Rotjeknor

Rotjeknor. Rotjeknor voor Rotterdam? Dat is een lastige kwestie, want dat soort bijnamen komen uit de volkstaal en in het algemeen kun je zeggen dat taalkundigen erg traag zijn geweest met het vastleggen van volkstaal. Ik heb de vraag voorgelegd aan Jan Oudenaarden, een Rotterdamse journalist die veel over het Rotterdams heeft gepubliceerd. Oudenaarden bleek er weleens onderzoek naar te hebben gedaan, maar zonder veel resultaat. Zelf kende hij de bijnaam uit zijn jeugd, van omstreeks 1950, maar voor hetzelfde geld bestond Rotjeknor toen al heel lang (wie herinnert zich de naam voor die tijd te hebben gehoord?).

Overigens is Rotjeknor een bijnaam die voornamelijk door niet-Rotterdammers wordt gebruikt. De naam is enigszins neerbuigend bedoeld. Dat zou kunnen komen door dat -knor, alsof er in Rotterdam alleen maar hardwerkende knorren wonen. Volgens Oudenaarden was de oorspronkelijke vorm overigens Rotjeknar, een vormvariant die ook in Van Dale wordt genoemd. Ik hoor Rotterdammers Rotjeknor ook weleens gebruiken, maar dan is het doorgaans gekscherend bedoeld, als een geuzennaam – wat er andermaal op duidt dat het `normale' gebruik neerbuigend is.

Hoewel Enno Endt Rotjeknor in 1974 opnam in zijn Bargoens woordenboek, behoort deze bijnaam niet echt tot de dieventaal. In het boevenjargon werd de havenstad Klein Mokum of Mokum Reis genoemd, namen die aan het begin van de 19de eeuw zijn opgetekend.

Rotjeknor wordt vooral in de spreektaal gebruikt, maar je komt het ook geregeld in kranten en tijdschriften tegen. En in boektitels. Zo publiceerde Martin Lusse in 1973 een dichtbundel getiteld Groeten uit Rotjeknor, en in 1999 maakte Karel Eykman het jeugdboek Rondje Rotjeknor. Het Rotterdamse jeugdcircus heet Rotjeknor, en Lee Towers is wel ,,de zingende kraandrijver uit Rotjeknor'' genoemd. Het dialect van Rotterdam wordt soms Rotjeknors genoemd, en als iets doortastend gebeurt, zegt men wel dat het op z'n Rotjeknors (of Rotterdams) is aangepakt.

Groepsgrijp. Eigenlijk vind ik dat er inmiddels wel genoeg is geschreven over de vele gevolgen van de mobiele telefoon voor het maatschappelijk verkeer, maar toch zou ik er nog een kleine observatie aan willen toevoegen. Het trof me voor het eerst bij een groep mensen die in een zaaltje met elkaar stonden te praten vlak voordat er een lezing zou beginnen. Er ging een mobieltje af en ik greep in mijn zak om te kijken of ik het was. Uit mijn ooghoek zag ik minstens vijftien anderen hetzelfde doen. Nu zie je in openbare ruimtes wel vaker meer mensen tegelijk naar hun mobiel grijpen als er eentje afgaat (ik doe het zelf geregeld tegen beter weten in, als ik eigenlijk al heb gehoord dat het niet de mijne is), maar hier speelde iets anders. Ik schrok toen ik het belsignaal hoorde, omdat ik was vergeten mijn nulzes af te zetten. Kennelijk gold dit ook voor al die andere mensen. De telefoons werden niet gepakt om het gesprek aan te nemen, maar om de telefoon of het belsignaal zo snel mogelijk te killen. Het zou zeer ongepast zijn geweest als er tijdens de lezing een telefoon was afgegaan. Iedereen wist dat, maar blijkbaar is het al zo gewoon geworden om de hele dag mobiel bereikbaar te zijn, dat maar liefst vijftien mensen – op de veertig of vijftig – waren vergeten dat hun nulzesje nog aan stond. Een en ander leidde tot een groepsgrijp, een in groepsverband uitgevoerde, snelle, enigszins schuchtere handeling om de mobiele telefoon zo snel mogelijk de mond te snoeren. Voor eventjes maar, want vrijwel meteen na de lezing volgde een tweede groepsgrijp. Nu niet schuchter, maar met de zelfverzekerde, zakelijke flair van mensen die zich verbonden weten met de wereld. Even kijken of er boodschappen zijn, want we waren toch zeker drie kwartier onbereikbaar geweest.

Luduvedu. Nog een interessante vraag van een lezer: emotioneel beladen woorden worden soms afgekort of op een `grappige' manier uitgesproken om ze minder beladen te maken. Voorbeeld: luduvudu voor `liefdesverdriet'. Wie kent er meer voorbeelden, en van wanneer dateert dat malle luduvudu?

(reacties naar sanders@nrc.nl)

    • Ewoud Sanders