Overslaghaven komt er niet

Na tien jaar plannen is het grote overslagcentrum in de Betuwe van de baan. Met het compromis, een kleiner centrum, kunnen voor- en tegenstanders leven.

In de Betuwe worden de rijen weer gesloten. Nu na tien jaar voorbereiding het plan is afgeblazen om bij Valburg een groot multimodaal transportcentrum (MTC) te bouwen, scharen voor- en tegenstanders zich achter een compromis: een kleiner industrieterrein met de mogelijkheid om containers over te slaan van vrachtwagens naar treinen, parallel aan de Betuwelijn, maar zonder de fel bekritiseerde haven.

,,Je kunt wel de hakken in het zand blijven steken'', zegt bestuurslid I. van Druten van de Stichting voor behoud van de open Betuwe. ,,Maar je moet ook redelijk blijven.'' De stichting heeft samen met andere milieuorganisaties tien jaar lang gestreden tegen de komst van het MTC.

Gisteren werd de strijd beslecht. Gedeputeerde Staten van Gelderland besloot het plan terug te trekken. Niet alleen het maatschappelijke, maar ook het politieke draagvlak was te gering. ,,Nog eens vijf jaar tegen de stroom in roeien had te veel onnodige energie gekost'', zegt gedeputeerde H. Aalderink. Die energie kan volgens hem beter worden gestoken in het creëren van werkgelegenheid en bedrijfsterreinen in het gebied tussen Arnhem en Nijmegen. Er is behoefte aan 250 hectare bedrijfsterrein, terwijl becijferd is dat er voor 2020 60.000 nieuwe arbeidsplaatsen nodig zijn.

Het MTC had grotendeels in die behoefte moeten voorzien. Het werd tien jaar geleden gepresenteerd als een soort Gelderse genoegdoening voor de Betuwelijn. De provincie, die zich fel had verzet tegen de aanleg van deze goederenspoorlijn, kon van de nood een deugd maken door halverwege de Rotterdamse haven en het Duitse Ruhrgebied een goederenoverslagcentrum te ontwikkelen. De containers moesten via water (Waal), weg (A15), en spoor (Betuwelijn) aangevoerd worden.

Maar vanaf het begin stuitte het plan op weerstand. In eerste instantie van bewoners uit de Over-Betuwe en de milieubeweging. Een 500 hectare groot bedrijfsterrein midden in de Betuwe, werd als een vorm van megalomanie afgedaan en een `tweede Maasvlakte' genoemd. Vooral het graven van een grote haven, pal naast het plaatsje Slijk-Ewijk, kon op weinig steun rekenen.

Volgens de tegenstanders was nut en noodzaak van een groot transportcentrum nooit aangetoond, terwijl ook nooit serieus is gekeken naar alternatieven.

Het afblazen van de noord- en zuidtak van de Betuwelijn, waardoor er minder goederen per spoor vervoerd zouden worden, en een haalbaarheidsstudie van TNO-Inro vergrootten de twijfels over de noodzaak van het MTC. Uit de studie bleek dat het MTC door de te hoge investeringskosten (400 miljoen euro) moeilijk rendabel was te krijgen. Bovendien waren de economische voordelen (6.000 banen) minder hard dan de initiatiefnemers voorspiegelden.

De eerste bestuurlijke partner die de kant van het verzet koos was de gemeente Overbetuwe. Weliswaar de kleinste speler in het geheel, maar niet de onbelangrijkste omdat het MTC grotendeels binnen haar gemeentegrenzen moest worden gerealiseerd. Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart, toen in Nijmegen een links college van B en W aantrad, liet ook Nijmegen zijn steun varen. Het negatieve advies van de Raad van State was het laatste zetje dat nodig was om de overgebleven voorstanders (provincie Gelderland, Knooppunt Arnhem-Nijmegen, gemeente Arnhem) er van te overtuigen dat het MTC een onhaalbare kaart was.

Maar de Betuwe blijft niet ongerept. De behoefte aan bedrijfsterrein blijft, terwijl overheden en particuliere bedrijven al voor veertig miljoen euro grond in het gebied hebben gekocht. Dat er parallel aan de Betuwelijn, waarschijnlijk ten noorden van de A15, alsnog een industriegebied verrijst, is onvermijdelijk. Zonder haven, dat staat vast, maar met containeruitwisselpunt, een railservicecentrum en een bedrijventerrein.