Terug naar Wassenaar

Twintig jaar geleden werd het Akkoord van Wassenaar gesloten. Daarin spraken vakbonden, werkgevers en overheid af de lonen te matigen in ruil voor de herverdeling van werk. Twee decennia later lijkt de economische situatie op die ten tijde van `Wassenaar'. Wat valt er nu te leren uit de situatie toen? Gesprekken met de hoofdpersonen van toen.

De kleine ramen bieden uitzicht op de talrijke bomen rondom de villa, die oogt als een sterk vergroot Hans-en-Grietje-huisje. Eén wand is volledig bekleed met boeken, waaronder die van Huizinga, Nederlands grootste historicus. In deze studeerkamer in Wassenaar is geschiedenis gemaakt. ,,Hier is het Akkoord van Wassenaar gesloten'', zegt bewoner Chris van Veen, voormalig voorzitter van werkgeversorganisatie VNO: ,,Hier hebben we in de herfst van 1982 vaak zitten overleggen.''

Deze maand is het twintig jaar geleden dat Van Veen en Wim Kok, destijds voorzitter van het vakverbond FNV, besloten de lonen te matigen in ruil voor de herverdeling van werk. In de nationale mythologie is dit Akkoord van Wassenaar het begin geweest van het herstel van de Nederlandse economie, die begin jaren tachtig in een diepe crisis verkeerde. Later, toen de Nederlandse economie inmiddels koploper was in Europa, heeft het overleg tussen bedrijven, werknemers en overheid over het economisch beleid naam gemaakt als het `poldermodel'.

Op dit moment drijven weer donkere wolken boven de polder. Na jaren van voorspoed is de economische groei stilgevallen, gaan vele bedrijven failliet en stijgt de werkloosheid rap. Bij de financiële beschouwingen in de Tweede Kamer bleek deze week weer dat de meeste politici graag een sociaal akkoord willen sluiten. Vooralsnog overheersen bij de vakbonden en werkgevers irritaties over de bezuinigingen van het demissionaire kabinet en zaken zoals de WAO. Maar voor het eerst sinds de economische hoogtijdagen van Paars borrelen herinneringen op aan de crisisjaren van het Akkoord van Wassenaar.

Een goed moment dus voor een terugblik. Hoe kwam het akkoord tot stand? Wat is de betekenis ervan geweest? En wat kan de betekenis nu zijn? Gesprekken met de hoofdrolspelers van toen, Van Veen en Kok. En met Bert de Vries en Hasko van Dalen, die destijds respectievelijk als fractievoorzitter van regeringspartij CDA en ambtenaar op het ministerie van Sociale Zaken een rol op de achtergrond speelden. Jan de Koning, destijds minister van Sociale Zaken, is inmiddels overleden, terwijl toenmalig premier Ruud Lubbers een andere hoofdrolspeler laat weten geen tijd te hebben.

Den Haag, donderdag 4 november 1982. Het is al bijna avond als Lubbers arriveert in het gebouw van de Sociaal-Economische Raad (SER), de aloude zweetkamer van de Nederlandse overlegeconomie. Net die middag is zijn kabinet beëdigd en in de Trêves-zaal is hard gewerkt aan de regeringsverklaring, die over enkele weken klaar moet zijn. Lubbers komt Kok en Van Veen tegen en vertelt dat in de regeringsverklaring een passage wordt opgenomen over een `adempauze': met ingang van 1 januari 1983 worden alle lonen en prijzen voor enkele maanden vastgeprikt op het niveau van 31 december 1982, terwijl de koopkrachtgaranties voor werknemers in de CAO's worden verboden. Het betekent een keiharde ingreep van het kabinet, waarmee de vakbonden en de bedrijven buitenspel worden gezet op hun van oudsher eigen speelveld.

,,De voorgenomen adempauze kwam niet als donderslag bij heldere hemel'', vertelt Kok nu. In 1980 was er al eens een looningreep geweest waartegen de vakbeweging tevergeefs te hoop was gelopen. Bij de formatie van het eerste kabinet-Lubbers (CDA, VVD) was in de zomermaanden van 1982 al gesproken over een pauze. ,,Nu kregen wij meteen na de beëdiging opdracht van De Koning voor de uitwerking van de `adempauze', die heel lastig uitvoerbaar was'', vertelt Van Dalen, destijds ambtenaar op het ministerie van Sociale Zaken.

