', al eerder geponeerd door Shakespeare. Een andere sleutelzin is: `Wie de ene dag een harlekijn is, kan de andere dag een hoge heer zijn.' Rossini voorzag in 1817 al de plotse politieke roeping van Emile Ratelband!

Niet alleen wisselen de prins en zijn kamerheer van rol, maar alle personages doen aan metamorfose: ze zijn er levend en als marionetten in een mini-theater en als poppen van allerlei soort. Die speelsheid lijkt een variant op de legendarische Rossini-voorstellingen van Dario Fo bij de Nederlandse Opera, maar minder briljant en animerend en tijdens de première nog wat stijfjes.

De vocaal en muzikaal alleszins acceptabele voorstelling is realistisch èn popperig, naïef èn volwassen, vertederend met een Gouden Koets als speelgoed èn afschrikwekkend. De troon waarop de prins, de erg brave tenor Erwin Feith, onmachtig van belangrijkheid uitgevloerd ligt, is van mega-formaat – larger than life. Als Assepoester via een trapleer haar toekomstige koninginnerol moet bereiken, besluit ze tot een drop out. Tot zoveel uiterlijk hoog en leeg vertoon voelt zij zich niet geroepen. Men kan zich zelfs afvragen of de paar lelijk geforceerde topnoten die Nerys Jones als Assepoester bij de première aan het slot zong, geen dramaturgische ingreep waren: het feest is vals.

Toch zijn in al dat theatrale gebuitel Warners bedoelingen moeilijk ten diepste te doorgronden en valt er juist na afloop nog heel wat na te denken. Want deze voorstelling eindigt niet, zoals die begint, met de in het keurig wit geklede Assepoester dromend in bed. Tijdens het slot met een zwarte Assepoester vervliegt alles en iedereen in het zwarte gat van het theater, niet alleen de prins, maar ook Assepoester zelf. Was het trouwens wel Assepoester zelf die dit alles droomde, of was het een meisje dat droomde dat ze Assepoester was? En als het al een droom was: dromen zijn toch bedrog?

Voorstelling: La cenerentola van G. Rossini door Opera Zuid en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Roland Böer. Regie: Keith Warner. Gezien: 23/11 Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Tournee: t/m 17/12. Inl.: (043) 210166.