Iraniërs weten hoe chemische wapens ruiken

De Verenigde Naties bereiden zich voor op inspectie en ontmanteling van het Iraakse arsenaal aan chemische wapens. Tienduizenden Iraniërs ondervonden in de oorlog met Irak al de ernstige gevolgen van chemische wapens.

De deurposten van het gebouw van de `Rechtopstaande Slachtoffers' vertonen enkele decimeters boven de grond tekenen van slijtage. Daar waar de wielen van invalidenwagentjes dagelijks de nauwe deuropeningen passeren is de verf verdwenen en het hout beschadigd. De enige tafel in de ontvangsthal is opgesierd met een granaathuls die als bloemenvaas dient. Een houten been steekt uit de broekspijp van de receptionist.

In de omringende kamers zijn hoestende mannen druk bezig met het telefonisch verkopen van partijen gasfornuizen en ijskasten. ,,Wij zijn een privé-organisatie voor oorlogsveteranen. We houden ons bezig met import en export, noem ons maar zakenlieden'', zegt `vice-president' Hassan Mahmoudi (32) met een glimlach. ,,Wij zijn trotse mensen, we staan fier rechtop: de `Rechtopstaande Slachtoffers' verdienen nu geld'', zegt hij.

Alle 350 leden van de organisatie zijn op een of andere manier gehandicapt geraakt tijdens de achtjarige oorlog met buurland Irak (1980-'88). ,,We hebben een hele collectie hier. De één heeft geen hand, de ander geen been, we hebben zelfs iemand die geen geslachtsdeel meer heeft'', legt Mahmoudi – longproblemen – uit. Een ding hebben alle `Rechtopstaande Slachtoffers' gemeen: allemaal hebben ze de geur van chemische wapens geroken.

,,Het was half negen 's avonds en we hadden gebeden en gegeten. Plotseling roken we een sterke knoflooklucht'', vertelt Samade Zareï (31), lid van de organisatie. Zoals zovelen had hij zich op zijn zestiende bij het leger gemeld als baseej, vrijwilliger. Hij diende in 1986 in Shagre Shemiran, in het noordelijk grensgebied. Het was donker in de loopgraaf en de mannen raakten in paniek. Maar dankzij een cursus die hij had gevolgd wist Zareï dat het een gifgasaanval was. ,,Pas na twintig seconden kreeg ik het gasmasker op. Een half uur voelde het alsof mijn hoofd ontplofte'', zegt Zareï.

Met blaren over zijn hele lichaam werd hij naar het ziekenhuis gebracht. De Irakezen hadden zijn eenheid met mosterdgas bestookt, zo bleek. ,,Allah en de cursus hebben me gered'', zegt hij. Nu is hij manager in een hotel in de groene provincie Gilan. Via de `Rechtopstaande Slachtoffers' wil de veteraan reclame proberen te maken voor zijn hotel. ,,Ik heb weinig last meer van het mosterdgas, al voel ik me soms plotseling moe en lusteloos. Daarnaast heb ik vreselijke hoestbuien. Ik ben er liever niet mee bezig.''

Westerse aandacht voor de gevolgen van de gassen kwam pas na de aanval op het Iraaks-Koerdische dorp Halabja op 16 maart 1988. Meer dan 5.000 burgers stierven daar nadat een cocktail van zenuw- en mosterdgas over het stadje was uitgestort. De Amerikaanse president Bush haalt het vaak aan als hij over de misdaden van Saddam Hussein praat. Maar de wapens werden al lang daarvoor aan het front tussen Iran en Irak gebruikt. [Vervolg IRAN: pagina 5]

IRAN

Sterven door Iraaks gifgas

[Vervolg van pagina 1] Uiteindelijk bewerkstelligden Iraks chemische wapens zelfs het keerpunt in de loopgravenoorlog. Het gaswapen, geleverd door Europese landen, bracht de Iraanse Opperste leider imam Khomeiny ertoe een bestand te sluiten met de Irakezen.

Vandaag staan er nog 34.000 Iraniërs als slachtoffers van de chemische wapens geregistreerd. Iedere maand staat er wel weer een overlijdensbericht in de lokale kranten over een martelaar die na een lange periode van pijn de tocht naar het Paradijs heeft gemaakt. In totaal hebben de chemische wapens in Iran inmiddels 15.000 levens geëist.

Dr. Shahriar Khateri (31) stuurt zijn Iraanse versie van de Renault 5 behendig door het helse verkeer in Teheran. Het hoofd van de onderzoeksgroep `Slachtoffers Chemische Wapens' was zelf frontsoldaat en heeft ,,net als iedereen'' kennis gemaakt met mosterdgas. ,,De échte gevolgen worden waarschijnlijk over vijf tot tien jaar duidelijk; kanker, bronchitis, van alles. Ik wacht op de complicaties'', zegt Khateri droog over zijn eigen toekomst.

De slachtoffers van de aanvallen zijn in drie groepen onderverdeeld: lichte, matige en ernstige blootstelling aan de gassen. Khateri schat dat meer dan de helft van alle Iraanse slachtoffers in de zwaarste categorie valt.

Hij is nu op weg naar een stel dat in het `Olympisch dorp' bij het Azadi-stadion in de Iraanse hoofdstad woont. ,,Burgerslachtoffers van óns Halabja'', noemt hij ze. ,,Categorie drie.''

Driekwart jaar voor de aanval op Halabja bestookten de troepen van Saddam Hussein het Iraanse grensdorpje Sardasht. Parvin Vahed was met haar man teruggekomen naar haar geboortedorp om het pasgeboren kind van haar broer te bewonderen. Op het hoogtepunt van de familiebijeenkomst vlogen er Iraakse vliegtuigen over. Hoewel er een bom vlak naast het huis van de Vaheds neerkwam, werd er niemand gewond. ,,We waren blij, maar mijn broer werd lijkbleek. `Morgen zijn we allemaal dood', zei hij'', vertelt Vahed.

Vahed ademt dankzij inhaler en zuurstofapparaat, haar botten zijn broos door de medicatie. ,,Ik leef in constante ademnood dankzij het bombardement.'' Ze heeft operaties ondergaan in ziekenhuizen in Spanje, België en Amsterdam. Haar beide zonen hebben een vreemd soort ADHD ontwikkeld waardoor ze altijd en overal in de problemen raken. Vorig jaar stierf haar laatste familielid aan de gevolgen van de mosterdgasaanval.

In totaal vielen er 120 doden in Sardasht. Vahed is ervan overtuigd dat de aanval een oefening was voor Halabja. ,,We werden twee uur lang gefilmd door de vliegtuigen'', zegt ze. Haar vinger glijdt langs oude foto's van haar naasten. Vahed en haar man zijn als enigen overgebleven.

In het gebouw van de `Rechtopstaande Slachtoffers' duwt Mahmoudi een kennis in zijn rolstoel naar buiten. ,,Het gaat goed met ons. Kijk naar mijn vriend; hij is sinds de oorlog gehandicapt. Maar hij komt hier nog wekelijks zaken doen.''

Dit is het eerste artikel van onze medewerker Thomas Erdbrink, die uit het Midden-Oosten bericht.