De adempauze – oorspronkelijk een ideetje van informateur Scholten – was een noodgreep. Twee oliecrises, een internationale recessie en volledig uit de hand gelopen overheidsuitgaven hadden Nederland tot `De zieke man van Europa' gemaakt. Maandelijks verloren duizenden mensen hun baan en liep het overheidstekort verder op, terwijl de naar verhouding hoge lonen de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven hadden uitgehold. In de meeste CAO's stond namelijk de bepaling dat de koopkracht van werknemers werd beschermd met een automatische prijscompensatie van 2,06 procent per jaar. ,,Terwijl de deurwaarder op de stoep stond, moesten bedrijven die compensatie blijven betalen'', vertelt Van Veen.

Door te dreigen met een ingreep wilde het kabinet de werkgevers en werknemers dwingen de lonen te matigen. ,,Het was een manier om de sociale partners onder druk te zetten om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen'', vertelt De Vries die eveneens op 4 november was gekozen tot fractievoorzitter van het CDA: ,,Als de bonden en de werkgevers niets gedaan zouden hebben, dan hadden we echt alles bevroren.'' Maar, voegt oud-ambtenaar Van Dalen eraan toe, ,,Jan de Koning heeft steeds gehoopt dat het niet nodig zou zijn''.

Als Kok en Van Veen op die donderdagavond het plan van Lubbers horen, besluiten zij de koppen bij elkaar te steken. ,,We hebben gezegd: laten we nu eens kijken of we zelf de regie weer kunnen krijgen in plaats van een ingreep, waarbij we onder curatele zouden worden gesteld'', zegt Kok. Van Veen geeft aan: ,,Wij wilden de overheid juist van het terrein van de arbeidsvoorwaarden afkrijgen.''

Terwijl de ambtenaren doorwerken aan de `adempauze' beginnen vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers de dagen erna te onderhandelen over de loonmatiging. Op een avond, bij Van Veen thuis in Wassenaar, worden Kok en mede-bestuurder Drabbe het in principe eens met Van Veen en zijn rechterhand Dortland: de automatische prijscompensatie wordt geschrapt in ruil voor herverdeling van werk door werktijdverkorting bij bedrijven. Het akkoord moet echter nog uitgewerkt worden en de tijd dringt.

Vrijdag 19 november is het D-Day in de polder. In het SER-gebouw praten werkgevers en werknemers koortsachtig door om op tijd klaar te zijn voor op dinsdag 23 november het kabinet zijn regeringsverklaring zal presenteren. Hoewel minister De Koning inmiddels weet dat een akkoord in de maak is, maant hij de ambtenaren door te werken. ,,In 1979 was er ook al bijna een akkoord, maar dat ging niet door. Als dat weer zou gebeuren, moest ons stuk klaar zijn. De Tweede Kamer moest het wetsvoorstel in het weekeinde hebben, mèt de regeringsverklaring. Kamervoorzitter Dolman heeft zelfs gebruikgemaakt van zijn bevoegdheid de posttrein vast te houden'', vertelt Van Dalen.

Dat blijkt niet nodig te zijn. Als Van Dalen 's avonds omstreeks een uur of negen aankomt in het SER-gebouw, hoort hij dat er een akkoord is. Kok en Drabbe, Van Veen en Dortland rijden, gevolgd door Van Dalen in de dienstauto, naar het ministerie van Sociale Zaken. Daar wacht De Koning hen op. ,,De Koning was een sluwe vos. Hij zei dat hij blij was met het akkoord, maar wilde niet toezeggen dat de `adempauze' nu van tafel was'', herinnert Van Dalen zich.

De dreiging van een looningreep heeft gewerkt, concludeert De Vries nu: ,,Het hielp Kok bij de verdediging van zijn koerswijziging tegenover zijn achterban. Samen met het feit dat hij iets te bieden had, namelijk de herverdeling van werk. Wat ook heeft geholpen, is dat de overheid als werkgever bereid was de ambtenarensalarissen te bevriezen. Daarmee werd een duidelijk signaal gegeven aan de markt.''

Kok zelf noemt de `adempauze' niet meer dan ,,een van de factoren'' bij de beslissing om met de werkgevers een akkoord te sluiten. ,,Het was geen ingenieus middel waarmee het kabinet-Lubbers even de loonmatiging heeft geregeld, maar veel keus was er ook niet. We hadden ook de `adempauze' kunnen laten komen en er dan weer te hoop tegen kunnen lopen'', zegt Kok. ,,Na het echec met de demonstraties tegen de eerdere looningreep zou een nieuwe nederlaag zeer demoraliserend zijn geweest. Belangrijker echter was dat de economie zo slecht draaide en de jeugdwerkloosheid zo groot was. Ouders vragen hun kinderen: Wat wil je worden? En als ze dan van school komen, is er geen werk. Wij van de vakbeweging waren onze knopen aan het tellen. We wilden onze eigen verantwoordelijkheid nemen en de werkgevers dwingen tot een tegenprestatie, in de vorm van arbeidstijdsverkorting.''

Een dag later, op zaterdagmiddag 20 november, zitten Van Veen en Kok en hun medebestuurders weer op de werkkamer van De Koning op het ministerie van Sociale Zaken. Lubbers wordt bijgepraat en besluit met De Koning dat het akkoord voldoende vertrouwenwekkend is om de `adempauze' te schrappen uit de regeringsverklaring. Bovendien moet de automatische prijscompensatie die in alle CAO's is verankerd buiten werking worden gesteld. Dat gebeurt met een `paraplu-wetje', waarin staat dat de prijscompensatie wordt opgeschort en dat de loonontwikkeling wordt overgelaten aan de sociale partners.

,,Van Veen heeft bedacht hoe je dat wettelijk moest regelen en met hem heb ik daar de hele middag over overlegd'', vertelt Van Dalen. De dag erna, zondag 21 november, wordt gewerkt aan een inlegvel voor de regeringsverklaring die dan al gedrukt en wel bij de Tweede-Kamerleden ligt. Het debat over de regeringsverklaring, dat na het weekeinde wordt gehouden, verloopt vervolgens nagenoeg rimpelloos. De Vries, fractievoorzitter van de grootste regeringspartij, doet het woord namens het CDA: ,,Het akkoord was voldoende, maar ook erg vaag. Het waren vooral intenties. De lijst handtekeningen was langer dan de tekst zelf.''

De handtekeningen zijn nodig om de achterban te binden, van de tuindersverenigingen tot de kleinste vakbonden. Kok en Van Veen hebben namelijk wel iets te bevechten in eigen kring. ,,Het was niet makkelijk om de werkgevers mee te krijgen. Zeker de kleinere bedrijven zaten niet te wachten op parttime werk'', vertelt Van Veen. Vooral de metaalwerkgevers lagen dwars. ,,Voorzitter Ter Hart van de FME dreigde het akkoord te boycotten. Het heeft mij veel tijd gekost om uit te leggen dat het akkoord niet zo slecht was.''

Bij de FNV zijn zelfs van oorsprong radicale bestuurders zoals Arie Groenevelt er door de massaontslagen inmiddels van overtuigd dat het roer om moet, maar Kees Schelling van de Voedingsbond ligt nog lange tijd dwars. ,,Het akkoord trok een wissel op het vertrouwen. Werknemers die al behoorlijk koopkracht hadden ingeleverd leden nog meer koopkrachtverlies, zonder dat ze zekerheid hadden dat er inderdaad banen zouden terugkomen'', zegt Kok, die het meteen breder trekt: ,,In grote delen van de samenleving was niet bij voorbaat het vertrouwen dat het ooit nog de goede kant op zou gaan.''

Toch ging het uiteindelijk de goede kant op. De overheid wist het begrotingstekort onder controle te krijgen en mede dankzij de loonmatiging maakten bedrijven weer winst en werd de concurrentiepositie van Nederland sterker. ,,De omslag kwam in 1985, 1986. De export trok aan en het internationale bedrijfsleven meed Nederland niet langer als vestigingsplaats'', zegt De Vries. ,,Toen Lubbers ook de rakettenkwestie wist te pacificeren, stond Nederland er ineens een stuk beter voor.''

Van Veen verliet rond die tijd het VNO en Kok werd fractievoorzitter van de PvdA, waarmee hij Den Uyl opvolgde als partijleider. In het derde kabinet-Lubbers werden Kok en De Vries in 1989 minister van respectievelijk Financiën en Sociale Zaken. ,,Werkgelegenheid bleef tijdens mijn ministerschap de grootste zorg. Mijn eigen zoon kon lang geen baan vinden, andere afgestudeerden ook niet. Het is een groot maatschappelijk probleem als je jongeren geen perspectief kunt bieden op een baan'', vindt De Vries. Het kabinet van Kok, die in 1994 premier werd, had `werk, werk en nog eens werk' als motto.

Dat werk kwam er. Het herstel werd in de tweede helft van de jaren negentig een hausse, die van Nederland een banenmachine maakte. Plotseling was daar het Nederlandse `poldermodel', de internationaal bewonderde voorloper van de Derde Weg waarmee sociaal-democraten later goede sier zouden maken. En het Akkoord van Wassenaar zou aan de wieg hebben gestaan van dit poldermodel, waarin de overheid met werkgevers en werknemers eendrachtig had gewerkt aan de opleving van de Nederlandse economie.

,,De term poldermodel heb ik altijd onzin gevonden'', zegt De Vries, die zowel het akkoord als het poldermodel relativeert. ,,De lonen waren vanaf 1979 al aan het matigen en het akkoord was een bevestiging van deze trend. De politieke betekenis van het akkoord is dat de partijen hun eigen verantwoordelijkheid hebben genomen'', zegt De Vries. ,,Maar ook na `Wassenaar' was het oorlog tussen de vakbeweging en het kabinet.'' Toen begin jaren negentig de loonkosten weer opliepen, maakte minister De Vries zich zorgen: ,,Toen heb ik weer gedreigd met een looningreep.'' De sterke loonstijging vlakte in de jaren erna snel af.

Kok reageert op het betoog van De Vries met: ,,Hij zegt: `De vakbeweging was niet heel aardig voor ons'. Nee, natuurlijk niet. Het was een akkoord tussen werkgevers en werknemers. Daarnaast bleven verschillen van mening bestaan met de overheid, zoals die er nu zijn over het spaarloon, de WAO en de pensioenen.'' Kok weet niet of het begrip poldermodel zich laat definiëren, maar: ,,Het is nu een eenmaal een Nederlandse traditie om conflicten zo veel mogelijk te vermijden. Elkaar doodpraten wordt dat dan wel genoemd, maar het is voor mij nog altijd dé manier om de samenleving goed te laten functioneren. Dat overlegmodel bestond al voor 1982, maar je kunt zeggen dat het met het akkoord een nieuwe gedaante kreeg.''

Kok telt de zegeningen van het akkoord. ,,Kijk, die paar regels zijn echt niet twintig jaar lang bepalend. Maar de impact zat in een meerjarige loonmatiging. `Wassenaar' heeft ook sporen nagelaten in andere akkoorden, zoals het akkoord over flexibliteit en zekerheid dat in de jaren negentig is gesloten. Dat was echt een sprong voorwaarts met de flexiblisering van de arbeidsmarkt.'' Ook Van Veen noemt de flexibilisering van de arbeidsmarkt als ,,erfenis van 1982'', naast het feit dat ,,de overheid weer van het speelveld van de sociale partners is vertrokken''.

Het paraplu-wetje van 1982 heeft volgens ambtenaar Van Dalen model gestaan voor tal van andere wettelijke constructies, waarbij netelige zaken werden overgelaten aan werkgevers en werknemers. ,,Neem de ziektewet. Begin jaren tachtig lag half Nederland plat toen daarin werd gekort. Later is dat geruisloos gebeurd, op exact dezelfde manier als destijds met de automatische prijscompensatie in de CAO's: opschorten en doorschuiven naar de sociale partners.'' Alleen met de WAO is dat niet gebeurd: ,,Dat was te ingewikkeld.''

De enorme hoeveelheid arbeidsongeschikten is al jaren een politiek probleem, waarvan de oplossing niet in zicht is. Werkgevers en werknemers eisen dat het advies van de SER wordt overgenomen door het kabinet, dat eerder heeft aangegeven eigen accenten te willen zetten. Het is een erfenis van de bedrijfssaneringen in de jaren tachtig, toen werkgevers en vakbonden volgens velen ontslagen werknemers liever lieten afvloeien in de WAO dan in de inmiddels uitgeklede WW.

Het zijn de politici die hebben verzuimd de enorme groei van het aantal arbeidsongeschikten in te dammen, meent Van Veen: ,,De WAO is blijven liggen. Ik heb daar in 1984 al eens voor gewaarschuwd en begin jaren negentig ook. Nu staan heel veel mensen aan de kant.'' De Vries noemt het ,,boeiend te horen uit de mond'' van een werkgeversvoorman. ,,Nadat wij begin jaren negentig met veel moeite de polisvoorwaarden hadden verslechterd, gingen de werkgevers in de CAO's dit `WAO-gat' weer dichten. De werkgevers hebben toen slappe knieën gehad en moeten eerst maar eens naar zichzelf kijken.''

Anno 2002 zijn er parallellen zichtbaar met de situatie in 1982. Behalve door de WAO wordt Nederland ook gekweld door economische stagnatie, een redelijk hoge inflatie, groeiende werkloosheid en lonen die als percentage van het nationaal inkomen net zo hoog liggen als tijdens de korte loonexplosie begin jaren negentig. ,,Je prijst je uit de markt met de huidige lonen. Onze concurrentiepositie verslechtert daardoor weer. Het consumentenvertrouwen is laag. Naar mijn gevoel scheren we weer langs de rand van de recessie'', zegt Van Veen. ,,De geschiedenis herhaalt zich.'' Moet er dan weer akkoord komen? ,,Elk akkoord is goed, als de overheid het financiële kader schept en de sociale partners zich daaraan conformeren.''

Kok is meer uitgesproken: ,,Het zou goed zijn als er weer een nieuw sociaal akkoord zou komen. Hoe dat eruit moet zien, daar wil ik buiten blijven. Je kunt in elk geval niet het akkoord van 1982 kopiëren, want de situaties zijn onvergelijkbaar. Toen hadden we enorme werkloosheid, de laatste jaren was de arbeidsmarkt overspannen. We hebben nu te maken met lonen en prijsstijgingen die aan de hoge kant zijn. Er is een vrij ernstig probleem met de pensioenfinanciering. Het is niet zo makkelijk aan te geven wat voor een policy-mix de overheid daar tegenover moet zetten.''

Volgens Kok is ,,veel creativiteit'' nodig. ,,Net als toen moet er iets uit te ruilen zijn. Elk van de drie partijen vult het belang van Nederland toch weer op zijn eigen wijze in. Wat dat betreft heeft het kabinet zichzelf nogal vastgenageld met het Strategisch Akkoord. Het financieel-economisch kader is met ijzeren precisie vastgelegd en dat laat weinig ruimte voor creativiteit. Maar goed, het Strategisch akkoord heeft zijn beste tijd gehad.''

Dat betekent volgens De Vries, die dit weekeinde afscheid neemt als voorzitter van het CDA, niet dat er meer ruimte komt. Eerder minder. ,,Toen we het verkiezingsprogramma en het Strategisch Akkoord maakten, waren we optimistischer dan nu. De afgesproken bezuinigingen zijn niet voldoende. We zullen de buikriem strakker moeten aanhalen. Nodig is een intelligent pakket maatregelen voor extra bezuinigingen, het financieringstekort, lasten en investeringen in de samenleving. Hoe we dat moeten doen, dat komt in het verkiezingsprogramma.'' De Vries is vooral bezorgd over de werkloosheid onder jongeren. ,,Nu al zijn afgestudeerde studenten weer tien maanden bezig een baan te vinden. Als dit zo doorgaat, is over een jaar het spook van de jeugdwerkloosheid weer terug.''